Auteur:

Gepubliceerd op: 27-05-2021

Het is goed dat de Vlaamse Regering verder werk wil maken van extra laadpunten; steden en gemeenten zijn al even vragende partij en willen hierbij een rol spelen. Toch heeft de VVSG ook bedenkingen bij het lokale laadpaalplan dat ministers Somers deze week in de pers lanceerde. Vooral het laden over de stoep, de zogenaamde ‘oprotpremie’ en de tegengestelde signalen uit de verschillende departementen roepen vragen op. De VVSG is nu in gesprek met de kabinetten van de ministers Peeters en Somers en hoopt op een stroomlijning van het aanbod.

 

Diverse acties

 

Het lokale laadpaalplan legt een grote verantwoordelijkheid bij de lokale besturen. Logisch, ze kennen de behoefte het beste, weten welke plekken geschikt zijn en welke spelers kunnen bijdragen.

Het plan omvat een aantal acties, zoals het toelaten dat men de wagen oplaadt met een laadkabel over de stoep. In het algemeen zijn steden en gemeenten hier nochtans geen voorstander van, er zijn nu slechts een handvol steden die dit toestaan. De lokale context is erg belangrijk, het heeft gevolgen op vlak van veiligheid en toegankelijkheid van de openbare ruimte voor andere gebruikers, zeker voor diegenen die minder mobiel zijn. Ook de ‘oprotpremie’ waarbij steden en gemeenten mensen belonen die de laadplek verlaten na het laden, gaat voorbij aan de lokale visie en praktijk. Het is vanzelfsprekend dat mensen na de laadsessie plaats maken voor een andere gebruiker. Doen ze dat niet, dan kan een rotatietarief toegepast worden, doorgaans het geldende parkeertarief.  We ijverden eerder voor een aanpassing van de wegcode waarbij wie niet wegrijdt na het laden bekeurd kan worden.

 

Afstemming noodzakelijk

 

Het actieplan lijkt ook voorbij te gaan aan de complexiteit van dit dossier en het studiewerk dat al werd gedaan. Zo werkt het departement MOW momenteel aan ‘potentieelkaarten’: een overzicht van de beste plaatsen voor laadpalen obv verschillende parameters, o.a. de vraag naar laadpalen en  de kracht van het elektriciteitsnetwerk. Dit wordt eerst in kaart gebracht in de centrumsteden en daarna aansluitend verder uitgerold in de andere steden en gemeenten. Het is ons niet duidelijk hoe de aanpak van een laadplan per gemeente zich hiertoe verhoudt? Het is goed dat er nu afstemming komt binnen de Vlaamse overheid zelf. Hetzelfde geldt voor afstemming met de lokale besturen over de modelreglementen die minister Somers aankondigt.

 

Samenwerking met bedrijven

 

De oproep die minister Peeters vorige week lanceerde naar bedrijven etc, biedt veel potentieel. Gemeenten kunnen hiertoe het gesprek aangaan met lokale bedrijven, maar het is voor alle duidelijkheid niet de bedoeling dat de gemeenten die laadpalen zelf plaatst. De Vlaamse projectoproep voor deze laadinfrastructuur richt zich immers tot deze bedrijven, die zo de laadpalen kunnen installeren.  En wat met verantwoordelijkheid voor die terreinen na sluiting? Idem voor private eigenaars die overtuigd zouden moeten worden om niet-verkochte parkeerplaatsen - bijvoorbeeld een parkeergarage onder een appartementsgebouw - gemakkelijker om te zetten in publieke laadplaatsen.

 

Lokaal klimaatplan

 

De VVSG hoopt tenslotte dat de Vlaamse Regering het lokaal energie- en klimaatplan dat voorziet in de extra laadpalen binnenkort effectief goedkeurt.  Op dit moment telt Vlaanderen 4.700 laadpunten, het moeten er 66.000 worden.

De VVSG verzamelt en actualiseert basisinformatie voor gemeenten op de webpagina E-Mobiliteit.

Nathalie Debast