Auteur:

Gepubliceerd op: 23-09-2023

Steden en gemeenten zouden nu al alles in gereedheid moeten brengen om kinderen vanaf 1 januari 2026 na schooltijd en in vakanties volop te laten genieten van allerlei opvang- en vrijetijdsactiviteiten. Met het decreet Buitenschoolse Opvang en Activiteiten (verder: BOA-decreet) wil de Vlaamse regering de ontwikkelingskansen van kinderen vergroten en de combinatie werk/opleiding en gezin voor ouders vergemakkelijken. Een zeer mooie ambitie, alleen volstaan de middelen die de Vlaamse overheid voorziet, niet. 4 op 5 gemeenten vreest voor een kleiner en duurder aanbod voor de ouders. Dat blijkt uit een rondvraag die de Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten (VVSG) deed bij haar leden.

 

Lokale besturen moeten meer doen met minder geld

Het BOA-decreet geeft lokale besturen de opdracht om uiterlijk vanaf 2026 samen met allerlei partners een opvang- en vrijetijdsaanbod voor schoolkinderen op poten te zetten. Goed voor de kansen van kinderen en goed voor ouders die werken of een opleiding volgen. Steden en gemeenten bereiden zich nu al voor. ’Dat Vlaanderen het kind centraal zet en het gewicht bij de steden en gemeenten zelf legt, is positief. Zij kennen het landschap het beste en zijn goed geplaatst om alle partners rond de tafel te brengen”, zegt Wim Dries, voorzitter van de VVSG. Het probleem zit bij veel gemeenten in de financiering. Nu financiert het Agentschap Opgroeien de erkende organisatoren van buitenschoolse opvang nog rechtstreeks. Vanaf 1 januari 2026 gaat deze Vlaamse subsidie rechtstreeks naar de steden en de gemeenten die het geld moeten inzetten op hun grondgebied. Door een herverdeling van de middelen krijgen sommige gemeenten wat meer geld, maar op veel plaatsen is dat veel minder. Zo geeft 8 op 10 lokale besturen aan dat de Vlaamse subsidie onvoldoende zal zijn om de doelstellingen van het decreet te realiseren, 3 op 10 verliest zelfs meer dan 40% van de middelen die vandaag op hun grondgebied ingezet worden om buitenschoolse opvang te realiseren. ‘De verwachtingen zijn vanaf 2026 veel hoger, het subsidiebedrag veel lager. Een uitdagend en gevarieerd aanbod voor buitenschoolse opvang en activiteiten ontwikkelen en effectief implementeren kost geld’, aldus Dries. ‘De voorziene subsidie van Vlaanderen aan de lokale besturen is ruim onvoldoende.’

 

Minder mogelijkheden en duurder voor de ouders

Tal van steden en gemeenten investeren nu ook al zelf in buitenschoolse opvang, ze zullen dit ook blijven doen. Toch overweegt de helft van de steden en gemeenten vanaf 2026 ook andere maatregelen. 2 op 5 denkt de ouderbijdragen te moeten verhogen terwijl ongeveer 1 op 6 overweegt de openingsuren en -momenten te beperken of het aantal kinderbegeleiders terug te schroeven. Er is vandaag ook onrust bij de lokale besturen, de partnerorganisaties en de ouders. 'Voor een scholenstad als Sint-Niklaas is buitenschoolse opvang een essentiële dienstverlening. Het verlies aan financiële middelen en de onzekerheid die er is over de uitvoering van het decreet, zorgt dat de ongerustheid niet enkel bij het lokale bestuur, maar ook bij alle ouders en scholen toeneemt', aldus Maxime Callaert, schepen voor wonen, kinderopvang, opvoeding en onderwijs Sint-Niklaas:

 

Duidelijkheid nodig over budget en groeipad

De VVSG kaartte deze bezorgdheden meermaals aan bij de betrokken ministers Jambon, Somers, Crevits, Weyts en Dalle.  Die koos er in 2019 voor het beschikbare budget van 86,8 miljoen euro te herverdelen, zonder bijkomende middelen. Er werd wel een budgettair groeipad beloofd. Dat blijft tot nu toe beperkt tot de 6,3 miljoen euro die er in 2021 bij kwam, ruim onvoldoende. De VVSG vraagt de concrete berekening van wat nodig is om de doelstellingen uit het decreet te realiseren, een financieel groeipad en duidelijkheid over de subsidiebedragen. ‘De Vlaamse regering zegt te investeren in kinderen, gezinnen en buitenschoolse opvang. Door de financiële middelen te verschuiven, verliest Herselt nochtans meer dan 40 procent van haar subsidies voor buitenschoolse kinderopvang. We onderzoeken nu hoe we als landelijke gemeente hiermee in de toekomst om kunnen gaan’, stelt Kristof Van Dingenen, schepen gemeenschapszaken, kinderopvang, interne werking en evenementen in Herselt.  

 

Rika Verpoorten