Inburgeringsbeleid

Het Vlaamse inburgeringsbeleid heeft als doel dat elke Vlaming actief aan de samenleving kan deelnemen. Het volgen van een inburgeringstraject is een geschikte manier om ‘nieuwe Vlamingen’ die kans te geven. Ze kunnen bij de Agentschappen Integratie en Inburgering een vormingsprogramma volgen dat bestaat uit lessen Nederlands, maatschappelijke oriëntatie en loopbaanoriëntatie.

Volgens het Decreet betreffende het Vlaamse integratie- en inburgeringsbeleid van 7 juni 2013 heeft iedere meerderjarige vreemdeling of Belg van vreemde herkomst die legaal en langdurig in Vlaanderen of Brussel woont recht op een inburgeringstraject. Een deel van hen is bovendien verplicht om een inburgeringstraject te volgen. De agentschappen voor integratie en inburgering verzorgen de toeleiding van minderjarige anderstalige nieuwkomers naar een geschikte school of naar het onthaalonderwijs. Als het nodig is, worden ze ook begeleid naar welzijns- en gezondheidsvoorzieningen. De gemeente informeert hen over het socio-culturele aanbod in de gemeente. Denk aan verenigingen, sportieve en culturele activiteiten, jeugdvoorzieningen. Alle informatie over wie mag of moet inburgeren vind je terug op www.vreemdelingenrecht.be.

Meer Info
 

Rol gemeenten en OCMW's

A. Het informeren en doorverwijzen van nieuwkomers

Artikel 32 van het integratie- en inburgeringsdecreet vermeldt dat de gemeente waar de nieuwkomer zich voor het eerst inschrijft, die persoon informeert over inburgering en hem doorverwijst naar het één van de agentschappen. Het gemeentelijk onthaal is vaak de toegangspoort, het eerste loket waar nieuwkomers zich aanbieden.

Een lokaal bestuur kan verschillende stappen ondernemen om nieuwkomers zo vlot mogelijk naar inburgering door te verwijzen. Je kan hiervoor samenwerken met het Agentschap Integratie en Inburgering, de stedelijke agentschapen Atlas (Antwerpen) en In-Gent (Gent). De agentschappen stellen hiervoor informatiemateriaal ter beschikking van de gemeenten.

  • Concreet lichten de eerstelijnsmedewerkers van een gemeente alle nieuwe inwoners in over het inburgeringsbeleid.
  • Ze wijzen de verplichte inburgeraar op mogelijke sancties en verwijzen alle potentiële inburgeraars en ook de anderstaligen die Nederlands willen leren door naar één van de agentschappen.
  • Daarnaast informeren ze de minderjarige anderstalige nieuwkomer over het socio-culturele aanbod in de stad of gemeente of ze kunnen hen er onmiddellijk mee in contact brengen. Door hier actief op in te zetten, moedig je hen aan om hun integratieproces verder te zetten.

Een inburgeringstraject maakt nieuwkomers zelfredzamer en het draagt rechtstreeks bij aan hun welbevinden omdat het hen wegwijs maakt in de samenleving. Ook de persoonlijke netwerken die ze tijdens de cursussen maatschappelijke oriëntatie en Nederlands opbouwen, hebben vaak een positieve impact.

B. De juiste trajectbegeleiding in het belang van de cliënt 

Inburgeren is Vlaamse materie. Mensen aan een baan helpen is een taak van de VDAB, eveneens een Vlaamse instelling maar met raakvlakken in federale regelgeving. Het OCMW staat dan weer in voor de hulpverlening aan mensen die niet rondkomen of die andere problemen hebben die ze alleen niet meer de baas kunnen. De OCMW-hulpverlening wordt door de federale overheid geregeld. Bijgevolg kan een cliënt in de onfortuinlijke positie terecht komen dat hij moet inburgeren (of een boete betalen) en tegelijk een OCMW-traject moet volgen (omdat hij anders zijn leefloon of steun kwijtraakt). Duidelijke afspraken en een goede samenwerking met de Agentschappen Integratie en Inburgering zijn noodzakelijk.