Auteur:

Gepubliceerd op: 12-12-2020

De VVSG vreest dat de bouwshift ook na de voorgestelde bijsturingen op Vlaams niveau aan het Instrumentendecreet niet of slechts zeer gedeeltelijk kan worden gerealiseerd. Steden en gemeenten krijgen heel wat verantwoordelijkheid in de realisatie van de bouwshift maar de financiële kosten dreigen zodanig op te lopen dat de factuur voor hen onbetaalbaar wordt. Dat heeft vooral te maken met de hogere planschadevergoeding die ze moeten betalen bij herbestemming van gronden.  

43.000 hectare grond:

Vlaanderen telt vandaag  43.000 ha grond die het bouwen van woningen toelaat.

70% ervan zijn bouwgronden in woongebied die nog niet bebouwd zijn. De Vlaamse overheid legt het initiatief om  slecht gelegen bouwgrond te herbestemmen, nu duidelijk bij de gemeenten. Dat is een goede zaak, de gemeente kent de ruimtelijke situatie immers het beste. Dat de Vlaamse overheid de factuur echter volledig bij de gemeenten legt, maakt de bouwshift echter onbetaalbaar voor de steden en gemeenten. De planschadevergoeding wordt voortaan berekend op basis van de actuele waarde in plaats van de geïndexeerde waarde bij verwerving, en de volledige oppervlakte komt in aanmerking in plaats van tot 50 meter van de straatkant,….

De Vlaamse overheid plaatst de overige 30% van de gronden, nl. die in woonreservegebied, tot 2040 onder een stolp, goed voor 12.000 hectare gronden. De gronden kunnen enkel nog maar worden bebouwd als de gemeenteraad er toestemming voor geeft. Indien de gemeente de bestemming van een woonuitbreidingsgebied op basis van een ruimtelijk uitvoeringsplan (RUP) wil wijzigen, bijvoorbeeld naar open ruimte of parkgebied, zal ze ook dan een planschadevergoeding moeten betalen. Indien er met deze gebieden in 2040 niets is gebeurd, neemt de Vlaamse overheid zelf initiatief voor een herbestemming naar landbouw of natuur en betaalt het een schadevergoeding.  

Administratieve verbeteringen:

In de het nieuwe voorstel ziet de Vlaamse overheid af van een aantal instrumenten die niet rijp waren om te worden ingevoerd, zoals de convenanten die de gemeenten met de Vlaamse overheid moest sluiten. Ook de verscherpte motiveringsplicht, waarbij de overheid telkens expliciet moet motiveren waarom zij een bepaald instrument inzet, gaat niet door. Dit komt tegemoet aan een vraag van de VVSG.

Instrumentendecreet:

De Vlaamse overheid wil dat we tegen 2040 geen hectare bijkomende open ruimte meer aansnijden voor bebouwing. Dat betekent dat we de bebouwing van slecht gelegen bouwgronden ook daadwerkelijk moeten tegengaan. Dat is de bouwshift.

De gemeenten scharen zich achter die doelstelling. Eerder gaven gemeenten al aan samen met de Vlaamse overheid te willen inzetten op een kwaliteitsvolle leefomgeving. Ze hebben terreinkennis en via de opmaak van ruimtelijke plannen kunnen ze voorkomen dat teveel op slecht gelegen plekken wordt gebouwd. Omdat er een ruim overschot aan bouwgronden is, is die uitdaging enorm. Het ontwerp van Instrumentendecreet brengt de instrumenten bijeen die overheden moeten helpen om die ruimtelijke projecten te realiseren. Hoe het er nu uitziet, zal dat objectief niet gehaald worden, aldus de VVSG. Dat zei de VVSG ook eerder al tijdens een hoorzitting in het Vlaams Parlement.

 

Nathalie Debast