Burgerparticipatie: een hele uitdaging

Lokale overheden zoeken naar nieuwe formules om democratie vorm te geven.  Participatie is niet meer beperkt tot het aftoetsen van beleidsbeslissingen en zoeken naar draagvlak  voor reeds uitgestippeld beleid. Een groeiende groep burgers wil medezeggenschap over beleidskeuzes en wil beleid mee vormgeven én uitvoeren.

Dit vraagt om nieuwe instrumenten om in gesprek te gaan met burgers. Deze instrumenten wijken sterk af van klassieke adviesraden, hoorzittingen of informatievergaderingen. Deze vernieuwende vormen van burgerparticipatie beperken zich niet tot denken, maar betekenen ook samen doen en coproduceren. Bij beleidsparticipatie spreken burgers zich uit over lokaal beleid, bepalen mee de prioriteiten en krijgen medezeggenschap over de uitvoering. Bij coproductie liggen de verwachtingen naar de burger hoger. Burgers ontwikkelen publieke diensten of goederen samen met het lokaal bestuur. Welke instrumenten kan een lokaal bestuur inzetten voor beleidsparticipatie en coproductie? Hoe geeft een lokale overheid zuurstof aan initiatief van burgers? Complexe maatschappelijke vraagstukken zoals klimaatverandering, sociale uitsluiting, vergrijzing en diversifiëring van de bevolking dagen ons uit. Lokale besturen kunnen deze maatschappelijke uitdagingen niet in hun eentje oplossen. Spelers zoals (provinciale, Vlaamse, Federale, Europese) overheden, middenveldorganisaties, ondernemers en burgers pakken samen met lokale besturen deze uitdagingen aan. Hoe bundelt een lokale overheid de krachten om samen tot oplossingen te komen? Participatie aan lokaal beleid is een basisrecht van iedere inwoner. Door deel te nemen aan de samenleving ontstaat er burgerzin en een rijke voedingsbodem om bij te dragen aan deze samenleving. Dankzij burgerbetrokkenheid oefenen (kwetsbare) burgers participatie- en communicatieve vaardigheden, ontdekken en ontwikkelen ze talenten en maken zichzelf en de sociale samenhang sterker. Hoe zorgt een lokale overheid ervoor dat iedere inwoner erbij hoort en gehoord wordt?

Burgerparticipatie biedt veel voordelen

De hamvraag bij burgerparticipatie en coproductie is: wat levert het op? Participatie creëert betrokkenheid van inwoners, verhoogt de legitimiteit van beslissingen en daarmee ook de slagkracht van beleid. Het vermindert de kans op weerstand en hindermacht. Tegelijk kan participatie ook zorgen voor inhoudelijke verrijking en alternatieven aanreiken voor de kijk op een probleem. De kennis en expertise van burgers verhoogt de kwaliteit van de oplossing. Participatie leidt tot burgerzin, doet vertrouwen in elkaar groeien en versterkt de lokale democratie. Een doorgedreven dialoog tussen lokale overheid en burgers zorgt voor meer verbinding en medeverantwoordelijkheid. Lokale beleidsmakers en ambtenaren worden uitgedaagd helder te communiceren over beleidsbeslissingen waardoor de transparantie verhoogt.

Burgerparticipatie en coproductie van dienstverlening leidt niet als vanzelfsprekend tot minder kosten. Het vraagt een investering van tijd en financiën. De ambitie is om ‘meer te doen met meer’ in plaats van een besparingsoperatie. Dankzij inspraak kunnen lokale besturen hun middelen efficiënt besteden aan de beleidsprioriteiten waar de burger van wakker ligt. Dankzij coproductie verbeteren burgers de publieke dienstverlening zodat het beantwoordt aan hun behoeften. Niet alle resultaten van burgerparticipatie en coproductie zijn direct meetbaar. Ook het proces van participatie en coproductie op zich kan erg waardevol zijn.

Wat kan een lokaal bestuur zelf doen?

Lokale besturen kunnen op vier manieren omgaan met burgerparticipatie:

  • Burgerinitiatieven faciliteren zoals de Zorg Samen Straten in Antwerpen, openlucht ontmoetingsruimte GRNS in Grimbergen, een online buurtnetwerk van Hoplr in Bornem en Boechout, het digitaal participatieplatform van CitizenLab in Hasselt, de warme tuinen in Brecht, de zwerfvuilactie ‘op vijf minuten proper’ in Beersel, tijdelijke herbestemming de kruitfabriek in Vilvoorde…
  • Burgerbetrokkenheid initiëren zoals een participatiecharter in Kortrijk, dorps- en wijkraden in Geraardsbergen, de tien van Tienen, particiPeer in Peer, de participatie-app in Kortemark, de burgerbegroting in Antwerpen of het burgerkabinet in Gent…
  • Het middenveld ondersteunen door subsidies te verlenen aan verenigingen, projecten, buurtfeesten… zoals subsidiereglement ‘wijk in actie’ in Roeselare, subsidiereglement ‘netheidscharter’ in Gent, subsidiereglement voor feesten, projecten en activiteiten in Aalter…
  • Participatie reguleren door een wetgevend kader op te stellen en reglementen te ontwikkelen over voorstellen van burgers, verzoekschriften, klachtenbehandeling met voorbeelden in Bonheiden, Mechelen…

Met de blik op de toekomst, heroriënteren lokale besturen zich naar een andere omgangsvorm met burgers. Het lokaal bestuur motiveert en ondersteunt initiatiefnemende burgers. De motieven waarom mensen participeren en coproduceren verschillen van een rationele economische benadering waarbij er eigenbelang mee gemoeid is tot altruïstische motieven waarbij de wens om ergens bij te horen en/of waarden zoals solidariteit, interactie, democratie… doorslaggevend zijn. Willen lokale besturen mensen stimuleren te participeren, dan moeten ze zich afstemmen op deze diverse profielen. In de beslissing mee te participeren spelen voor burgers twee factoren een rol:

  • Vinden burgers het haalbaar om te participeren? Hoeveel inspanning wordt er verwacht?
  • Is er een wezenlijke impact op hun leven? Maakt hun deelname een verschil?

Dit betekent dat lokale besturen zowel participatiedrempels moeten verlagen als het belang en de effecten van burgerbetrokkenheid in de verf zetten.

Het decreet Lokaal Sociaal Beleid geeft een duidelijke taak aan lokale besturen: ook kwetsbare burgers moeten betrokken zijn bij de opmaak, uitvoering en evaluatie van lokaal beleid. Als lokaal bestuur hebben we inzicht nodig in de impliciete en expliciete eisen die participatie-initiatieven stellen aan burgers. Welke kennis en kunde hebben kwetsbare burgers in huis en in hoeverre hebben ze toegang tot informatiebronnen dankzij hun netwerk? Een basisvoorwaarde om te participeren aan beleid is toegang tot grondrechten zoals gezonde woon- en leefomgeving, arbeid, onderwijs, vrije tijd… Het is bij uitstek de taak van het lokaal bestuur om deze basisrechten te waarborgen voor iedereen. Een lokaal bestuur kan samen met kwetsbare burgers de publieke dienstverlening coproduceren door een ervaringsdeskundige in armoede en sociale uitsluiting aan te werven zoals in Oostende, een participatiegroep van cliënten op te richten zoals in Kalmthout, en/of samen te werken met een vereniging waar armen het woord nemen zoals in het project kinderarmoedebestrijding VONK in Dilbeek.

Rol van de raadsleden neemt toe

Het decreet Lokaal Bestuur doet een expliciete oproep aan de gemeenteraad om een participatiebeleid te voeren. De gemeenteraad kan het lokaal participatiebeleid eigentijds invullen en ruimte scheppen voor coproductie. Als volksvertegenwoordiger bouwt een raadslid bruggen door te luisteren naar burgers, actief informatie te verzamelen, gemeentelijke beslissingen uit te leggen en/of supporter te zijn van burgerinitiatieven. Hij versterkt de stem van kwetsbare burgers in het publieke debat. Als beslisser op hoofdlijnen bepaalt de gemeenteraad het kader en de randvoorwaarden van het lokale participatiebeleid. Welke rol krijgen burgers toebedeeld? Welke rol nemen medewerkers van lokale overheden op? Wat is de inhoudelijke focus van beleidsparticipatie en coproductie? Vanuit zijn opdracht tot democratische controle kan een raadslid de kwaliteit van het participatietraject bewaken, het algemene belang voorop stellen en de stem van kwetsbare burgers verdedigen.

Rol van het College van burgemeester en schepenen

Als de raad de opdrachtgever is van de participatieaanpak, dan is het College van burgemeester en schepenen de opdrachthouder. Het College schept de voorwaarden voor een goede voorbereiding, spreekt duidelijke mandaten af en faciliteert over tussen de verschillende maatschappelijke spelers. Het Schepencollege regisseert de samenwerking tussen overheid, burgers en markt om machtsconflicten en bevoegdheidsdiscussies te vermijden. Het coördineert de uiteenlopende belangen met oog op het algemene belang. Het College blijft betrokken bij het participatieproces door aandachtig te luisteren en bijsturingen mogelijk te maken. Het neemt op een transparante manier besluiten en communiceert hierover naar alle betrokken partners. Tegelijk durven ze een stuk beslissingsmacht afstaan aan de burger binnen een generiek beleidskader.

Rol van medewerkers

Medewerkers van lokale besturen zijn de communicatielijn tussen burgers en bestuur. Ze verstrekken informatie en vangen signalen op en staan in voor de verslaggeving. Ze vertalen de participatieaanpak in een concreet stappenplan en ontwerpen de opbouw van participatietrajecten. Ze evolueren naar coaches van burgerinitiatieven om deze zuurstof, licht en voedingsbodem te geven. De ambtelijke hiërarchie mag de initiatiefnemers niet afremmen. Een duidelijke rolverdeling welke delen in handen blijven van de professionals, en welke delen overgelaten worden aan de burgers is noodzakelijk. Medewerkers nemen ook laagdrempelige initiatieven om de kwetsbare burgers te betrekken.

Wat doet de VVSG voor u?

Belangenbehartiging op Vlaams en federaal niveau om lokaal de optimale omstandigheden te creëren om beleidsparticipatie mogelijk te maken

  • Kennisdeling van praktijkervaring en wetenschappelijke inzichten
  • Een leeromgeving aanbieden om ervaringen uit te wisselen en samen met andere besturen participatie-vraagstukken aan te pakken
  • Adviesverlening op maat van het lokaal bestuur
  • Informatie verschaffen over decretale verplichtingen (decreet Lokaal Bestuur, decreet Lokaal Sociaal Beleid, sectorale decreten)
  • Inspireren met praktijkvoorbeelden

Nuttige documenten

Meer op:

Meer info bij: Herman Callens herman.callens@vvsg.be 
T: +32 2 211 55 29