Inburgering

Auteur:

Gepubliceerd op: 22-07-2020

Het Vlaams Regeerakkoord 2019-2024 bevat een duidelijke visie op de hertekening van het inburgeringsbeleid. De Vlaamse Regering keurde op 17 juli een nota goed die aangeeft hoe ze dit zal realiseren en operationaliseren. Het doel is om het hertekende inburgeringsbeleid effectief te laten starten op 1 januari 2022.

De goedgekeurde nota stelt dat de hertekening van het inburgeringsbeleid geen impact heeft op de lokale besturen. De VVSG betwijfelt dit echter en herhaalt haar vraag dat Vlaanderen alle verdere beslissingen over het inburgerings- en integratiebeleid nauwkeurig inventariseert en monitort. Indien nieuw Vlaams beleid extra taken en kosten voor de lokale besturen met zich meebrengt, vraagt de VVSG het belfortprincipe te respecteren.

Het inburgeringsbeleid was aan een hertekening toe, maar een nieuw decreet moet ook tegemoetkomen aan de noden en uitdagingen op lokaal niveau en mag niet vergeten dat ongeveer 4 op 5 van de nieuwkomers die zich in Vlaanderen vestigen niet verplicht zijn om een inburgeringstraject te volgen.

De VVSG zal haar leden nog consulteren over de nieuwe uitgangspunten. Na een eerste lezing van de nota vraagt de VVSG alvast bijkomende aandacht voor de volgende punten:

Nieuwe pijler 'Participatie en netwerk' met lokale besturen als regisseurs

Naast maatschappelijke oriëntatie, NT2 en de economische zelfredzaamheid voegt Vlaanderen een vierde pijler toe aan het inburgeringstraject: een traject op maat van 40 uur in de vorm van een buddyproject, kennismakingsstage bij een bedrijf, vereniging, organisatie of lokaal bestuur, of vrijwilligerswerk. De lokale besturen zijn hiervan de regisseur, in overleg met de trajectbegeleider. Het aanbod is optioneel voor wie werkt, studeert of vrijwillig een inburgeringstraject volgt.

  • Financiering vierde pijler? Deze vierde pijler is een interessante aanvulling op het huidige inburgeringstraject, maar zoals de Agentschappen en VDAB een vergoeding krijgen voor hun respectievelijke pijler van het inburgeringstraject vraagt de VVSG ook een dergelijke vergoeding voor lokale besturen. Deze trajecten op maat vragen immers ook maatwerk en veel inspanningen van de lokale besturen. 
  • Timing proeftuin versus timing decreet? Een proeftuin moet deze vierde pijler ‘participatie en netwerk’ verder voorbereiden. Met het Fonds voor Asiel en Migratie (AMIF) werd een oproep naar lokale besturen uitgestuurd met diverse facetten. Van het ontwikkelen, uittesten en evalueren van trajecten rond sociale netwerking en participatie voor inburgeraars tot het uitwerken van een operationeel kader voor een duurzame invulling van de vierde pijler inburgering in de lokale context. De VVSG staat positief tegenover het voorbereiden van deze vierde pijler met een proeftuin, maar vreest dat de resultaten amper zullen kunnen worden meegenomen in het decreet en besluit. Deze proeftuinen starten pas op 1 januari 2021, terwijl het eerste principiële voorontwerp van decreet en besluit al voorzien zijn in november 2020 en maart 2021.

De VVSG vraagt de (voorlopige) resultaten van de proeftuin af te wachten om het nieuwe beleid verder uit te zetten en de lokale besturen verder nauw te betrekken bij de uitwerking van het decreet.

Inburgering wordt betalend:

De Vlaamse regering besliste dat voortaan inburgering betalend wordt. Wat de rechthebbende inburgeraars zullen doen, blijft een groot vraagteken. Wat zal een cursus kosten?

  • In het nieuwe model vraagt Vlaanderen eenmalig €90 voor de cursus maatschappelijke oriëntatie (MO).
  • De inburgeraar betaalt ook €90 voor de test. Als inburgeraars na een eerste test MO niet slagen kunnen zij een herhalingscursus volgen.
  • Voor de cursus NT2 (met inbegrip van de test) aan een CVO of CBE hanteert Vlaanderen het standaardtarief van €1,5 per lestijd, met een bijdrageplafond van €180 voor het NT2-traject tot en met het niveau A2. De betaling gebeurt per module - zoals gebruikelijk in het volwassenenonderwijs - en dus gefaseerd.
  • Voor de cursus NT2 (met inbegrip van de test) aan een UTC past Vlaanderen het huidige beurzensysteem aan, zodat elke inburgeraar zelf een bijdrage van €180 moet voorzien.
  • Elke inburgeraar zal deze vergoedingen moeten betalen.
  • Indien de inburgeraar niet slaagt voor de test, dient men opnieuw te betalen voor een nieuwe test.
  • Voor inburgeraars, ingeschreven in het Rijksregister in een gemeente van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest wordt een uitzondering voorzien op de financiële vergoeding.
Vlaanderen schrapt tussenkomst in onkosten
  • De onkosten die de inburgeraar maakt in het kader van zijn inburgeringstraject zullen niet langer terugbetaald worden door de agentschappen integratie en inburgering en het Huis van het Nederlands Brussel.
  • Samen met het domein welzijn wordt onderzocht of flexibele en occasionele vormen van kinderopvang opgezet kunnen worden voor kinderen van inburgeraars. Dit stimuleert een optimale toegankelijkheid van het inburgeringstraject.

Voor het betalend maken en het schrappen van de tussenkomst in de onkosten herhaalt de VVSG haar vraag om dit op te volgen en in financiële tegemoetkomingen te voorzien voor bijkomende opdrachten en taken voor lokale besturen.

Tolkendienstverlening aan inburgeraars

Het Vlaamse Regeerakkoord 2019-2024 stelt dat “Inburgeraars tijdens hun inburgeringstraject beroep kunnen doen op de dienstverlening sociaal tolken en sociaal vertalen. De gebruikersoverheden financieren deze dienstverlening. Na deze periode dient de anderstalige zelf te betalen voor deze dienstverlening. Het project taalhulpen wordt verder uitgerold. “

  • Aan anderstaligen die een inburgeringstraject aan het volgen zijn, zal de Vlaamse overheid tussenkomen in de vergoeding van de tolkdienstverlening.
  • De verantwoordelijkheid om aan te tonen dat men inburgeraar is ligt bij de anderstalige zelf. 

Zoals in het regeerakkoord aangekondigd wordt het instrument 'sociaal tolken en vertalen' beperkt tot het inburgeringstraject’. Onduidelijk is of het sociaal token nog deel zal uitmaken als een instrument van het Vlaams integratiebeleid waar het nu is ondergebracht.

De VVSG vraagt alvast dat het hertekenen van de dienstverlening sociaal tolken gebeurt volgens de principes van service design. Service design draait om samenwerking. De gebruikers (inburgeraars, organisaties en lokale besturen) betrekken bij deze vernieuwde dienstverlening is essentieel. Zij zijn immers belangrijke schakels in deze dienstverlening. De afgelopen jaren is dit niet gebeurd waardoor lokale besturen vaak deze dienstverlening betalen voor andere organisaties en overheden. Hiervoor moet een oplossing gevonden worden.

Sabine Van Cauwenberge