Auteur:

Gepubliceerd op: 01-07-2020

De Vlaamse regering wil tegen 1 januari 2023 sociale huisvestingsmaatschappijen en sociale verhuurkantoren samenvoegen tot één woonactor met slechts één speler per gemeente, zo zegt het Vlaamse Regeerakkoord. Tegelijk wil de Vlaamse regering de impact van het publiek aandeelhouderschap versterken in de sociale huisvestingsmaatschappijen. Lokale besturen zijn de regisseurs van het lokale woonbeleid. Als regisseur van het lokale woonbeleid is deze hervorming voor lokale besturen dan ook van groot belang.

In een eerste reactie was de VVSG voorzichtig positief. Deze bestuurlijke hervorming kan voordelen hebben en mogelijks leiden tot een performant systeem om een sociaal woonaanbod te realiseren. Wel wezen we erop dat dit sterk afhankelijk is van de modaliteiten en de concrete uitwerking, waarbij de voorziene timing krap is.

De voorbije maanden hebben de bestuursorganen van de VVSG zich hierover gebogen en hun standpunt tegenover dit beleidsvoornemen uitgebreider bepaald:

  • De VVSG ziet kansen voor een versterkte regierol van de gemeenten, onder andere door de versterking van de publieke aandeelhouder in de sociale woonmaatschappij en de realisatie van één duidelijk aanspreekpunt voor de uitvoering van het sociaal woonbeleid. Het vergroten van het aantal en de verbetering van de kwaliteit van sociale woningen blijft daarbij altijd het uitgangspunt.
  • De VVSG vraagt dat de sociale woonmaatschappijen in eerste instantie van onderuit gevormd worden. De lokale besturen zijn hier aan zet, maar de Vlaamse regering kan eventueel mee sturen via criteria in de erkenningsvoorwaarden en het voorzien van procesbegeleiding. Belangrijk is dat de schaal van de nieuwe sociale woonmaatschappij het evenwicht vindt tussen efficiëntie en nabijheid. De VVSG pleit ervoor dat de werkingsgebieden van de sociale woonmaatschappijen zich inschakelen in de regiovorming, om nieuwe 'verrommeling' van het bestuurlijk landschap te vermijden.
  • De VVSG benadrukt dat de sterkte en specificiteit van de diverse types van actoren in de nieuwe sociale woonmaatschappij behouden moeten blijven. De opdracht van de nieuwe actor bevat immers de twee historische aspecten en dat moet zich weerspiegelen in de toekomstige erkenningsvoorwaarden.
  • Het éénloketprincipe is positief: één centraal aanspreekpunt inzake sociale woonprojecten voor zowel de gemeente als één aanspreekpunt in de gemeente voor de kandidaat huurder, zijn een stap vooruit.
  • De Vlaamse overheid dient de eventuele kosten die gemaakt worden om te komen tot één sociale woonactor op zich te nemen. Daarbij dienen lokale besturen-aandeelhouders die verplicht moeten uittreden correct vergoed te worden, waarbij het patrimonium naar waarde wordt geschat. De VVSG vraagt dat de volledige reorganisatie een ‘kosteloze beweging’ voor de lokale besturen en woonactoren is, -zonder dat het budget voor het creëren van extra sociale woningen vermindert.
Joris Deleenheer