Wie zit het politiecollege voor?
Het politiecollege kan een van haar leden als voorzitter aanstellen als ‘primus inter pares’. Dit is een soevereine keuze van het college. De aanduiding van de voorzitter kan gebeuren bij consensus of door stemming voor een periode van 6 jaar. Ook kunnen de burgemeesters onderling beslissen het voorzitterschap tot een kortere periode te herleiden en bijvoorbeeld een beurtrolsysteem instellen.
Wanneer er geen overeenstemming is over het voorzitterschap, dan moet men stemmen. Bij deze stemming beschikt elk lid van het politiecollege over een bepaald stemgewicht. Het stemgewicht van elke burgemeester hangt van de minimumdotatie die zijn gemeente inbrengt in de politiezone. (Zie uitgebreid 2.1.11)
Het is dus geen voorrecht van de burgemeester van de grootste gemeente om voorzitter van het politiecollege te worden. Via een stemming kan hij het natuurlijk de facto afdwingen.
Indien het politiecollege geen voorzitter aanstelt, dan wordt de burgemeester met de hoogste rang voorzitter. De plaats in de rang is afhankelijk van de minimum politiedotatie die de gemeente in de politiezone inbrengt.