bovenlokale cultuurwerking circus pixabay

Auteur:

Gepubliceerd op: 15-06-2023

Het decreet over de bovenlokale cultuurwerking, dat sinds 2019 van kracht is, bevordert de samenwerking tussen lokale besturen op het gebied van cultuur. Het biedt ondersteuning bij de oprichting van intergemeentelijke samenwerkingsverbanden (IGS). Bovendien kunnen projecten die zich op het snijvlak van verschillende disciplines bevinden, zoals (amateur)kunst, cultureel erfgoed of circus, een subsidie aanvragen.

Hoewel het decreet nog relatief jong is, werkt de Vlaamse overheid al enige tijd aan vernieuwing. Op 26 mei 2023 heeft de Vlaamse regering het voorontwerp goedgekeurd. Het ontwerpdecreet houdt rekening met opmerkingen uit de sector, waardoor bijvoorbeeld ook een IGS een groot bovenlokaal project op het gebied van cultuurbeleid kan indienen - dit is nieuw. Na de goedkeuring van het decreet zal er nog een uitvoeringsbesluit volgen, waarin onder andere de financiering van de intergemeentelijke samenwerkingsverbanden verder wordt geregeld.



1.Een IGS bovenlokale cultuurwerking moet minstens 85.000 inwoners tellen

Deze verplichting gaat in bij de volgende erkennings- en subsidieronde. Die vindt plaats in 2026, zodat men kan starten op 1 januari 2027. In de context van gemeentelijke fusies verdwijnt dus de verplichting om met minstens vier gemeenten samen te werken. Voor samenwerkingen die deze drempel niet halen, voorziet het decreet een overgangsperiode van één gemeentelijk legislatuur als ze minstens met 4 gemeenten zijn. Een drempel op basis van een minimum aantal inwoners bestaat voor samenwerkingsverbanden rond cultureel erfgoed (de erfgoedcellen – minstens 85.000 inwoners) en onroerend erfgoed (de intergemeentelijk onroerenderfgoeddiensten of IOED’s – minstens 100.000 inwoners). Voor gemeenten die proberen de samenwerkingsverbanden voor verschillende beleidsdomeinen (politiezone, welzijn, interne werking en organisatie, vrije tijd, …) telkens op dezelfde groep gemeenten te enten, vormen deze drempels een probleem als ze dit inwonersaantal niet halen. Ook dunbevolkte regio’s zijn in het nadeel, hun werkingsgebied dreigt zeer uitgestrekt te worden, wat de drempel om aan cultuur te doen verhoogt. Paradoxaal genoeg stimuleert de Vlaamse overheid lokale besturen om hun verschillende samenwerkingen meer op elkaar af te stemmen en te vereenvoudigen.



2.Kleine projecten niet voor gemeenten die geen deel uitmaken van een cultuurregio?

Kleine projecten tot 25.000 euro krijgen een aparte subsidielijn. De decreetgever mikt hier op laagdrempelige toegang voor projecten voor ‘kleinere actoren’, bijvoorbeeld afkomstig uit de amateurkunsten of van startende organisaties. De indiener moet in elk geval een rechtspersoon zonder winstgevend doel zijn. Daarnaast is het nieuw dat de IGS waar de indiener gevestigd is, het project inhoudelijk adviseert. Dit heeft als voordeel dat de bovenlokale cultuurwerking weet wat er in haar werkingsgebied beweegt en kan inschatten of het ingediende voorstel waardevol is. Anderzijds is de bepaling momenteel zo omschreven dat het kandidaten in de kou laat staan als ze gevestigd zijn in een gemeente die geen deel uitmaakt van een IGS. Daar zitten ook een aantal centrumsteden bij die meer dan 85.000 inwoners tellen. In zo’n geval zou de Vlaamse overheid de rol op zich kunnen nemen om kleine projecten te adviseren, maar dit is dus niet voorzien. De decreetgever maakt er geen geheim van dat een gebiedsdekkend netwerk van cultuurregio’s het toekomstscenario is. 

De Strategische Adviesraad Cultuur, Jeugd, Sport en Media (SARC) keurde op 3 mei 2023 een advies goed over een 'tijdelijk en experimenteel subsidiereglement voor kleinschalige bovenlokale projecten' waarin men eveneens opmerkt dat het niet evident is om intergemeentelijke samenwerking als subsidievoorwaarde in te zetten bij kleine bovenlokale cultuurprojecten.



3.Lokale netwerken vrijetijdsparticipatie moeten plaatsmaken voor bovenlokale aanpak

In heel wat steden en gemeenten bestaat een netwerk vrijetijdsparticipatie voor kansengroepen. Dit samenwerkingsverband tussen het vrijetijdsaanbod, de sociale dienst en de verenigingen van personen in armoede heeft als opdracht om participatiedrempels weg te werken op het vlak van cultuur, jeugdwerk en sport. De decretale basis van deze netwerken, het Participatiedecreet uit 2008, zal opgeheven worden. Door de netwerken vrijetijdsparticipatie onder te brengen bij het decreet bovenlokale cultuurwerking kiest men voor een bovenlokale aanpak. Hoewel men een overgangsperiode voorziet van één lokale legislatuur, dreigen lokale netwerken waarvan de gemeente geen deel uitmaakt van een cultuurregio hier alleen komen te staan.


 

Lieselot Decalf