Auteur:

Gepubliceerd op: 01-07-2020

Het Vlaamse regeerakkoord kondigde het al aan: Vlaams minister van Wonen Matthias Diependaele maakt tot 50% cofinanciering beschikbaar voor het bouwen, kopen, renoveren en inrichten van (al dan niet verplaatsbare) noodwoningen. Ook de renovatie en inrichting van bestaande noodwoningen komen in aanmerking voor subsidiëring. Gemeenten of OCMW’s kunnen een projectvoorstel indienen via een digitaal aanvraagformulier tot 15 oktober 2020. Samenwerking met andere lokale besturen, met een provinciebestuur of met een welzijnsvereniging is ook mogelijk. Volgens de Beleidsnota Wonen zal er jaarlijks een soortgelijke oproep gebeuren. Dit en volgend jaar is er volgens het begrotingsdecreet alvast 8 miljoen euro beschikbaar. 

Het projectvoorstel wordt beoordeeld door een beoordelingscomité, op basis van diverse criteria, gaande van de behoefte aan noodwoningen in de gemeente, het innovatieve karakter, de inbedding in een breder woningkwaliteitsbeleid en/of beleid ter voorkoming van dakloosheid, het bevorderen van de doorstroming, enzovoort. Alle criteria zijn na te lezen op de website van Agentschap Wonen Vlaanderen en in de concrete projectoproep.

De Vlaamse cofinanciering betreft een investeringssubsidie. Kosten die in aanmerking komen zijn dus de ‘kosten voor de bakstenen’: voor aankoop, renovatie, bouw, voor de verwerving van het zakelijk recht en de inrichting. De projectoproep biedt dus zeker de kans om extra noodwoningen te realiseren of een aantal noodzakelijke opfrissingen en renovaties te doen. De projectoproep verduidelijkt wat concreet in rekening kan worden gebracht.

Personeels- en werkingskosten, beheerskosten, kosten verbonden aan de huur van een woning of de jaarlijkse vergoeding voor een zakelijk recht kunnen niet ingediend worden voor subsidiëring. Voor de noodzakelijke woonbegeleiding is dus ook geen financiering voorzien. Nochtans is de mate van goede doorstroming in een noodwoning sterk afhankelijk van de begeleiding. Die begeleiding is erg tijdsintensief en vergt dus ook een substantiële personeelskost, voor meerdere jaren.

Joris Deleenheer