Auteur:

Gepubliceerd op: 08-03-2021

De hulpverleningszones krijgen de volgende vier jaar 139 miljoen extra aan federale dotaties. De minister van Binnenlandse Zaken, Annelies Verlinden, had er reeds naar verwezen in haar beleidsnota. In de Kamercommissie Binnenlandse Zaken maakte ze begin februari duidelijk dat de structurele verhoging ingezet wordt met 25 miljoen euro in 2021: “Cette augmentation structurelle sera étalée entre 2021 et 2024: 25 millions en 2021, 10 millions en 2022, 2 millions en 2023 et 5 millions en 2024. Il en résulte que les dotations fédérales seront augmentées de façon structurelle d'un montant de 42 millions en 2024.” Concreet betekent dit dat het budget voor de federale dotaties zal stijgen van 152 miljoen euro in 2020 naar 194 miljoen euro in 2024. De ministerraad van 5 maart keurde, op voorstel van minister Verlinden, de eerste schijf van 25 miljoen euro goed.

Deze extra middelen zijn zeer welkom. Sinds 2018 zijn de federale dotaties ongewijzigd gebleven. Onderzoek van Netwerk Brandweer heeft ook uitgewezen dat de personeelskosten jaarlijks gemiddeld stijgen met 10 miljoen euro en dit enkel voor de Vlaamse hulpverleningszones. De stijging van de loonkosten zijn louter te wijten aan de indexering van de lonen en de stijging in loonbarema’s. Deze stijging is recurrent wat betekent dat in 2025 de gewone uitgaven van de zones gestegen zullen zijn met 60 miljoen euro ten opzichte van 2019. Cumulatief betekent dit dat voor de hele periode 2020-2025 de zones 210 miljoen euro extra zullen moeten uitgeven om hun wettelijke opdrachten uit te voeren.

De federale dotatie, die bestaat uit de basisdotatie en de aanvullende dotatie, worden in 2021 verhoogd met 16,44%.  Eind maart zullen de zones de exacte cijfers voor hun zone ontvangen.  De uitbetaling is voorzien in het tweede kwartaal van dit jaar.

Minister Verlinden verwees in de Kamercommissie ook naar de 50/50-kostenverdeling. De Wet Civiele Veiligheid bepaalt immers dat de lokale overheden en de federale overheid een gelijke bijdrage moeten leveren aan de financiering van de hulpverleningszones. De concrete invulling van dit principe is nog steeds niet uitgeklaard. Volgens de Wet Civiele Veiligheid moet dit vastgelegd worden in een koninklijk besluit, na overleg met de steden en gemeenten. Minister Verlinden heeft opdracht gegeven aan haar administratie om dit koninklijk besluit voor te bereiden.

De minister gaf in de Kamer wel reeds een inkijk welke richting zij wil uitgaan: "[...] le principe du 50/50 n'est pas un objectif à atteindre en soi et à tout prix. Il s'agit d'éviter que les communes ne doivent subir financièrement les obligations imposées par l'État fédéral. Ce principe est donc essentiellement une garantie pour les communes qu'elles ne payeront pas plus pour les services d'incendie que ce qu'elles payaient au moment du passage en zone de secours. Concrètement, les coûts résultant de la réforme doivent être supportés par l'État fédéral. Il convient donc de vérifier si ces coûts sont couverts par les dotations fédérales aux zones de secours.” Zij sluit hierbij aan bij reeds eerder geformuleerde voorstellen van voorgaande ministers van Binnenlandse Zaken.

De berekening van de meerkosten van de hervorming is nog niet afgerond. De meerkosten verbonden aan de eindeloopbaanmaatregelen alsook de meerkosten van de operationele werking moeten nog in kaart gebracht worden. De FOD Binnenlandse Zaken schrijft een nieuwe overheidsopdracht uit om de berekening van de meerkosten te finaliseren. Een eerste aanbesteding leverde geen kandidaten op. VVSG en Netwerk Brandweer zijn zeer tevreden met het initiatief van de minister maar vragen ook dat de verzelfstandigingskosten meegenomen worden in deze overheidsopdracht. De oprichting van een nieuwe organisatie en de uitbouw van een administratief kader brengt uiteraard ook meerkosten met zich mee.

Kris Versaen