Auteur:

Gepubliceerd op: 08-09-2022

Lokale besturen moeten meer tijd krijgen om de nieuwe klokkenluidersregeling in te voeren. Bovendien willen gemeenten en OCMW's veel meer zelf bepalen hoe ze de principes van de Europese Richtlijn in de eigen organisatie toepassen. Dat staat in een brief van de VVSG aan de leden van de Commissie Binnenland van het Vlaamse Parlement.

Een Europese Richtlijn van 2019 regelt de bescherming van mensen die inbreuken tegen de wetgeving van de Europese Unie melden. Tegen eind 2021 hadden de lidstaten deze Richtlijn moeten hebben omgezet in de eigen wetgeving. In Vlaanderen is dat niet gelukt. België haalde voor de federale bevoegdheden trouwens evenmin deze datum. 

Begin dit jaar bracht de VVSG advies uit bij de Vlaamse regering over een voorontwerp van decreet. Op 1 juli 2022 keurde de Vlaamse regering het ontwerp van decreet goed en diende het in bij het Vlaamse Parlement. De bespreking en goedkeuring volgen wellicht binnenkort.

De VVSG stelt vast dat de Vlaamse regering nauwelijks rekening heeft gehouden met de vragen van de lokale besturen. Zo bevat de ontwerptekst nog steeds geen datum voor de inwerkingtreding, wat betekent dat de nieuwe bepalingen tien dagen na publicatie in het Belgisch Staatsblad van kracht zouden worden. Gemeenten en OCMW's zijn niet in staat om in een dergelijke korte tijdspanne aan alle verplichtingen van het decreet te voldoen. Ze willen de klokkenluidersregeling ernstig nemen, maar dat vergt de nodige stappen om dit in de eigen organisatie in te passen. Het is wat schrijnend dat de Vlaamse overheid zelf ruim twee jaar tijd genomen heeft voor het voorbereidende wetgevende werk, maar nadien verwacht dat andere overheden dit met een vingerknip in de praktijk kunnen omzetten.

Een tweede reeks opmerkingen gaat over het interne meldpunt, waar medewerkers van het lokale bestuur eventuele inbreuken kunnen signaleren. De VVSG wil de concrete organisatie van het meldpunt aan de besturen zelf overlaten, en dus niet zo maar opleggen dat de algemeen directeur (die dit dan wel kan delegeren) dit altijd en overal moet opnemen. De decreetgever zou zich moeten beperken tot het omschrijven van de kwaliteitseisen (reactietijd, discrete behandeling, ...) waaraan een meldpunt moet voldoen.

Het is goed dat het ontwerpdecreet zegt dat lokale besturen samen een meldpunt kunnen organiseren. Maar ook hier getuigt de ontwerptekst niet of onvoldoende van het door Vlaanderen vaak geloofde subsidiariteitsbeginsel. Een decreet zoals dit moet immers niet opleggen hoe die samenwerking moet plaats vinden. De bepaling dat dit in een bestaand samenwerkingsverband of in een interlokale vereniging moet gebeuren, gaat meer dan één stap te ver. Zeker voor een gezamenlijk meldpunt van een gemeente, OCMW en autonooom gemeentebedrijf moeten gewone afspraken kunnen volstaan.

De VVSG heeft deze en andere opmerkingen en suggesties bezorgd aan de leden van de Commissie Binnenland van het Vlaamse Parlement, in de hoop dat die met een aantal amendementen de tekst nog aanpast aan de verzuchtingen van de lokale besturen.

Jan Leroy