Materiële opvang van asielzoekers en bepaalde andere categorieën van vreemdelingen
In de jaren tachtig dienden jaarlijks gemiddeld 4.700 vreemdelingen een asielaanvraag in. In de jaren negentig waren er jaarlijks gemiddeld 18.000 asielaanvragen. In 2000, het topjaar, waren dat er 42.691. Daarna daalde het aantal asielaanvragen tot 11.115 in 2007, het absolute daljaar. Het invoeren van (verplichte) materiële opvang voor asielzoekers heeft zeker een rol gespeeld bij de daling van het aantal aanvragen. Op 7 mei 2007 stond de nieuwe wet van 12 januari 2007 betreffende de opvang van asielzoekers en bepaalde andere categorieën vreemdelingen in het staatsblad (hierna Opvangwet ). Deze Opvangwet is deels op 7 mei 2007 en deels op 1 juni 2007 in werking getreden.
Haast meteen na de komst van de Opvangwet, begon het aantal asielaanvragen weer te stijgen. In 2009 werden 17.186 asielaanvragen ingediend. In 2010 waren dat er al 19.941 en voor 2011 staat de teller eind september al op 18.122 asielaanvragen. Het aantal asielaanvragen blijft dus maar stijgen met een ernstige overbezetting van de opvangstructuren voor asielzoekers als gevolg. Sinds oktober 2009 kregen al meer dan 10.000 asielzoekers bij het indienen van hun eerste asielaanvraag de boodschap dat er voor hen geen opvangplaats beschikbaar is. Eén op de drie nieuwe asielzoekers krijgt geen opvang. Nochtans steeg het aantal opvangplaatsen. Eind 2008 werden er 16.281 asielzoekers opgevangen. Eind september 2011 waren dat er al 23.062. Bovendien werden enkele duizende asielzoekers doorverwezen naar de OCMW's voor financiële steun.
Volgens de VVSG zal deze opvangcrisis maar opgelost worden indien enerzijds de behandelingsduur van zowel de asielprocedure als de vaak eropvolgende aanvraag medische regularisatie (9ter) sterk daalt en anderzijds voldoende opvangplaatsen voorzien worden om elke asielzoeker op te vangen. Zelfs de kans op de toekenning van financiële steun door het OCMW heeft immers een aanzuigeffect.