Auteur:

Gepubliceerd op: 11-09-2020

Tegen 1 januari 2023 wil de Vlaamse Regering komen tot sociale woonmaatschappijen: sociale huisvestingsmaatschappijen (SHM’s) en sociale verhuurkantoren (SVK’s) vormen dan één woonactor met slechts één speler per gemeente: de woonmaatschappij. De Vlaamse Regering heeft nu afspraken gemaakt voor het voorafgaand traject en daarbij een aantal principes uitgezet. Wonen Vlaanderen communiceerde hierover op 10 september.

De VVSG vindt het goed dat ze, net als de koepelorganisaties, betrokken wordt bij het proces. Zo kunnen we de belangen van elk lokaal bestuur in dit traject blijven behartigen, gebaseerd op het eerdere VVSG-standpunt over de sociale woonmaatschappij. Globaal vinden we het merendeel van de VVSG standpunten terug in dit traject, al zijn er wel nog enkele aandachtspunten en vergen sommige vooropgestelde aannames meer concrete uitklaring. Daarbij denken we aan de genoemde generieke herinvesteringsplicht, de zeggenschap in de sociale woonmaatschappij, en het voorziene stopzetten van financiering voor lokale besturen in sociale huisvesting

Voor de VVSG is dit dossier ook verbonden met de regiovorming. Zoals de communicatie van de Vlaamse overheid aangeeft, zal één woonmaatschappij meestal in meerdere gemeenten actief zijn. Intergemeentelijke afstemming zal dan ook nodig zijn. We menen dat de burgemeesteroverleggen het orgaan kunnen zijn waarbinnen deze intergemeentelijke afstemming gebeurt. 

Joris Deleenheer