Auteur:

Gepubliceerd op: 07-09-2022

Bijna elf jaar na de start van de vereffening van de Gemeentelijke Holding, is de vennootschap nog steeds niet opgedoekt. Enkele juridische vraagstukken verhinderen voorlopig de definitieve ontmanteling van wat eens de holding boven Dexia was.

De Gemeentelijke Holding, een vennootschap in handen van alle Belgische gemeenten en provincies, stelt steeds minder voor. Eind 2021 bedroeg het balanstotaal nog een kleine 164 miljoen euro, zowat 15 miljoen euro minder dan het jaar voordien. De activa bestaan uit ongeveer 31 miljoen euro liquiditeiten en vooral een vordering van zowat 133 miljoen euro op de federale overheid, waarover verder meer. De dramatische financiële toestand van de Gemeentelijke Holding blijkt vooral uit de passiefzijde, met een negatief eigen vermogen van 980 miljoen euro, het gevolg van het feit dat de resterende schulden (ruim 1144 miljoen euro) een pak groter zijn dan de waarde van de activa.

De Gemeentelijke Holding kwam ruim tien jaar geleden in zwaar weer terecht in de nasleep van de bankencrisis en de daaropvolgende Europese schuldencrisis. De belangrijke participatie in de toenmalige bank Dexia (voorganger van Belfius) werd in korte tijd zo goed als waardeloos. Die aandelen dienden als onderpand voor de vele schulden die de Gemeentelijke Holding was aangegaan om andere financiële effecten te kopen. Uiteindelijk gooide de algemene vergadering in december 2011 de handdoek in de ring en ging de Holding in vereffening.

De vereffenaars hebben intussen zo goed als alle participaties verkocht en op die manier de schuldenlast deels afgebouwd. Maar het is nu al duidelijk dat de schuldeisers een belangrijk deel van de resterende vorderingen nooit zullen terugzien. De belangrijkste crediteur in Belfius voor een bedrag van 658 miljoen euro. Daarnaast hebben de drie gewesten nog 450 miljoen euro tegoed van de Gemeentelijke Holding (waarvan de helft voor rekening van de Vlaamse overheid) en bedragen de overige bankschulden ongeveer 18 miljoen euro.

Maar ook veel gemeentelijke aandeelhouders hebben nog een vordering van samen zowat 17,5 miljoen euro. Die is het gevolg van het feit dat besturen die in 2009 intekenden op de kapitaalverhoging van de Gemeentelijke Holding, recht hebben op een preferent dividend dat door de algemene vergadering van mei 2011 wel werd toegekend maar nooit uitbetaald. Volgens de vereffenaars zal deze vordering nooit volledig verzilverd worden. Op de algemene vergadering van juni 2022 hadden ze het over een waarschijnlijke realisatiegraad van 2 tot 20%, afhankelijk van de afloop van de rest van de operatie. Per gemeente wordt dit dus niet meer dan een habbekrats.

Momenteel verhinderen nog twee juridische procedures dat volledige afronding van de vereffening. Ten eerste is er de rechtszaak aangespannen door de gemeenten Linkebeek en Schaarbeek tegen de kapitaalverhoging van 2009. De besturen kregen zowel in eerste aanleg als in beroep intussen ongelijk, maar het is nog niet duidelijk of ze nog naar het Hof van Cassatie trekken. Een tweede probhleem zit bij de federale overheid. Die heeft er zich in 2011 toe verbonden om de helft van het negatieve saldo van de vereffening op zich te nemen, met een maximum van 132,5 miljoen euro. Dat bedrag staat intussen vast, maar de federale regering wil naar eigen zeggen eerst nog enkele belangrijke technische en juridische aspecten uitklaren alvorens ze dit financiële engagement effectief kan nakomen.

Meer basisinformatie over gemeentelijke participaties (alleen voor VVSG-leden)

Jan Leroy