Voor een sterk lokaal bestuur

Kies hieronder uw thema

Vreemdelingen

Terugbetaling LOI-reserves en afbouw LOI-plaatsen

 Fedasil moet 22 miljoen euro besparen. Eén van de genomen maatregelen is de terugbetaling van de LOI-reserves: actuele reserves worden afgebouwd en toekomstige reserves worden voorkomen. De afbouw van de actuele reserves gebeurt op vrijwillige basis. Als het OCMW ingaat op de oproep van Fedasil, kan het 25% van de actuele reserve vrij besteden, ook buiten het LOI. De resterende 75% moet aan Fedasil teruggestort worden. Het OCMW mag ook een werkingsreserve van 10% behouden die voor de 75%-25%-maatregel berekend wordt. Het voorkomen van toekomstige reserves gebeurt niet op vrijwillige basis maar door het koninklijk besluit op de LOI-subsidies te wijzigen. Vanaf 1 januari 2019 zal een OCMW op het einde van een jaar telkens maximaal 10% van de in het vorige boekjaar uitbetaalde subsidies als werkingsreserve kunnen meenemen naar het volgende werkjaar. De overige 90% moet aan Fedasil teruggestort worden. Bij grote investeringen kan er een afwijking gevraagd worden. Fedasil zal de 90%-10%-maatregel toepassen op de volledige bestaande reserve op 1 januari 2019. Wie niet ingaat op de vrijwillige afbouw, zal later dus gesanctioneerd worden. De vrijwilligheid van de afbouw is dus wel relatief. Daarnaast heeft de federale regering beslist dat er 3.600 LOI-plaatsen gesloten zullen worden in de loop van 2018. Er is een link tussen de afbouw van de LOI-plaatsen en de mogelijkheid om de actuele reserve te gebruiken om aanpassingen te doen in functie van de criteria voor de afbouw. Die opening kan een oplossing zijn voor de OCMW's die hun LOI-reserve willen inzetten in het kader van de flexibiliteit van het opvangnetwerk en de opvang van specifieke kwetsbare doelgroepen. In deze VVSG-nota leest u meer over de terugbetaling van de LOI-reserves, de link met de afbouw van de LOI, het standpunt van de VVSG en de juridische beoordeling van de oproep van Fedasil. In deze VVSG-nota leest u meer over de afbouw van de LOI-plaatsen.

Nieuwe wetgeving asielprocedure en opvang asielzoekers treedt in werking

Op 22 maart 2018 treden de wetswijzigingen m.b.t. de asielprocedure en de opvang van asielzoekers in werking.  De asielzoeker wordt de verzoeker om internationale bescherming en de asielaanvraag wordt een verzoek om internationale bescherming (IB). Een verzoek IB gebeurt voortaan in 3 fasen: het doen, het registreren en het daadwerkelijk indienen van het verzoek IB. Het 'doen' is het mondeling en in persoon uiten van de wil om een verzoek IB te doen. De verzoeker IB krijgt een aanmeldingsbewijs. Het registreren gebeurt door de Dienst Vreemdelingenzaken. Het daadwerkelijk indienen vervolledigt het verzoek IB en omvat een eerste gehoor door de DVZ, de afgifte van de bijlage 26 (of bijlage 26quinquies) en de inschrijving in het wachtregister. Het recht op materiële opvang ontstaat van bij het doen van het verzoek IB. Een meervoudige asielaanvraag wordt een volgend verzoek IB. Hier kan enige verwarring ontstaat. Een eerste volgend verzoek IB is het tweede verzoek IB. Een volgend verzoek IB kan pas gedaan worden als er een definitieve beslissing genomen werd voor het vorige verzoek IB. Een beslissing is definitief als er geen schorsend beroep meer mogelijk is. Het beroep bij de Raad van State tegen een arrest van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen (RVV)  is niet schorsend. De werkwijze m.b.t. de afgifte van de bijlage 13quinquies na een negatieve beslissing verandert opnieuw. De bijlage 13quinquies wordt nu pas na de definitieve negatieve beslissing van het Commissariaat-Generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen (CGVS) of de RVV afgeleverd. Concreet dus na een negatieve CGVS-beslissing waartegen geen RVV-beroep wordt ingediend of na een negatief RVV-arrest.

In deze VVSG-nota en in de kadernota van Fedasil vindt u meer informatie.

 

Geen bevel meer als er nog een schorsend RVV-beroep mogelijk is: praktische gevolgen voor OCMW-hulpverlening

De werkwijze van de Dienst Vreemdelingenzaken (DVZ) en de gemeenten m.b.t. het afleveren van een bevel om het grondgebied (hierna bevel) te verlaten is gewijzigd. Als er tegen de beslissing van de DVZ of de gemeente nog een schorsend RVV-beroep kan worden ingediend, mag er tegelijk met die beslissing geen bevel meer afgeleverd worden. De meest voorkomende beslissingen die niet langer gepaard gaan met een bevel, zijn beslissingen m.b.t. het verblijf van EU-burgers en hun familieleden (bijlagen 20 en 21) en m.b.t. gezinshereniging met een derdelander (bijlagen 14 en  14ter). Ook al wordt er geen bevel meer afgeleverd, toch moet de gemeente de betrokkene op de datum van de beslissing (en dus met terugwerkende kracht) afvoeren wegens verlies van verblijfsrecht. Het bevel wordt dan pas afgeleverd als de beroepstermijn verstreken is wanneer er geen beroep werd ingediend of als de RVV het beroep verworpen heeft. Dat bevel zal een bijlage 13 zijn. Maar het is ook mogelijk dat er een voordien in een andere procedure afgeleverd bevel herleeft. Voor het recht op OCMW-hulpverlening wijzigt er in theorie niets. Maar in de praktijk is er wel een probleem voor de opvolging van de dossiers door het OCMW. De bijlage 13 wordt immers niet in het Rijksregister of de KSZ vermeld. Hoe moet het OCMW dan weten wanneer de steunverlening stopgezet kan worden? En ook de opvolging van die oudere bevelen die herleven is in de praktijk niet realistisch. De VVSG kaartte die aan bij de POD MI die het probleem samen met de DVZ aan het bekijken is. Wordt ongetwijfeld vervolgd!

Voor meer informatie verwijzen we naar de onderstaande VVSG-nota's over het Recht op maatschappelijke dienstverlening bij een bijlage 35  en Geen bevel meer als er nog een schorsend RVV-beroep mogelijk is.

 

 

         POLITEA

Navigatie