Resultaat van deze stap:

Resultaat 1

Je hebt een duidelijk (en bij voorkeur visueel) overzicht van mogelijke interne en externe organisaties, netwerken, personen enz. die kunnen bijdragen aan de uitwerking en realisatie van je visie.
In dit overzicht is duidelijk relief gebracht naar belang voor uitwerking van de visie, voor de realisatie van de visie, hun houding ten aanzien van decreet en lokale regie, hun bijdrage aan de realisatie van de kinderrechten enz. 

Resultaat 2

Er is een beschrijving van elk van deze betrokkenen aan de hand van de partnerfiche. Een individueel overleg of overleg met deze interne en externe betrokkenen is daarvoor aangewezen.

 

Wat kan je doen?

Actie 1

Fiche om je betrokkenen in kaart te brengen maken of aanpassen: wat wil je weten van elke betrokkene?

Actie 2

Met de interne werkgroep nadenken en mogelijke betrokkenen die er lokaal zijn oplijsten. Gebruik de visuele voorstelling van de Leefwereld van kinderen als inspiratiebron. Raadpleeg zeker ook de sociale kaart.

Actie 3

De mogelijke betrokkenen intern en extern beschrijven aan de hand van de partnerfiche.
Een eerste verkennend gesprek plannen met elk van deze betrokkenen (zie Workshop 6: Hoe zet je de eerste stap naar mogelijke partners? )

Of

Een eerste verkennend overleg plannen met deze betrokkenen (zie Workshop 7: De eerste vergadering met de partners, jij als trekker )

Vragen die je je kan stellen:

  • Betrek je iedereen onmiddellijk of start je met enkele kernpartners?
  • Denk niet alleen over betrokkenen als organisaties, maar ook vanuit personen (samenwerken heeft altijd ook een menselijke component)
  • Vermijd een groep die enkel bestaat uit gelijkgezinden

 

 

Te gebruiken instrumenten

  • Partnerfiche
  • Raadpleeg zeker ook de sociale kaart, zie https://www.desocialekaart.be/
  • Leefwereld van het kind