Gepubliceerd op: 20-05-2020

Het verplichte winstoogmerk voor autonome gemeentebedrijven (AGB) om een volledige btw-aftrek te genieten, wordt in deze coronacrisis tijdelijk genuanceerd.

Niet alleen commerciële bedrijven lijden onder de verplichte sluiting door de coronamaatregelen, ook veel autonome gemeentebedrijven (AGB's) die vrijetijdsinfrastructuur exploiteren gingen dicht. Door het wegvallen van een groot aandeel van de omzet wordt het bijzonder moeilijk om het beoogde winstoogmerk in de praktijk te realiseren. Een circulaire van 15 mei 2020 van de FOD Financiën brengt soelaas.

Deze rondzendbrief gaat over de beoordeling van een winstoogmerk bij een AGB. Beslissing E.T.129.288 van 19 januari 2016 bepaalt dat de winst- of verliespositie uit de activiteiten van een AGB structureel moet zijn en onafhankelijk van toevallige gebeurtenissen langs de inkomsten- of uitgavenzijde. De uitzonderlijke economische omstandigheden door de coronacrisis gelden als een dergelijke toevallige gebeurtenis.

Diverse vrijstellingen in het btw-wetboek zijn verbonden aan het ontbreken van een winstoogmerk. Voor de beoordeling hiervan moeten volgens de fiscus alle activiteiten in aanmerking worden genomen. Een instelling heeft geen winstoogmerk als ze niet de bedoeling heeft winst te maken met het oog op de verdeling daarvan onder haar leden. Dit wordt afgeleid uit de statuten en de concrete feitelijke omstandigheden.

Een AGB met statuten die voorzien in de uitkering van eventuele winsten aan de gemeente en die dit ook daadwerkelijk doet, valt buiten deze btw-vrijstellingen en geniet dus ook een recht op aftrek. Toch kan de fiscus ook dan nog onderzoeken of de statuten niet louter theoretisch zijn en de vrijstelling dus wel geldt. Dit zal bijvoorbeeld het geval zijn wanneer het AGB systematisch verlies maakt, omdat de aan de bezoekers aangerekende prijzen niet volstaan om de exploitatiekosten te dekken. Eventueel kunnen gemeentelijke prijssubsidies in rekening worden gebracht om het AGB rendabel te maken. 

De circulaire van 15 mei 2020 impliceert dat de AGB’s na de heropening niet verplicht zijn om de prijssubsidies sterk op te trekken om het verlies aan omzet (kunstmatig) te compenseren. De minister heeft immers beslist dat de fiscus, bij haar onderzoek of de statuten over het winstoogmerk niet puur theoretisch zijn, geen rekening zal houden met het operationeel resultaat in de periode van 1 maart tot 30 juni 2020. 

Als een AGB in 2020 verliezen lijdt als gevolg van de coronamaatregelen, kunnen deze verliezen dus uitzonderlijk worden weggewerkt met werkingssubsidies om de continuïteit van het bedrijf te verzekeren.

Steven Michiels en Nathalie Wouters (GD&A Advocaten)