Auteur:

Gepubliceerd op: 11-01-2023

Instrumenten voor de versterking van de gemeenteraad, een grondige evaluatie van de regels over intergemeentelijke samenwerking en de gelijkschakeling van de aanstellingsbevoegdheid van onderwijzend personeel met de rest van het gemeentelijke personeel: dat vroeg de VVSG op 10 januari 2023 tijdens een hoorzitting in de Commissie Binnenlands Bestuur van het Vlaamse Parlement.

Aanleiding van de hoorzitting was de bespreking van een ontwerpdecreet dat een hele reeks wijzigingen aanbrengt aan het decreet lokaal bestuur. De VVSG kreeg de kans om meer toelichting te geven bij het standpunt dat ze eerder had ingenomen bij het voorontwerp dat de Vlaamse regering in het voorjaar van 2022 had goedgekeurd. De VVSG kon trouwens instemmen met de meeste wijzigingen in het ontwerp. De Vlaamse regering ging in een tweede versie van het voorontwerp ook in op verschillende van de suggesties die de VVSG had gedaan. Op andere punten werd de visie van de lokale besturen niet gevolgd, de ene keer al beter gemotiveerd dan de andere. 

Tijdens de hoorzitting ging de VVSG vooral in op die punten die ze graag anders zou zien. Daarnaast vroeg ze ook drie bijkomende wijzigingen.

De eerste heeft betrekking op de samenwerking tussen verschillende gemeenten of OCMW's. In de nasleep van een aantal schandalen werden op dat vlak in de periode 2017-2018 diverse verstrengingen doorgevoerd, met de beperking van de raad van bestuur tot 15 leden als meest opvallende. De VVSG vroeg vooral om deze bijsturingen eens grondig te evalueren, en bv. de delegatie vanuit de raad van bestuur van een samenwerkingsverband, de oprichting van een directiecomité of de vergoeding van de leden van regionale bestuurscomités (organen met statutaire beslissingsbevoegdheid!) weer mogelijk te maken. Verder bestaat al lang de vraag om een voorzitter van een ziekenhuisvereniging of openbare verzorginginstelling een hogere vergoeding te kunnen toekennen dan het vandaag geldende dubbele presentiegeld. De kloof met de praktijk bij private ziekenhuizen is op dat vlak onverantwoord groot geworden. De VVSG stelt vandaag bij dit soort zaken echter een verregaande vorm van zelfcensuur vast waarbij niemand nog maar durft overwegen om specifieke publieke mandaten beter te vergoeden, waardoor heel redelijke vragen vanuit de lokale besturen onbeantwoord blijven.

De tweede vraag vanuit de VVSG was die naar concrete stappen op het vlak van de versterking van de gemeenteraad en raadsvoorzitter. Het ontwerpdecreet maakt het (terecht) mogelijk  dat ook de voorzitter van de raad door een constructieve motie van wantrouwen wordt vervangen. Alleen is de VVSG vragende partij voor compenserende maatregelen die het democratische karakter van de gemeentelijke werking kunnen stimuleren. Concreet klonk op de hoorzitting de vraag naar het vervolg van de bespreking die de Commisisie Binnenland hierover op 29 november 2022 hield. Ook de VVSG heeft hierover enkele voorstellen geformuleerd.

Een derde punt heeft betrekking op de aanstellingsbevoegdheid van onderwijzend personeel (en andere beslissingen in verrband met het dagelijkse personeelsbeheer van die mensen). Vandaag ligt die bevoegdheid uitsluitend bij het college, zonder enige vorm van delegatiemogelijkheid. De VVSG vroeg de commissieleden om hier de algemene gemeentelijke regeling in te schrijven, met een bevoegdheid bij het college die naar de algemeen directeur (en verder) kan worden gedelegeerd. De VVSG ziet geen enkele reden voor een aparte behandeling van het onderwijzend personeel.

De komende weken volgt de bespreking van het ontwerp door de Commissie Binnenland van het Vlaamse parlement, gevolgd door de goedkeuring door de voltallige vergadering. Afwachten dus in welke mate de VVSG-suggesties door de parlementsleden worden opgepikt.

Jan Leroy