Tijdens deze crisis waren er in totaal 7 "beddenhuizen" van de schakelzorgcentra actief. Op deze pagina kan je de adressen van de actieve schakelzorgcentra vinden.

De schakelzorgcentra met een erkennings al beddenhuis zijn vandaag allemaal gesloten. 

  • Sint-Truiden: actief van 30 maart tot 22 mei
  • Aalst: actief van 9 april tot 25 mei
  • Beersel: actief van 11 april tot 11 mei
  • Vilvoorde: actief van 17 april tot 12 mei
  • Tienen: actief van 8 april tot 20 mei
  • Landen: actief van 8 april tot 12 mei
  • Lubbeek: sluitingsdatum nog net gekend

De schakelzorgcentra zonder bijkomende erkenning voor de uitbating als beddenhuis moeten na 18 mei 2020 hun infrastructuur niet langer ter beschikking houden.

De opdracht om vraag en aanbod op elkaar af te stemmen, blijven alle schakelzorgcentra, zowel die met als die zonder een geactiveerd beddenhuis, wel verder uitvoeren tot 30 juni 2020, waarna die opdracht overgenomen wordt door de zorgraden van de eerstelijnszones.

Alle informatie over de sluiting van de schakelzorgcentra is terug te vinden in het draaiboek 1.6.

Momenteel hebben de ziekenhuizen nog voldoende opvangcapaciteit om alle patiënten op te nemen die zich aandienen. Wanneer de toestroom van patiënten zo sterk oploopt dat ziekenhuizen dreigen vol te lopen, dan zullen bepaalde patiënten tijdelijk opgevangen kunnen worden in schakelzorgcentra. Die centra zorgen zo voor extra noodcapaciteit. Zorg en Gezondheid heeft nu een draaiboek (versie 1.6.) opgesteld waarmee de gouverneurs, lokale besturen en zorgverleners op het terrein snel de uitvoer kunnen starten van dergelijke schakelzorgcentra. Afhankelijk van de nood kunnen er tot 30 centra in heel Vlaanderen opgericht worden.

 In dat draaiboek staan concrete richtlijnen en adviezen over wie wat moet doen om een schakelzorgcentra op te richten, welke logistieke voorwaarden vervuld moeten worden, wie de doelgroep is en welk personeel voorzien moet worden in de centra. De schakelzorgcentra moeten georganiseerd worden op het niveau van de eerstelijnszones, met potentieel één schakelzorgcentrum per twee of drie eerstelijnszones. Met 60 dergelijke eerstelijnszones in Vlaanderen, betekent dat dat er in totaal een 30-tal schakelzorgcentra kunnen ontstaan. Ze zouden starten met een 30-tal bedden per schakelzorgcentrum maar ze moeten voorzien om te kunnen uitbreiden tot 50.

De gouverneurs zullen in elke regio een noodplanningscoördinator aanstellen en de opdracht geven te zoeken naar geschikte infrastructuur. Dat kunnen bijvoorbeeld hotels zijn, leegstaande zorggebouwen, kloosters enzovoorts. Daarnaast moeten de nodige administratieve en logistieke afspraken gemaakt worden om het schakelcentrum zeer snel op te starten wanneer dat nodig zou zijn. Naast financiële ondersteuning die voorzien zal worden, zorgt dit draaiboek voor de praktische ondersteuning van de lokale partners.

De Vlaamse overheid zal een duidelijk signaal geven om de schakelzorgcentra in een bepaalde regio in nood te activeren.

Het doelpubliek voor deze centra zijn enerzijds mensen, zowel COVID-19-patiënten als anderen, die medisch gezien het ziekenhuis mogen verlaten, maar die (dikwijls om sociale redenen) nog niet naar huis kunnen, bijvoorbeeld omdat de zorg thuis nog niet continu gegarandeerd kan worden. Anderzijds kunnen ook COVID-19-patiënten opgevangen worden die nog herstellend zijn, maar die al sterk genoeg zijn om het ziekenhuis te verlaten, zolang zij maar zorgvuldig klinisch toezicht krijgen zodat ze bij eventuele achteruitgang snel terug naar het ziekenhuis verwezen worden. Ook vanuit de triageposten van de huisartsen en in heel precaire situaties vanuit de thuissituatie zelf kunnen mensen naar de schakelopvang gestuurd worden (mits medische check via de spoeddienst van het ziekenhuis) in afwachting van ziekenhuisopname of een terugkeer naar huis.

Het draaiboek geeft aan welke profielen nodig zijn, de lokale besturen en eerstelijnszones moeten onderzoeken waar ze die profielen in hun regio kunnen halen.

Nu het zwaartepunt van de COVID-19-epidemie is verschoven van de ziekenhuizen naar de verschillende zorgvoorzieningen in de eerste lijn, kan het netwerk dat rond een schakelzorgcentrum opgebouwd werd, ingezet worden voor een vervolgopdracht: de vragen om hulp van zorgvoorzieningen in hun eerstelijnszones afstemmen op het aanbod aan helpende handen. Dit draaiboek beschrijft de rol van de schakelzorgcentra om vraag en aanbod bij elkaar te brengen en geeft adviezen hoe dat te doen.

 

In de nieuwe versie van het draaiboek (1.3.) wordt het financieel kader toefelicht.  Het Agentschap Zorg en Gezondheid en het Agentschap Binnenlands Bestuur werkten intens samenwerken om een juridisch, bestuurlijk en financieel kader te creëren. Voor elk schakelzorgcentrum wordt een penvoerende organisatie aangeduid. Die penvoerende organisatie zal van de Vlaamse overheid de subsidies voor het schakelzorgcentrum ontvangen. Wordt er gekozen voor het juridische kader van een interbestuurlijk samenwerkingsverband (zie punt 12 van het draaiboek, Juridisch kader) om het schakelzorgcentrum op te richten, dan moet de penvoerende organisatie de gemeente zijn die in de samenwerkingsovereenkomst die afgesloten wordt tussen alle deelnemende rechtspersonen, aangesteld wordt als de beherende gemeente, waar de zetel van het samenwerkingsverband gevestigd wordt en die het samenwerkingsverband vertegenwoordigt. Dat wordt bepaald in artikel 394 van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur.

Slechts één correct aangemeld schakelzorgcentrum per 2 à 3 eerstelijnszones komt in aanmerking voor financiering. Als er meerdere initiatieven zijn, bepaalt de gouverneur welk schakelzorgcentrum aangemeld wordt. De gouverneur bezorgt per schakelzorgcentrum in zijn provincie de naam van de gemeente die aangeduid wordt als penvoerende organisatie.