Auteur:

Gepubliceerd op: 16-12-2020

Een energie- en klimaatpact?


Ministers Somers en Demir lanceren een voorstel voor een lokaal energie- en klimaatpact die ze willen afsluiten met de lokale besturen. Dit voorstel bestaat uit een aantal engagementen van lokale besturen en een aantal gemeenschappelijke doelstellingen waar Vlaanderen samen met de lokale besturen wil aan werken via vier concrete werven. Op korte termijn wil de Vlaamse Regering via overleg met de VVSG komen tot een concreet voorstel van lokaal energie- en klimaatpact die door de gemeentebesturen kan worden onderschreven.

Wat zijn de gemeenschappelijke doelstellingen en de 4 werven?


1. Laten we een boom opzetten: vergroening

  • Eén boom extra per Vlaming tegen 2030 (+6,6 miljoen bomen extra) 
  • 1/2de meter extra haag of geveltuinbeplanting  per Vlaming tegen 2030 (+3.300 km extra)
  • Eén extra natuurgroenperk per 1000 inwoners(= 6.600 perken extra)

Duiding: Dit is een belangrijke actie die je zowel kan situeren in de sfeer van meer bomen en biodiversiteit, alsook een inspanning op vlak van adaptatie. Door ons verstedelijkt weefsel drastisch te gaan vergroenen, zorgen we voor meer mogelijkheden voor retentie van water en infiltratie. Daarnaast worden onze gemineraliseerde steden steeds warmer. Bomen en groen fungeren als natuurlijke airco’s die zorgen dat tijdens de hete zomers het hitte-eiland effect mildert. Deze actie kan je ook heel concreet opnemen met je burgers, bedrijven en verenigingen door allen effectief minimaal één of meerdere stukken plantgoed te laten aanplanten in eigen tuin of op eigen terrein.

2. Verrijk je wijk

  • 50 collectief georganiseerde energiebesparende renovaties per 1.000 wooneenheden vanaf 2021 t.e.m. 2030
  • 1 extra coöperatief/participatief hernieuwbaar energieproject per 500 inwoners tegen 2030 met een totaal geïnstalleerd vermogen van 216 MW tegen 2030 (+12.000 projecten )

Duiding: Deze actie vormt de basis van het mitigatiedeel dat elk klimaatplan moet bevatten en is dan ook absoluut noodzakelijk om de reductiedoelstellingen te halen. Het is ook binnen deze actie waarop VVSG Netwerk Klimaat prioritair kan werken, gezien het netwerk gefinancierd wordt met middelen uit het energiefonds. Meestal splitsen wij deze werf op in drie inhoudelijke belangrijke thema’s:

  • Energie efficiëntie (EE): De eerste focus zou altijd in de eerste plaats moeten liggen op het vermijden van verbruik van energie, door het aanpassen van het patrimonium. Van alle gebouwen kunnen momenteel minder dan 10% als voldoende klimaatneutraal beschouwd worden. Gezien het merendeel van de gebouwen er in 2050 nog steeds zullen staan, is een enorme opschaling van de renovatiegraad noodzakelijk. Daar moeten we gezamenlijk werk van maken door renovatie collectief aan te pakken.

  • Hernieuwbare energie (HE): De energie die we dan wel gebruiken, moet dan zo duurzaam mogelijk opgewekt worden. Hier zijn we samen voor verantwoordelijk. Het inzetten van burgers via rechtstreekse participatie, bijvoorbeeld via coöperaties, is een mooie toepassing om het draagvlak voor HE toepassingen te vergroten. Op die manier hebben burgers inspraak in de werking en mogelijkheid tot een beperkt dividend.

  • Warmte: Het grootste deel van de verbruikte energie gaat naar warmte / verwarmen van gebouwen. De uitdaging om te komen tot een klimaatneutraal Vlaanderen zal zijn om deze gebouwen te verwarmen zonder gebruik te maken van fossiel. Voor de zones met hogere densiteit zal deze warmtevoorziening eerder collectief gebeuren. Voor gebouwen die verder uit elkaar zijn gelegen, waar geen collectieve warmtevoorziening gepland wordt, zullen een individuele oplossing moeten uitwerken.

3. Elke buurt deelt

  • Per 1.000 inwoners 1 “toegangspunt ” voor een (koolstofvrij) deelsysteem tegen 2030 (=6.600 toegangspunten)
  • Per 100 inwoners 1 laadpunt tegen 2030 (=66.000 laadpunten )
  • 1 m nieuw of structureel opgewaardeerd fietspad extra per inwoner tegen 2030

Duiding: In een klimaatneutrale maatschappij beschouwen we mobiliteit veel eerder als een dienst. Het idee is dan ook om het gebruikmaken van mobiliteit veel sterker als een dienst aan te bieden en daarop prioritair in te zetten. Aldus stellen we vast dat gebruikers van deelwagens ook veel meer gebruik maken van andere duurzame mobiliteitsmodi, zoals te voet, met de fiets en het openbaar vervoer voordat ze de deelwagen nemen. Het plaatsen van deelwagensystemen (al dan niet in samenhang met het gebruik ervan als eigen dienstwagens ) is een formule die kan aanslaan en waar we graag concreet mee onze schouders onder zetten. 

De omschakeling naar koolstofvrije deelsystemen, maar zeker ook naar koolstofvrije privé-wagens, vereist een versterkte uitrol van elektrische laadinfrastructuur. Op die manier kunnen we ook de discussie tussen de kip of het ei inzake elektrische mobiliteit doorbreken.

Voor fietsers is een goede infrastructuur belangrijk, in combinatie met globale stimuli om het fietsen te bevorderen.

4. Water is het nieuwe goud

  • 1 m² ontharding per inwoner vanaf 2021 t.e.m  2030 (= 6,6 miljoen m² ontharding )
  • Per inwoner 1 m³ extra opvang of infiltratiecapaciteit voor regenwater vanaf 2021 t.e.m. 2030 (=6,6 miljoen m³ extra regenwater dat wordt opgevangen voor hergebruik of infiltratie)

We zullen in de toekomst meer zorgzaam moeten omspringen met ons water. Water moeten we koester, ophouden, infiltreren… Structureel inzetten op ontharding en hergebruiken van water zijn daarom ook top prioriteit en passen binnen de inspanning die we moeten nemen op het vlak van klimaatadaptatie.


Wat zijn de voornaamste engagementen van lokale besturen?
 

  • De Burgemeestersconvenant 2030 te ondertekenen en uit te werken
  • Een gemiddelde jaarlijkse primaire energiebesparing van minstens 2,09% in hun gebouwen (inclusief technische infrastructuur, excl. Onroerend erfgoed) te realiseren
  • De CO2-uitstoot van hun eigen gebouwen en technische infrastructuur met 40% te reduceren in 2030 ten opzichte van 2015
  • De verLEDding van openbare verlichting tegen 2030
  • Het verhogen van het draagvlak voor hernieuwbare energie
  • De opmaak van lokale warmte- en sloopbeleidsplannen
  • Burgers, bedrijven en verenigingen te stimuleren om samen de concrete en zichtbare streefdoelen uit de 4 werven te behalen. Intergemeentelijke samenwerking om de doelstellingen efficiënt te behalen kan er voor zorgen dat iedereen over de streep getrokken wordt.

Wat zijn de voornaamste engagementen die de Vlaamse overheid aanbiedt?
 

  • Via VVSG Netwerk Klimaat: focus op ondersteuning concrete realisaties, kennisuitwisseling, aanleveren modelreglementen, financieringsoplossingen etc.
  • Versterken van intergemeentelijke samenwerkingsverbanden en bestaande ondersteuningsprojecten (bv. SURE 2050, Raamovereenkomsten, OEPC-contracten,…)
  • Uitwerken faciliterend kader voor lokale energiegemeenschappen
  • Financiële ondersteuning:
    overkoepelend budget voor klimaatacties: 1. Jaarlijks extra budget van 10 miljoen euro (40 miljoen in totaal) 2. Het Vlaams klimaatfonds: geraamd op 27,6 miljoen euro.
  • Burenpremie voor collectieve renovaties: €400 à €600
  • Projectoproepen voor groene warmte, kleine en middelgrote windturbines en middelgrote PV installaties
  • Versterking rollend fonds voor de energetische renovatie van noodkoopwoningen: 40 mio euro
  • Opstartsubsidies elektrische deelsystemen: 10 miljoen euro
  • Plaatsen laadpalen: 15 mio euro
  • Kwalitatieve fietspaden: 150 miljoen euro
  • Verkeersveiligheid schoolfietsroutes: 15 miljoen euro


Wat vinden we met VVSG in eerste instantie hiervan?


Lokale besturen zijn prima geplaatst om klimaatactie te ondernemen. 269 Vlaamse steden en gemeenten engageerden zich via Europese burgemeestersconvenanten al tot lokale klimaatactie. Dit is ook de Vlaamse Regering niet ontgaan. Steden en gemeenten waren al langer vragende partij voor een duurzaamheidspact met de andere overheden. De VVSG is tevreden over de uitgestoken hand en gaat het pact nu verder uitwerken samen met de steden en gemeenten.

Samen met burgers en stakeholders gaan steden en gemeenten op zoek naar oplossingen om de klimaatverandering tegen te gaan of om een antwoord te vinden op de gewijzigde klimaatomstandigheden. Ook Europa wenst tegen 2050 klimaatneutraal te zijn en kijkt hiervoor ook naar de lokale besturen.  Het is motiverend dat het beleid gelooft in de lokale kracht, maar lokale besturen kunnen de uitdagingen van de klimaat transitie niet alleen aan.

Het pact dat de Vlaamse ministers Somers en Demir voorstellen, gaat over een aantal werven zoals deelmobiliteit en renovatie. Het moet nu nog verder concreet uitgewerkt worden naar ondersteuning en opvolging toe, en dit samen met de steden en gemeenten, in de schoot van VVSG-werkgroepen en politieke bestuursorganen. Doel is om tot pact te komen met een gedeelde visie over doelstellingen die Vlaanderen en het lokale niveau samen willen bereiken.  We ijveren voor een blijvende impact en een structurele versterking van de capaciteit van lokale besturen. Naast concrete klimaatacties zal de VVSG hierbij ook aandacht blijven hebben voor sociale samenhang.


Wat vinden lokale besturen hiervan?


Met VVSG willen we graag luisteren naar wat lokale besturen vinden van de voorliggende teksten en horen we ook graag uw opmerkingen.

Voor mensen van lokale besturen die graag samen mee discussiëren over het thema en mondeling input willen geven houden we een digitale overlegvergadering op dinsdag 5 januari 2021 om 15uur. 

Graag krijgen wij uw opmerkingen via mail aan cedric.depuydt@vvsg.be.

Cedric Depuydt