ard op vedrere

Auteur:

Gepubliceerd op: 27-10-2020

De VVSG kreeg van de Vlaamse regering de vraag een standpunt in te nemen over een uitgebreid pakket voorstellen voor de organisatie van de lokale democratie. Op 17 juli had de Vlaamse regering die, in uitvoering van het regeerakkoord, een eerste keer principieel goedgekeurd. 

De meeste wijzigingen hebben pas impact bij de volgende gemeenteraadsverkiezingen (2024) en de daaropvolgende start van de legislatuur. Meest in het oog springt de geplande afschaffing van de opkomstplicht bij lokale verkiezingen. De VVSG stelt vast dat de meningen hierover sterk verdeeld zijn, en nam hierover dan ook geen standpunt in. Ze dringt er wel op aan dat Vlaanderen en de lokale besturen samen campagne zouden voeren om iedereen te overtuigen zijn of haar stem uit te brengen. De VVSG gaat akkoord met het afschaffen van het effect van de lijststem op de toewijzing van de zetels binnen een lijst en met het beteugelen van het ronselen van volmachten.

Kartellijsten zullen al bij het indienen moeten aangeven of ze in de gemeenteraad als aparte fracties willen zetelen. De VVSG wijst op het feit dat de logica van deze bepaling niet helemaal wordt doorgetrokken, zoals bijvoorbeeld bij de opeenvolgende fases van de coalitievorming. Die komt immers in handen van de lijsttrekkers, die te beginnen met de grootste lijst, telkens veertien dagen krijgen om een meerderheid op de been te brengen. De VVSG vraagt hier nog een scenario-analyse die onderzoekt of deze termijnen sporen met die voor het indienen van een bezwaar tegen de verkiezingsuitslag. Er zal trouwens minder tijd zijn dan voorheen, want de installatievergadering vervroegt naar begin december. Op voorstel van de VVSG geldt dit niet voor fusiegemeenten. Die starten gewoon op 1 januari.

De burgemeester wordt niet meer gewoon voorgedragen, maar is automatisch de verkozene met de meeste voorkeurstemmen binnen de grootste lijst die deelneemt aan de coalitie. De VVSG kan zich hierin vinden, maar stelt wel voor dat dit automatisme in de tweede helft van de bestuursperiode wordt doorbroken en de burgemeester dan wel de nodige handtekeningen van de eigen lijst en de raad moet hebben. Zo kunnen we voorkomen dat een raadslid dat intussen van fractie is veranderd tegen de wil van de meerderheid toch burgemeester wordt.

Op basis van de ervaringen van de fusiegemeenten worden enkele versoepelingen doorgevoerd die de voorbereiding van de nieuwe gemeente moeten faciliteren. De VVSG stemt hiermee in, maar wil nog enkele overbodige regels schrappen. Verder vraagt ze, naar analogie met wat gebeurde bij de integratie van gemeente en OCMW, dat een fusiegemeente zich bij de aanstelling van de nieuwe algemeen oif financieel directeur niet moet beperken tot de huidige titularissen.

De Vlaamse regering wil dat personeelsleden van huisvestingsmaatschappijen geen lokaal mandaat mogen opnemen, terwijl bij intergemeentelijke samenwerkingsverbanden dat verbod alleen voor directieleden zou gelden. De VVSG vraagt een gelijkschakeling van beide regelingen, en wel zo dat het verbod alleen geldt voor kaderfuncties. Net nu huisvestingsmaatschappijen meer 'gemeentelijk' zullen worden heeft het geen zin extra verschillen in te bouwen met intergemeentelijke samenwerkingsverbanden. Verder herhaalt de VVSG haar vraag dat die samenwerkingsverbanden ook een orgaan voor dagelijks bestuur zoals een directiecomit√© zouden kunnen installeren en wil ze een betere vergoeding voor de voorzitters mogelijk maken, zeker als die in hun eigen bestuur alleen raadslid zijn. Voor publieke ziekenhuizen is dit vandaag een belangrijk knelpunt.

De VVSG bezorgde haar standpunt op 26 oktober aan Vlaams minister Somers en rekent uiteraard op betrokkenheid van de lokale besturen bij het verdere traject.

Jan Leroy