Voor een sterk lokaal bestuur

Op zoek naar een presentatie van #VVSGtrefdag?

Kies hieronder uw thema

Meer-uren = overuren?

 

Zijn gepresteerde meer-uren in een Initiatief Buitenschoolse Opvang gelijkgesteld aan overuren?

In een Initiatief voor Buitenschoolse Opvang zijn veel begeleiders met een deeltijds contract tewerkgesteld bijvoorbeeld voor 19 uur per week. In overleg met hun werkgever presteren zij tijdens schoolweken steevast een beperkt aantal uren minder dan 19 uren per week. Deze min-uren compenseren zij door tijdens de vakantieweken meer dan 19 uren per week te presteren dan in hun deeltijds contract is overeengekomen. Hun uurrooster varieert dus doorheen het jaar, maar bedraagt gemiddeld 19 uren per week. Het nieuwe rechtspositiebesluit  regelt dat overuren binnen de vier maanden moeten gecompenseerd worden met inhaalrust. 
Geldt deze compensatieregeling ook voor de meer-uren die begeleiders presteren in de vakantieweken waardoor de meer-uren als overuren beschouwd worden en dus binnen de vier maanden moeten gecompenseerd worden?
Overuren worden in het kader van het Rechtspositiebesluit Gemeente- en Provinciepersoneel van 7 december 2007 omschreven  als “uitzonderlijke prestaties buiten het uurrooster en op vraag van de werkgever”. De meeruren die begeleiders presteren tijdens vakantieweken, kunnen daarom niet beschouwd worden als overuren aangezien de medewerker deze uren binnen zijn (aangepaste) uurrooster presteert. Per definitie komt er geen extraatje bij en is er geen wettelijke verplichting om de meeruren binnen een bepaalde referteperiode in te halen met inhaalrust.  
Opgelet! Naast het genoemde Rechtspositiebesluit geldt ook nog de Arbeidstijdwet van 14 december 2000 of, in sommige gevallen, de Arbeidswet van 16 maart 1971. Als de werktijd de maximale daggrens van 11 uur per dag zou overschrijden én onder voorbehoud dat dit wettelijk toegelaten is, is de werkgever wel verplicht binnen de 14 dagen inhaalrust toe te kennen. Ook wanneer de weekgrens van 38 uur per week overschreden wordt, moet het personeelslid hiervoor de nodige inhaalrust binnen  4 maanden  krijgen. Deze regeling is in de Arbeidstijdwet van 14 december 2000 omschreven. Als de Arbeidswet van 16 maart 1971 van toepassing is -dit is onder meer het geval voor kinderopvang waar het verzorgingsaspect belangrijker is dan het toezicht - gelden eventueel andere dag- en weekgrenzen voor de arbeidstijd. De arbeidstijdgrenzen kunnen nog variëren per sector en per organisatie bijvoorbeeld via een aparte regeling in het arbeidsreglement.

 Documenten

 Links

Navigatie