Auteur:

Gepubliceerd op: 07-10-2020

Steden en gemeenten zijn doorgaans tevreden over het bestaan en de werking van de Lokale Integrale Veiligheidscel (LIVC) in hun gemeente. Dat is het belangrijkste overlegplatform waar diverse diensten (hulpverleners, politie, …) onrustwekkende signalen bespreken in de strijd tegen radicalisering. Ze vragen de Vlaamse en federale overheid wel om overal en blijvend middelen vrij te maken voor dit overleg en duidelijke criteria voorop te stellen. Er moet ook een betere afstemming zijn tussen alle overheden. Dat zei de VVSG vandaag tijdens een gedachtewisseling in het Vlaams Parlement.

Nood aan ondersteuning:

In de nasleep van de terroristische aanslagen in ons land werd iedere gemeente verplicht om een LIVC op te richten. Wanneer een lokale instantie ernstig twijfelt aan de goede bedoelingen van een individu of groepering, kan ze dit ter sprake brengen op de LIVC en daar delen met andere spelers. Ze bepalen dan samen welk gevolg ze aan de signalen koppelen. Het samenroepen, begeleiden en opvolgen van de LIVC is intensief en gebeurt op diverse werkwijzes. Tot dusver kregen slechts een 10-tal steden hiervoor financiële middelen van Vlaanderen of de federale overheid. Te weinig ondersteuning, vindt de VVSG, voor een orgaan dat zeer goed geplaatst is om signalen te onderscheppen en actie te ondernemen.

Op de LIVC komen allerlei casussen voor. Het gaat dan niet enkel om islamisme, ook indicaties van extreem-rechts of polarisatie komen aan bod. "In 2018 bleek al dat bijna de helft van de Vlaamse gemeenten signalen van polarisatie en van radicalisering opvangt, terwijl één op vijf gemeenten te maken heeft met signalen van rechts-extremisme. Er zijn geen redenen om aan te nemen dat de toestand sindsdien verbeterd is, integendeel. De LIVC is erg arbeidsintensief, het zou goed zijn als veel meer steden en gemeenten hier ook voor gehonoreerd werden," stelt de VVSG.  

Betere afstemming:

De strijd tegen radicalisering is een strijd van alle overheden samen. Toch werken die vandaag nog te versnipperd en te los van mekaar.  Zo pleit de VVSG ook voor een betere doorstroming van gegevens van het OCAD naar de lokale besturen. Ook de federale diensten werken te veel op zichzelf, zonder rekening te houden met de evoluties in ieder landsdeel. Op dit moment is er geen enkel ontmoetingsplatform tussen deradicaliseringsambtenaren van de verschillende regio’s, hoewel de uitdagingen nochtans vergelijkbaar zijn. 

De centrale overheden moeten ook meer rekening houden met de lokale besturen en de partnerorganisaties bij de LIVC. Het is goed dat er nu bijvoorbeeld een decretale oplossing komt voor het probleem van de geheimhoudingsplicht, maar niet iedereen werd bij de opmaak betrokken. De praktijk zal dus nog moeten uitwijzen of iedereen zich achter het principe schaart om van het spreekrecht gebruik te maken.    

Meer stroomlijning:

De LIVC is een goed instrument. Lokaal is men het best geplaatst om signalen te onderscheppen en ermee aan de slag te gaan. De centrale overheden hebben echter onvoldoende nagedacht over het concept in al zijn aspecten en vanuit de raakvlakken op alle bestuursniveaus. "Hierdoor is ieder LIVC verplicht zichzelf uit te vinden en verschilt de werking ook van gemeente tot gemeente," klinkt het.

Daarom gaat de VVSG met de steun van de Europese overheid nu een evaluatietraject uitwerken. Ze doet dat samen met een aantal steden en gemeenten uit Vlaanderen, Duitsland en Nederland. De VVSG wil daarom ook binnen dit Europese traject de nodige standaarden voor LIVC’s ontwikkelen. Mét de lokale besturen en niet over hun hoofden heen.

Nathalie Debast