Maatschappelijke dienstverlening vindt haar oorsprong in het recht van iedereen om menswaardig te kunnen leven. Het begrip menselijke waardigheid ligt dan ook verankerd in de Belgische Grondwet (artikel 23) en in de OCMW-Wet (artikel 1).

Hoewel de menselijke waardigheid nog steeds sterk gekoppeld wordt aan het materiƫle (onvoldoende inkomsten), wordt de globale persoonlijke situatie van de burger vandaag meer en meer in ogenschouw genomen. De levenssituatie van de burger wordt hier dan minimaal afgetoetst aan onze grondrechten.

Het OCMW heeft als opdracht om via passende hulpverlening in die maatschappelijke dienstverlening te voorzien. Ze doet dit aan de hand van wettelijke opgelegde taken, wettelijk voorziene taken en lokaal gekozen dienstverlening.