Auteur:

Gepubliceerd op: 26-05-2021

Het burgemeestersconvenant kan een reden zijn om een vergunning te weigeren. De vergunningverlenende overheid moet in elk geval inhoudelijk argumenteren waarom ze toch een vergunning geeft, als de gemeente het burgemeestersconvenant inroept tegen een vergunningsaanvraag. Dat blijkt uit een uitspraak van de Raad voor Vergunningsbetwistingen (RvVb) over een tankstation in Boechout. De RvVb schorst die vergunning, omdat de gemeente het burgemeestersconvenant inriep en de vergunningverlenende overheid daar niet dieper op inging. 

Een vergunning kan worden geweigerd indien het aangevraagde onwenselijk is in het licht van doelstellingen of zorgplichten uit andere beleidsvelden dan ruimtelijke ordening (art. 4.3.4 VCRO). De zorg voor het klimaat is zo'n doelstelling of zorgplicht wanneer de gemeente het burgemeestersconvenant onderschrijft.

De vergunningverlenende overheid is niet verplicht de vergunning te weigeren, maar ze moet wel “een zorgvuldig onderzoek voeren om het advies (van de gemeente) te ontmoeten of gemotiveerd te weerleggen". Uit de motivering moet blijken of het project verenigbaar is met de door de gemeente gestelde klimaatdoelstellingen, en of hieraan kan worden tegemoetgekomen door milderende maatregelen of voorwaarden. In Boechout was hier niet aan voldaan: het negatief advies van de gemeente werd afgewezen omdat het “geen geldige wettelijke reden tot het milieutechnisch weigeren van de aanvraag” zou zijn. De RvVb vond bovendien dat de ligging van het tankstation in woongebied beter gemotiveerd moest worden. 

Indien toch een vergunning mogelijk is, dan moet dat zonder einddatum. Dat is jammer, want terwijl het wagenpark stelselmatig vergroent, moeten dus eeuwigdurende vergunningen afgeleverd worden voor tankstations. In de lopende evaluatie van de omgevingsvergunning vragen de gemeenten dan ook om meer mogelijkheden om toch een einddatum op te nemen in een vergunning.

Steven Verbanck