Drempels in dienstverlening voor allochtone burgers
Het Hoger Instituut voor de Arbeid (HIVA) inventariseerde de drempels die kansarme en allochtone burgers ervaren als ze gebruik willen maken van welzijnsvoorzieningen. De drempels en aanbevelingen die de studie belicht zijn interessant voor alle dienstverlenende instanties.
Het HIVA maakt een onderscheid tussen verschillende soorten drempels
Algemene drempels
De meeste drempels die allochtonen ervaren zijn algemene drempels. Het zijn problemen als de afstand tot voorzieningen, de onoverzichtelijkheid van het aanbod, wantrouwen in hulp- en dienstverleners. Ook andere kwetsbare gebruikers, zoals kansarmen ervaren deze drempels.
Doelgroepspecifieke drempels
Doelgroepspecifieke drempels worden voornamelijk ervaren door (sommige) allochtone burgers. Voorbeelden zijn het onvoldoende kennen van het Nederlands of het niet vertrouwd zijn met de ‘Westerse’ manier van hulpverlening. Voor de mensen zonder wettig verblijf komt daar nog bij dat ze formeel geen toegang hebben tot bepaalde vormen van dienst- en hulpverlening.
Hinderpalen die de dienstverlening belemmeren zijn er op volgende niveaus:
De belangrijkste struikelblok is dat het aanbod vaak niet gekend is. Het uitgebreide aanbod van de dienstverlening heeft als keerzijde dat mensen verloren lopen in het kluwen van voorzieningen. Ze weten niet welke diensten er bestaan, waarvoor ze er terecht kunnen en waar ze recht op hebben. Andere drempels zijn lange wachtlijsten, ingewikkelde formulieren of de kostprijs van een dienstverlening.
Voor etnisch-culturele minderheden is een onvoldoende kennis van het Nederlands een struikelblok. Maar het gebruiken van moeilijke woorden, medisch of juridisch jargon schrikt ook kansarme of andere gebruikers af. Specifiek voor de hulpverlening geldt dat in sommige culturen een andere betekenis wordt gegeven aan psychische, lichamelijke of relationele problemen. Daarom geloven sommige allochtonen niet in de Westerse hulpverlening. Rond bovengenoemde thema’s leeft er soms ook een taboe. Dit geldt ook voor autochtone kansarmen voor bepaalde diensten zoals de Centra voor Geestelijke gezondheidszorg of het OCMW. Het gebrek aan vertrouwen in een dienst, al dan niet veroorzaakt door een negatieve ervaring, alsook de vrees voor het onbekende houdt mensen tegen om de eerste stap te zetten.
Een taalbarrière maar ook culturele verschillen kunnen zorgen voor misverstanden en irritaties. Allochtone burgers hebben soms andere verwachtingen van de dienst- of hulpverlening. Maar ook medewerkers vertrekken soms te veel vanuit eigen evidenties en de eigen leefwereld. Dit leidt tot vooroordelen of een gebrek aan inlevingsvermogen in de situatie van de cliënt. Ook de werkdruk kan er toe leiden dat cliënten onvoldoende betrokken worden bij het bepalen van de beste oplossing voor hun probleem, waardoor ze sneller afhaken.