Auteur:

Gepubliceerd op: 02-12-2020

Eind november keurde de Vlaamse regering een aanpassing van de regeling rond zorgwonen een eerste keer goed. Op dit moment is het onder voorwaarden al mogelijk een zorgwoning te creëren binnen het volume van een bestaande woning, zonder dat daarvoor een omgevingsvergunning nodig is. Wel moet de zorgwoning gemeld worden bij de gemeente; die vervolgens akte neemt van de melding. Een omgevingsvergunning is  dus niet nodig. Als het aan de Vlaamse regering ligt, volstaat een melding straks ook voor de creatie van een zorgwoning in een bijgebouw van een woning of als een verplaatsbare unit in de tuin wordt geplaatst, tenminste voor zover die zorgwoning aan bepaalde vereisten voldoet. Zo moeten de nutsvoorzieningen aantakken op de hoofdwoning en moet na beëindiging van de zorgrelatie de zorgwoning verdwijnen.

Wat vindt de VVSG?

Eerder nam de VVSG via de bestuursorganen van de VVSG een standpunt in over het zorgwonen. Dit standpunt brachten we ook naar voren tijdens een hoorzitting in het Vlaams parlement afgelopen juni. De gemeenten staan positief ten opzichte van ‘nabije zorg’, maar tegelijkertijd vinden we dat gemeenten moeten kunnen blijven sturen op waar en hoe mensen wonen. De ruimtelijke realiteit is te divers om dit in enkele regels te bepalen. We vrezen ook dat het tijdelijk karakter ervan moeilijk te handhaven is. Bovendien is de administratie inspanning die gepaard gaat met een melding voor de aanvrager ongeveer hetzelfde als voor het indienen van een omgevingsvergunning.  

Uit de goedkeuring van de Vlaamse regering afgelopen vrijdag blijkt dat ze het zorgwonen toch makkelijker mogelijk wil maken. Er wordt daarbij voorgesteld om de vergunningsplicht voor het wonen in bijgebouwen en in verplaatsbare constructies voor de duur van de zorgrelatie onder voorwaarden te vervangen door een meldingsplicht.

Over dit ontwerp wordt thans advies ingewonnen bij de Strategische Adviesraad Ruimtelijke Ordening (SARO) en ook met de VVSG staat er een overleg gepland. We zullen ons verder laten informeren over wat de voorgenomen wijziging inhoudt en de aandachtspunten vanuit de lokale besturen meegeven. Hoewel dit een ‘stedenbouwkundige' regelgeving betreft, heeft het zeker een link met woonbeleid. Het gaat immers over het (tijdelijk) wonen van mensen in een zorgwoning. Heeft u suggesties over noodzakelijk flankerend beleid vanuit beleidsdomein wonen of over hoe gemeenten hier kunnen mee omgaan? Laat het ons dan zeker weten.

Xavier Buijs