Resultaat van deze stap:

Je hebt een duidelijk zicht op de lokale situatie inzake buitenschoolse opvang en buitenschoolse activiteiten. De huidige lokale situatie is beschreven, met zijn sterktes, zwaktes, uitdagingen en bedreigingen, aan de hand van het Kinderrechtenkader.

Wat kan je doen?

Actie 1

Maak een beschrijving van de lokale situatie met in beeld gebracht

Aantal kwantitatieve gegevens:

  • Aantal scholen basisonderwijs (kleuter en lager onderwijs)
  1. met hun leerlingenaantal (zie ook aantal kinderen schoollopend in de gemeente)
  2. eventuele specifieke kenmerken van die school en de leerlingen (vb. bijzonder onderwijs)
  3. gesitueerd op een kaart van je gemeente
  4. met een beschrijving van het aanbod voor- en naschoolse opvang en vakantie-opvang in die scholen
  • Aantal kinderen woonachtig in de gemeente (samenstelling doelgroep)
  1. indien relevant, gesitueerd op een kaart naar deelgemeente of wijk
  2. eventuele specifieke kenmerken van een wijk of deelgemeente genoteerd (% kansarmoede, enz.)
  • Buitenschoolse opvangvoorzieningen (IBO, lokale dienst, gezinsopvang met een buitenschools opvangaanbod enz)
  1. met hun aantal ingeschreven kinderen (kinddossiers)
  2. gesitueerd op een kaart van je gemeente
  3. met het aanbod voor- en naschoolse opvang en vakantie-opvang
  • Ander actoren die ook een ‘opvangrol’ opnemen (speelpleinwerk, kampen, sportlessen enz.)
  1. met hun aantal ingeschreven/deelnemende kinderen
  2. gesitueerd op een kaart van je gemeente
  3. met een beschrijving van dit concreet aanbod
  • Eventuele samenwerkingen die er vandaag al zijn (met welke partners, wanneer, hoe enz)

  

Aantal kwalitatieve elementen

Gebruikersinzichten (tevredenheidsmetingen ouders, gesprekken met kinderen enz.) (zie dag 3 Lerend netwerk Participatie)

 

Reflecteer over dit aanbod vanuit het Kinderrechtenkader (en maak dus een SWOT-analyse, aan de hand van het Kinderrechtenkader): 

Vorm geven als lokaal bestuur aan de buitenschoolse opvang en buitenschoolse activiteiten vertrekt vanuit de rechten van het kind, zijnde: 

  • uitbouwen aanbod als een recht voor elk kind (voor wie is er aanbod)
  • met een recht op een maximale vrije keuze van elk kind (je geeft je aanbod zo vorm zodat het kind kan kiezen)
  • met een gevarieerd aanbod aan activiteiten op maat van het kind (rusten, niets doen, creëren, ontmoeten, spelen, sporten, cultuur beleven, leren enz.) (welk aanbod is er)

Dit gevarieerd aanbod zet in op: recht op spelen, op bewegen, op rust en op ontwikkelen

  • met een aanbod zonder en met ontwikkelingsdoel 
  • met het recht van kinderen op medezeggenschap
     

Vb. 
Als een recht voor elk kind:


Is er in jouw gemeente een aanbod voor elk kind dat in de gemeente woont/schoolloopt? 

  • Sterktes/zwaktes 

Is je aanbod toegankelijk voor kinderen met een specifieke zorgbehoefte en maken zij ook gebruik van dit aanbod? 
Nemen ook kinderen uit kwetsbare gezinnen deel aan de buitenschoolse activiteiten? 
Is je aanbod bereikbaar voor kinderen zonder vervoer van ouders/grootouders? 
….

  • Uitdagingen

Is er een stijgend geboortecijfer in de gemeente en dus mogelijks een stijgende vraag te verwachten en kan het huidig aanbod deze stijgende vraag beantwoorden? 
Hoe kan aanbod nog meer toegankelijk en bruikbaar worden voor kinderen met een specifieke zorgbehoefte? 
Kan vakantie-aanbod ook toegankelijk worden voor kinderen die niet wonen in de gemeente (maar bijvoorbeeld wel schoollopen in de gemeente)? 
….

  • Bedreigingen 

Zijn er mogelijks partners die hun opvangaanbod willen afbouwen? 
Zijn er financiële noden waardoor mogelijk prijsbeleid zou wijzigen (en aanbod bv. minder toegankelijk zou worden voor kwetsbare gezinnen)?
 

Te gebruiken instrumenten