Navigatiekoppelingen overslaan
Overzicht
  
VVSG > sociaal beleid > OCMW-dienstverlening > Bevoegd OCMW > Procedure onbevoegdheid
Zoeken

Procedure onbevoegdheid (art. 3)

Bij elke nieuwe hulpvraag wordt eerst beoordeeld of het OCMW bevoegd is of niet.

Als een OCMW oordeelt dat het niet bevoegd is, moet het: 

  • de aanvraag binnen de 5 kalenderdagen* doorsturen naar het bevoegd OCMW 
  • schriftelijk meedelen aan de aanvrager aan welk OCMW de aanvraag is doorgestuurd

De beslissing van onbevoegdheid kan in geval van hoogdringendheid genomen worden door de Voorzitter. Zijn beslissing wordt dan ter bekrachtiging voorgelegd aan de eerstvolgende vergadering van het bevoegde bestuursorgaan.

Zolang de aanvraag niet is doorgestuurd, blijft het eerste OCMW bevoegd en is dus verplicht om de aanvraag te behandelen.

Als het tweede OCMW zich ook onbevoegd verklaart, moet het bevoegdheidsconflict onmiddellijk voorgelegd worden aan de POD Maatschappelijke Integratie met een modelformulier (zie rechts). De POD neemt een voorlopige beslissing binnen de 5 werkdagen*.

Als een onbevoegdheid wordt vastgesteld in een lopend dossier, (bv. omwille van verhuis van de cliënt) is het OCMW niet gebonden aan deze strikte procedure, maar niets doen kan de aansprakelijkheid van het OCMW meebrengen. Het OCMW brengt dus best het nieuw bevoegde OCMW én de cliënt schriftelijk op de hoogte. Dit kan (maar moet niet) door de werkwijze van de procedure bevoegdheidsconflicten toe te passen.

* De eerste dag wordt niet meegeteld in de termijn, de laatste wel. Een aanvraag op vrijdag kan tot en met woensdag worden doorgestuurd naar het bevoegd OCMW.  

 

 

 

 Documenten

 Modeldocumenten