Algemene regel: gewoonlijke verblijfplaats (art. 1, 1°)
Volgens de algemene regel is het OCMW van de gewoonlijke verblijfplaats bevoegd.
De gewoonlijke verblijfplaats is de gemeente waar de aanvrager werkelijk leeft en woont. Deze wordt vastgesteld op basis van de feitelijke elementen.
Een inschrijving in het bevolkingsregister (of het vreemdelingenregister of het wachtregister) is niet vereist. Als de inschrijving in strijd is met de feitelijke toestand, is de feitelijke toestand doorslaggevend.
Bij een verhuis naar een andere gemeente, wijzigt de gewoonlijke verblijfplaats vanaf de eerste dag.
Omdat de huurwaarborg meestal nodig is vóór de verhuis, is het OCMW van de gemeente van vertrek bevoegd. Als de hulpvraag pas na de verhuis wordt gesteld, is het OCMW van de nieuwe woonplaats bevoegd.
Het recht op installatiepremie op basis van de RMI-wet of de OCMW-wet ontstaat pas na de verhuis, dus moet deze vraag gesteld worden aan het OCMW van de ‘nieuwe’ gemeente.