Auteur:

Gepubliceerd op: 08-04-2019

Vandaag kunnen springstoffabrieken en opslagplaatsen enkel met een vergunning opgericht, verbouwd en verplaatst worden. Het college van burgemeester en schepenen of de deputatie neemt kennis, voert onderzoek, geeft advies en verleent de vergunning. Wanneer springstoffen de openbare veiligheid in gevaar brengen, mag de burgemeester of gouverneur producten doen aanslaan, na advies van de FOD Economie.

De minister van Economie werkt al enige tijd aan een modernisering van de Belgische reglementering over springstoffen, naar aanleiding van onder meer nieuwe Europese normen inzake productveiligheid. Eerder werden al de regels over de verkoop gewijzigd. Nu ligt een ontwerp van Koninklijk Besluit voor over de opslag van springstoffen, samen met een aantal technische nota's. Het ontwerp wordt voorlopig niet ondertekend door de regering in lopende zaken.

Het ontwerp bepaalt dat gemeente en provincie geen actieve rol meer zullen spelen bij het afleveren van een vergunning voor opslagplaatsen en springstoffabrieken. De minister en zijn diensten zullen in de toekomst volledig zelf die beslissing kunnen nemen. Afhankelijk van het type opslagplaats zal een melding aan of een vergunning van de FOD Economie nodig zijn. Er wordt ook in vrijstellingen voorzien.

Daardoor zal de bevoegdheid van gemeenten en provincies verdwijnen om advies te geven. Dat kan nochtans nuttig zijn in functie van de geografische ligging, plaatselijke milieuomstandigheden en openbare veiligheid. Een andere reden om de gemeente in de procedure te betrekken is dat dergelijke vergunning zich, wat betreft de locatie, moet conformeren aan de stedenbouwkundige bestemming. Daar heeft de federale wetgever immers geen bevoegdheid in.​

Meer informatie over de opslag van vuurwerk in kleinhandel en andere opslagplaatsen.

Tom De Schepper