Navigatiekoppelingen overslaan
werking & organisatie
sociaal beleid
welzijnsvoorzieningen
vrijetijdsbeleid
Economie & Werk
omgeving
veiligheid
internationaal
onderwijs
Platteland
  
VVSG > sociaal beleid > Vreemdelingen > Materiële opvang illegaal verblijvend gezin
Zoeken

Grondwettelijk Hof bepaalt invoering materiële opvang voor illegaal verblijvende gezinnen

Er was heel wat onenigheid over de vraag of minderjarigen die hier samen met hun ouders illegaal verblijven recht hebben op maatschappelijke dienstverlening door het OCMW. De rechtspraak was verdeeld. Uiteindelijk heeft het Arbitragehof in een arrest van 22 juli 2003 gezegd dat de minderjarigen recht hebben op steunverlening door het OCMW, wanneer de ouders hun onderhoudsplicht niet (kunnen) nakomen. De ouders hebben volgens dat arrest enkel recht op dringende medische hulp. Het OCMW moet erover waken dat de steunverlening enkel de gezondheid en de ontwikkeling van de minderjarige ten goede komt. Bovendien moet de steunverlening in natura gebeuren of door het ten laste nemen van rekeningen van derden. Dat is natuurlijk makkelijker gezegd dan gedaan. Goede huisvesting is bijvoorbeeld erg belangrijk voor de gezondheid en ontwikkeling van een kind. Maar het OCMW kan onmogelijk het kind huisvesten zonder dat de ouders ook van die huisvesting genieten.

In de praktijk bood dit arrest dan ook weinig soelaas. De OCMW’s weigerden de steunverlening en de arbeidsrechters gaven in hun vonnissen verdere invulling aan het recht van deze minderjarigen. Om deze rechtspraak een halt toe te roepen, heeft de wetgever ingegrepen en artikel 57 § 2 OCMW-Wet aangevuld. Daardoor kregen deze minderjarigen het recht op materiële opvang in de federale opvangcentra. Van de ouders is nog geen sprake. In de praktijk konden de ouders hun kinderen altijd vergezellen, maar dat vond de rechtspraak een onvoldoende waarborg. Op 19 juli 2005 vernietigde het Arbitragehof een deel van artikel 57 § 2 OCMW-Wet en de wetgever kreeg de opdracht om de regeling te herzien. Sinds 9 januari 2006 waarborgt artikel 57 § 2 OCMW-Wet de aanwezigheid in het opvangcentrum van de ouders of van de personen die het ouderlijk gezag over het kind daadwerkelijk uitoefenen.

Na deze aanpassing werd het eventjes rustig. De rechtspraak aanvaardde de regeling. Alleen in uitzonderlijke omstandigheden werden er nog OCMW’s veroordeeld tot steunverlening bijvoorbeeld wanneer aangetoond kon worden dat de materiële opvang in een federaal opvangcentrum niet aangepast was aan de noden van de minderjarige.

En toen kwam de overbezetting van het opvangnetwerk van asielzoekers. Sinds april 2009 weigert Fedasil de aanvragen tot opvang die de OCMW’s voor deze gezinnen indienen. Fedasil is van mening dat de overbezetting van het opvangnetwerk ingeroepen kan worden als overmacht. De rechtspraak reageert verdeeld op deze laatste evolutie. Ofwel aanvaardt de rechter de overmacht niet omdat de overheid de overbezetting kon zien aankomen en de nodige maatregelen had kunnen treffen. Fedasil wordt dan veroordeeld, vaak onder dwangsom, om het gezin toch op te vangen. Ofwel aanvaardt de rechter de overmacht wel en wordt het OCMW veroordeeld tot steunverlening. Na die veroordeling neemt de POD MI de kosten van de steunverlening ten laste binnen de wettelijke grenzen.

 

 Documenten