Auteur:

Gepubliceerd op: 20-10-2020

De Vlaamse regering gaf op 16 oktober 2020 definitief haar goedkeuring voor de eerste twee uitvoeringsbesluiten bij het Decreet van 3 mei 2019 rond buitenschoolse opvang.

Het decreet legt de regie voor de organisatie van buitenschoolse opvang en de afstemming tussen buitenschoolse activiteiten bij het lokaal bestuur. Het lokaal bestuur krijgt de opdracht een lokaal beleid te ontwikkelen en te beslissen over de besteding en verdeling van de beschikbare financiële, personele, logistieke en infrastructurele middelen. Dit geldt ook voor de subsidie die het lokaal bestuur van Vlaanderen zal krijgen in het verlengde van dit decreet.

De VVSG betreurt dat er nog altijd geen duidelijkheid is over het bedrag dat een lokaal bestuur zal krijgen voor deze nieuwe opdracht, op basis van de parameters en indicatoren opgenomen in het decreet en in de overgangsfase tot 31 december 2026. De VVSG verwacht van de Vlaamse regering bovendien een duidelijk financieel groeipad.


Besluit over het lokaal beleid voor buitenschoolse opvang en activiteiten


Vlaamse beleidsprioriteiten:

Eén van de op 16 oktober 2020 goedgekeurde besluiten is het Besluit van de Vlaamse Regering over het lokaal beleid buitenschoolse opvang en activiteiten.

In het besluit engageert de Vlaamse regering zich om lokale besturen een subsidie toe te kennen voor deze opdracht. Dat gebeurt binnen het kader van de Vlaamse beleidsprioriteiten en de opname ervan in de strategische meerjarenplanning.

Er is sprake van 2 Vlaamse beleidsprioriteiten, zijnde:

  1. de regierol van het lokaal bestuur gekoppeld aan het geïntegreerd aanbod van buitenschoolse opvang en activiteiten, en de te organiseren samenwerking;
  2. de financiering van de kleuteropvang met een kwaliteitslabel.

Subsidie:

De lokale besturen worden gefinancierd om ofwel zelf kinderopvang te financieren ofwel zelf in te richten. In beide gevallen dienen de lokale besturen de staatssteunregels in acht te nemen.

In afwachting van die definitieve subsidieregeling en de volledige overheveling van de subsidie aan lokale besturen vanaf 1 januari 2027, gelden overgangsbepalingen voor de bestaande subsidies voor organisatoren buitenschoolse opvang. Organisatoren van buitenschoolse opvang die daar vandaag een subsidie van Opgroeien voor ontvangen behouden die subsidie gedurende een overgangstermijn van zes jaar (tot 1 januari 2027).

Het lokaal bestuur en elke door Opgroeien gesubsidieerde organisator op het grondgebied van de gemeente (met uitzondering van de vergunde opvang van baby’s en peuters) kunnen een kortere overgangstermijn overeenkomen (ten vroegste vanaf 1 januari 2022).

In dat geval wordt aan het lokaal bestuur tot 1 januari 2027 een subsidie toegekend waarvan het bedrag minstens gelijk is aan de totaliteit van de subsidies van de organisatoren op het grondgebied van de gemeente.

Minister Beke voorziet vanaf 2023 nieuwe subsidie voor lokale besturen. Concreet gaat het om 3,3 miljoen vanaf 2023 en een extra 3 miljoen vanaf 2024. Het BVR beschrijft hoe deze subsidie zal toegewezen worden aan lokale besturen. 

Lokaal samenwerkingsverband:

In het decreet is sprake van een door het lokaal bestuur op te richten lokaal samenwerkingsverband. Dit lokaal samenwerkingsverband kan het lokaal bestuur adviseren, gezamenlijke operationele doelstellingen ontwikkelen en operationele acties coördineren.

Wenst het lokaal bestuur dit niet zelf te organiseren, dan kan het lokaal bestuur een oproep doen om dit geheel of gedeeltelijk over te laten aan een of meer andere actoren. Bij gebrek aan initiatief van het lokaal bestuur, kan een of meer andere actoren die relevant zijn voor buitenschoolse activiteiten, ook zelf het initiatief nemen voor het lokaal samenwerkingsverband.

Principes als neutraliteit, transparantie, functionele scheiding van de rol van lokale regisseur en de rol van organisator, een klachtenprocedure, enz. zijn daarbij leidend.

De tekst en de nota bij het besluit vind je hier.


Besluit over toekenning kwaliteitslabel aan organisatoren kleuteropvang


Op vrijdag 16 oktober 2020 besliste de Vlaamse Regering ook over het besluit tot toekenning van een kwaliteitslabel aan organisatoren van kleuteropvang.

De tekst en de nota bij het besluit vind je hier

Kleuters hebben nog een grotere behoefte aan een ‘veilig nest’, zorg en begeleiding dan kinderen in het lager onderwijs en in het secundair onderwijs. Daarom gelden er specifieke kwaliteitsvoorwaarden om dergelijke opvang op structurele basis te kunnen aanbieden. Het agentschap Opgroeien kan een kwaliteitslabel toekennen voor de opvang van kleuters op voorwaarde dus dat zij voldoen aan de in het besluit opgenomen kwaliteitsvoorwaarden. 


Reactie VVSG


Duidelijkheid:

De VVSG betreurt dat er tot op vandaag geen duidelijkheid is over het bedrag dat een lokaal bestuur kan of zal krijgen op basis van de parameters en indicatoren opgenomen in het decreet, maar ook in de overgangsfase tot 31 december 2026.

De VVSG vraagt al meer dan 2 jaar duidelijkheid over:

  • De huidige subsidie die Kind en Gezin toekent en jaarlijks uitbetaalt aan organisatoren kinderopvang (per gemeente): het gaat hier over een overzicht van de toegekende middelen op basis van de diverse besluiten.
  • Het subsidiebedrag per kind per jaar waarop een lokaal bestuur zal recht hebben vanaf 1 januari 2027.

Bijkomend is er nood aan duidelijkheid over het subsidiesysteem en de subsidiebepalende factoren (vanaf 1 januari 2027). Concreet gaat dit over:

  • Verrekening aantal kwetsbare gezinnen
  • Verrekening aantal kinderen specifieke zorgbehoefte
  • Aandeel subsidiebedrag dat naar kleuteropvang met kwaliteitslabel moet gaan
  • Transitie (opbouw en afbouw subsidie, finaal tegen 2027)

Financieel groeipad:

De lokale besturen worden met dit decreet verantwoordelijk voor de buitenschoolse opvang en activiteiten voor alle kinderen (niet alleen kleuters). Deze verschuiving van verantwoordelijkheid (van Vlaanderen naar de lokale besturen) geeft lokale besturen de opdracht om een aanbod te ontwikkelen dat in voldoende mate beschikbaar, bereikbaar, bruikbaar, betaalbaar, betrouwbaar en kwalitatief is. In de toelichting bij het decreet is er duidelijk sprake van de nood aan een financieel groeipad om dit decreet uit te rollen.

Vlaams Minister Wouter Beke voorziet deze legislatuur extra middelen voor de uitrol van het decreet. Dit bedrag aangevuld met de huidige middelen die vandaag al besteed worden aan de buitenschoolse opvang (circa 80 miljoen) zijn volgens de VVSG onvoldoende om elk lokaal bestuur in staat te stellen om de in het decreet geformuleerde ambities te realiseren. De VVSG verwacht daarom extra middelen van de Vlaamse regering en een duidelijk financieel groeipad.

Ann Lobijn