Auteur:

Gepubliceerd op: 09-12-2020

De VVSG heeft vorige week samen met haar zusterverenigingen een overleg gehad met minister van Binnenlandse Zaken Annelies Verlinden over het politiebudget van de politiezones. Aanleiding voor het overleg was de rondzendbrief van de minister met de begrotingsrichtlijnen voor de lokale politiezones. Volgens deze rondzendbrief mogen de politiezones meerdere bedragen - die ze andere jaren wel budgetteerden in hun politiebegroting - niet in de politiebegroting voor 2021 opnemen. Dat zorgt voor heel wat financiële onrust bij de politiezones. Want alles samen geteld vormen deze bedragen een structureel deel van de financiering van de lokale politie. 

De VVSG heeft volgende aspecten van het politiebudget aangekaart bij de minister:

  • Onduidelijkheid over de eerste schijf van het verkeersveiligheidsfonds: De eerste schijf bestaat elk jaar in principe uit het geïndexeerde bedrag dat zones in 2010 ontvingen. In 2020 was dit 100 miljoen euro. Volgens de minister mogen de zones hieruit nog geen bedrag in hun begroting opnemen, omdat de boete-ontvangsten in 2020 spectaculair zijn gedaald door de eerste lockdown. Minister Verlinden heeft aan haar collega van Financiën een update gevraagd over de te verwachten inkomsten voor 2020. Afhankelijk van deze raming kunnen zones dan toch een bedrag voorzien. Voor de VVSG is het belangrijk dat er meer transparantie komt in het complexe dossier van het verkeersveiligheidsfonds, aangezien deze middelen een structureel onderdeel vormen van de basisfinanciering van de lokale politie. Afgelopen vrijdag 4 december vernamen we van het kabinet BIZA dat de eerste schijf er toch komt, en ongeveer hetzelfde bedrag als in 2020 bedraagt: ongeveer 100 miljoen euro. Het kabinet BIZA zal nog communiceren aan de gouverneurs dat de zones toch een bedrag voor de eerste schijf mogen inschrijven in hun begroting.
     
  • De tweede schijf van het verkeersveiligheidsfonds - saldo 2016 - is sterk verminderd ten opzichte van saldo 2015. In totaal mogen de zones 19,6 miljoen euro budgetteren in hun begroting voor 2021. Dat is 37 miljoen euro minder dan in 2020 (56,4 miljoen euro). De vermindering zou volgens de minister onder meer te wijten zijn aan de verminderde boete-ontvangsten in 2016 naar aanleiding van de aanslagen in Brussel. De VVSG heeft aan de minister gevraagd om het saldo 2017 - en volgende jaren - versneld uit te keren aan de zones. De tweede schijf wordt nu telkens met 4 jaar vertraging betaald aan de zones, maar de minister heeft beloofd om de versnelde uitkering te bekijken.
     
  • De toelage NAVAP is nog onduidelijk: dit jaar ontvingen de zones 97 miljoen euro om de NAVAP te financieren. Een groot deel van deze middelen - 46 miljoen euro  - komen uit het gesolidariseerd pensioenfonds lokale besturen, waardoor lokale besturen ook deels zelf bijdragen. De minister erkent de financiële impact van dit dossier en is voor haar een belangrijk dossier bij de budgetcontrole in februari.
     
  • Over de beloofde dotatie in uitvoering van het sectoraal akkoord heeft de nieuwe regering nog niet formeel beslist en dus mogen de zones hieruit nog geen bedrag in de begroting 2021 opnemen. Volgens de minister zullen de zones wel elk jaar een dotatie van 4,5 miljoen ontvangen om de meerkosten voor de zones te milderen.
     
  • Zal de consumptiecheque ook voor het politiepersoneel gelden? Die consumptiecheque wordt volgens de minister Verlinden niet toegekend aan het politiepersoneel. Zij is geen voorstander van een éénmalige bonus, omdat deze weinig zou bijdragen tot de aantrekkelijkheid van de functie. Zij opteert voor structurele maatregelen om de politiefunctie attractiever te maken.
     
  • Vergoeding Woon-werkverkeer covid-19: Naar alle waarschijnlijkheid zou die vergoeding er wel komen, maar de ministerraad moet hierover nog beslissen. De VVSG heeft gevraagd dat de federale overheid deze meerkosten voor haar rekening neemt.
     
  • De begrotingsrichtlijnen zijn steeds veel te laat, want de politiebegroting moet in principe in oktober worden goedgekeurd. Nu blijkt dat het federaal toezicht sommige politiebegrotingen niet goedkeurt omdat ze niet opgesteld zijn volgens de toen nog onbeschikbare begrotingsrichtlijnen. Het kabinet erkent dat de begrotingsrichtlijnen (te) laat zijn, en haalt aan dat dit te maken heeft met het feit dat veel van deze budgetten gekoppeld zijn aan de federale begroting. Ze kijken om in de toekomst de richtlijnen vroeger ter beschikking te stellen. De minister belooft ook contact op te nemen met de gouverneurs (federaal toezicht over de politiebegroting) over het niet goedkeuren van de politiebegrotingen door het federaal toezicht.

Daarnaast is het voor de VVSG  noodzakelijk dat de lokale besturen - als formele werkgevers van de lokale politie - meer betrokken worden bij wijzigingen aan het personeelsstatuut van de politie. Minister Verlinden erkent de lokale besturen in hun rol als werkgever. Ze geeft ook aan dat de hervorming van de financiering van de lokale politiezones (KUL-norm) ook één van belangrijkste beleidsdoelstellingen is.  De minister wil ook graag de werking van de Raad van burgemeesters evalueren. Voor haar is het belangrijk dat de Raad een weerspiegeling is van het lokale werkveld. Er is afgesproken om regelmatig overleg te plegen tussen de VVSG en het kabinet Binnenlandse Zaken over deze dossiers en andere veiligheidsdossiers. 

Technische fiche: Ministeriële omzendbrief PLP 60 van 18 november 2020 betreffende de onderrichtingen voor het opstellen van de politiebegroting voor 2021 ten behoeve van de politiezones, BS 25 november 2020.

Koen Van Heddeghem