Auteur:

Gepubliceerd op: 21-11-2022

Het aanbod van talrijke projectsubsidies vanuit de centrale overheden, een tendens van de laatste jaren, stelt de lokale besturen voor de nodige uitdagingen. De vele projectsubsidies zijn niet altijd op elkaar afgestemd en kennen dikwijls uiteenlopende plan- en rapporteringsverplichtingen. Het is voor de besturen heel lastig om alle subsidies waarop ze recht zouden kunnen hebben te capteren, aan te vragen, op te volgen en te rapporteren. Op het terrein zorgt de afstemming tussen de verschillende subsidies ook voor vertraging bij de uitvoering van projecten.

Volgens de VVSG kan een geoormerkte subsidiëring haar plaats hebben in de financiering van lokale besturen, als aanvulling op de algemene niet-geoormerkte basisfinanciering en de ruime fiscale bevoegdheden van gemeenten. De geoormerkte subsidiëring moet dan wel vertrekken vanuit de behoeften van de lokale besturen en moet maximaal afgestemd zijn binnen de subsidiërende overheid, maar idealiter ook tussen de federale en Vlaamse overheid. Ze moet daarnaast maximaal afgestemd worden op de beleids- en beheerscyclus, waarbij de plan- en rapporteringverplichtingen minimaal worden gehouden.

De VVSG stelt voor dat, in de plaats van de huidige vele, vaak kleinere, versnipperde subsidiestromen binnen deelthema’s, centrale overheden inzetten op structurele, substantiële subsidies rond globale domeinen (bijvoorbeeld 'omgeving', of ‘duurzaamheid’), waar besturen jaarlijks automatisch recht op zouden hebben. Daarnaast kunnen investeringssubsidies opgebouwd worden rond het behalen van indicatoren, zodat bijvoorbeeld elke extra meter fietspad of elke extra aangesloten inwoner op de riolering goed is voor een bepaald subsidiebedrag.

Lees het volledige standpunt van de VVSG.

Ben Gilot