Op 24 september was er de eerste dag van het Lerend netwerk regie buitenschoolse opvang ism vele partners. Met bijna 100 deelnemers luisterden we nog naar een heldere toelichting bij het decreet en gingen we die dag nadenken over het decreet en de concretisering er van lokaal vanuit de kinderrechten.

Hier vind je het materiaal van die dag.

  1. er een grote vraag naar duidelijkheid en transparantie is over de financiƫle middelen die een lokaal bestuur zal krijgen voor deze opdracht (bij de volledige uitrol van het decreet op 1 januari 2027, maar ook in de transitie-periode). Terecht werd ook de vraag gesteld of er een zicht kan gegeven worden op de middelen die nu al door Kind en Gezin toegekend worden aan organisatoren buitenschoolse opvang op het grondgebied van een gemeente. Kind en Gezin zou die gegevens in het voorjaar van 2020 kunnen ontsluiten.
  2. er vraag is naar duidelijkheid over bijv. de infrastructuurvoorwaarden gedurende de transitieperiode, maar ook daarna. Wat als men een nieuw- of verbouw plant? Durft Kind en Gezin vanaf 1 januari 2021 lokale besturen vertrouwen in het bepalen van de normen inzake infrastructuur, personeel enz. Organisatoren kunnen immers al vanaf 1 januari 2021 de subsidie overdragen aan het lokaal bestuur en dan gelden - logischerwijze - de wettelijke voorwaarden voor de erkenning en subsidie van een IBO bijvoorbeeld niet meer.
  3. er nood is aan het nadenken over de minimale kwaliteit en veiligheid en hoe die te garanderen (vb. in de gelabelde kleuteropvang). Voorbeelden vandaag tonen aan dat organisatoren en lokale besturen er vandaag echt wel in slagen, ook zonder de Vlaamse regels inzake aantal kinderbegeleiders, m2 enz. kwaliteitsvolle opvang en begeleiding te realiseren.
  4. er onrust is bij bepaalde medewerkers lokaal bestuur die vrezen er deze regietaken en opdracht om het lokaal samenwerkingsverband te trekken bij te krijgen. Het moet duidelijk zijn dat deze opdrachten tijd en middelen vragen. Anderzijds ligt deze opdracht toch echt in het verlengde van de huidige taken van een lokaal bestuur, zijnde jeugd-, sport-, cultuur- en vrijetijdsbeleid.
  5. onderwijs een belangrijke partner is in het lokaal realiseren van de doelstellingen.
     

In de namiddag gingen we in kleine werkgroepen ook effectief aan de slag.
De kinderrechten zijn voor ons een goede basis om een visie als lokaal bestuur te ontwikkelen op de toekomst. Dit kader biedt houvast in het nadenken over deze visie.

 

Bij elk van deze onderdelen noteerden we volgende gedachten die inspirerend zijn voor de lokale invulling van elk van deze rechten. 
De invulling van de kinderrechten die we maakten tijdens dag 1 lees je hier.

De deelnemende gemeenten scoorden zichzelf op de 4 rechten en dat gaf volgend resultaat.

Tijdens dag 1 van het lerend netwerk stelden we iedereen de vraag: hoe scoor jij jouw gemeente op de kinderrechten? Jullie scoorden de eigen gemeente vooral goed op de variatie aan aanbod (wat) en op het feit dat alle kinderen toegang hebben tot het aanbod (wie). Laagste score was er voor de 'hoe': slechts 15 deelnemers gaven hun gemeente een voldoende op de vraag of kinderen echt een vrije keuze hebben in de buitenschoolse opvang en activiteiten.