Voor een sterk lokaal bestuur

Kies hieronder uw filters

Krachten regionaal bundelen om ze lokaal in te zetten

​​


Welzijnsregio Noord-Limburg bestaat al bijna twintig jaar en is bezig aan een update om bij de integratie van gemeente en OCMW ook gemeenten van de regionaal georganiseerde dienstverlening gebruik te laten maken.

Centraliseren is nooit de bedoeling geweest, integendeel, door de brede horizontale samenwerking vinden cliënten de weg dicht bij huis, in hun eigen OCMW. Een werkingsgebied met 150.000 inwoners.

 

Al vóór de OCMW-vereniging Welzijnsregio Noord-Limburg in 2000 werd opgericht, organiseerden de maatschappelijk werkers van de negen OCMW-besturen gemeenschappelijke activiteiten. ‘Die samenwerking groeide voort tot op het niveau van de OCMW-secretarissen,’ vertelt algemeen directeur Guido Vrolix. ‘Om recht te hebben op bepaalde subsidies is samenwerking en een bepaald volume
nodig, bijvoorbeeld voor tewerkstellingsprojecten in het kader van het Europees Sociaal Fonds. In die tijd werd de concrete uitwerking bij een van de OCMW’s ondergebracht. Ook de dienst rechtshulp, typisch iets van de jaren negentig, organiseerden ze samen. Eén OCMW nam een jurist aan en leende hem uit aan de andere OCMW’s. Hetzelfde gold voor schuldbemiddeling. Met meer medewerkers en meer diensten,
werd deze uitwisseling te complex en werd er gekozen voor de OCMW-vereniging als samenwerkingsstructuur.’
Daarnaast had elk OCMW tot 2002 een eigen dienst gezinszorg, samen goed voor 30.000 uren op jaarbasis. Toen door samenwerking dat aantal uren verdubbeld kon worden mét de nodige verzorgenden erbij, kwam alle personeel van de gezamenlijk georganiseerde diensten ook effectief in dienst van Welzijnsregio. ‘Vanaf dan groeide Welzijnsregio Noord-Limburg gestaag,’ zegt Guido Vrolix. ‘Tot aan de laatste stop namen de uren gezinszorg elk jaar toe. Samen met de logistieke hulp zit de Welzijnsregio nu op 110.000 uren. Daarnaast groeiden de bestaande diensten zoals rechtshulp, schuldbemiddeling, arbeidsbegeleiding en kwamen er nieuwe diensten bij zoals de dienst informatieveiligheid, de dienst wonen en de dienst Integratie.’

In dit gebouw huist toch ook een sociaal verhuurkantoor?
‘Onderling luidde de afspraak dat alle nieuwe diensten die de OCMW’s zouden ontwikkelen, in de nieuwe structuur ondergebracht zouden worden. Zo was dit ook de bedoeling voor de nieuwe dienst ‘Sociaal Verhuurkantoor’, maar voor de erkenning moesten er ook andere partners zoals het CAW of Opbouwwerk en de socialehuisvestingsmaatschappijen meedoen. Maar de OCMW-vereniging kon enkel OCMW’s verenigen, ze kon geen mensen van buitenaf in de raad van bestuur opnemen. Om dit euvel op te lossen hebben we een aparte vzw opgericht. We delen nu de infrastructuur en er is wederzijdse samenwerking. Het Sociaal Verhuurkantoor biedt 300 woningen aan. Door het SVK op te nemen in de grote organisatie van Welzijnsregio ontstaat de wisselwerking met de andere activiteiten zoals gezinszorg en aanvullende thuiszorg, de rechtshulp, schuldbemiddeling of de arbeidsbegeleiding.’

 

De grootte van de structuur maakt het verlenen van diensten dus efficiënter?
‘Daar ben ik het maar deels mee eens. In alle soorten samenwerking bestaat de neiging om te centraliseren, omdat het efficiënter werkt de mensen naar één plaats te laten komen, in plaats van naar hen toe te gaan. Maar daarvoor kiezen wij uitdrukkelijk niet. We willen in de breedte werken. Lokaal beleid is horizontaal en dat willen we zo houden. Door de diensten samen te organiseren, houden de OCMW’s het voordeel dat ze
deze diensten kúnnen aanbieden. Bij ons blijft de nadruk op de lokale dienstverlening liggen. Cliënten komen in het eigen OCMW in begeleiding van een vertrouwd maatschappelijk werker, en voor gespecialiseerde hulp krijgen ze een afspraak op het moment dat de rechtshulp, de schuldbemiddeling of de tewerkstellingsbegeleiding in huis is. Zo sluit alle hulp naadloos aan en wordt in tandem aangeboden. Dat is ons principe. Wij zijn alleen ondersteunend. Alles wat hier in Neerpelt in het oude gemeentehuis zit, sluit aan bij de negen individuele OCMW’s. We verkopen ons dus niet als Welzijnsregio, maar elk OCMW biedt wel de totaliteit van de dienstverlening aan. Hierdoor is de Welzijnsregio een onderdeel van het OCMWdienstverleningsaanbod en hebben we ook geen eigen folder.’

Is dat dan zo belangrijk voor de cliënt?
‘Voor de cliënt maakt het niet uit wie de dienst organiseert, als hij maar goed geholpen wordt, dicht bij huis. En de bijdrage van Welzijnsregio moet er precies voor zorgen dat ook kleinere OCMW’s een degelijke, professionele en bereikbare dienstverlening kunnen aanbieden. Met de aangekondigde persoonsvolgende financiering en de vermaatschappelijking van de zorg zullen er altijd mensen zijn die door omstandigheden
een heel klein, geen of zelfs het verkeerde rugzakje hebben. Het lokale bestuur moet er voor hen zijn. Niet alleen om als eerste de zorg aan te bieden, maar ook om een aanbod over de hele breedte te presenteren. Veel overlegverbanden verlopen via het boven- en middenkader, dikwijls ten koste van de mensen op de vloer. Hierdoor sta je verder weg, wat het gemakkelijker maakt om neen op een hulpvraag te zeggen.
Dat willen we niet.’



Hoe kun je dat uitgangspunt op de werkvloer garanderen?
‘We zijn lokaal niet alleen met de dienstverlening aanwezig maar ook de aansturing komt van onderuit. Zo overleggen we minstens vier keer per jaar met de diensthoofden, elke maand met de secretarissen – en dat zijn tegenwoordig overwegend gemeentesecretarissen. Je moet iedereen mee in beweging nemen, elke dienst. In de adviescommissies is er uitwisseling, afstemming, vorming en intervisie. Een OCMW besteedt
namelijk niet uit aan de Welzijnsregio, we organiseren alles samen, we zijn samen verantwoordelijk. Er is complementariteit, loyaliteit, het is de bluts met de buil. Omdat iedereen de voordelen van de samenwerking moet ondervinden, communiceren we veel met de OCMW’s, ook met de raadsleden. Zij zijn allemaal lid van de algemene vergadering en kunnen voor alle werkingsverslagen aan het extranet van onze website. Als een OCMW iets specifieks doet, wordt het uitgewisseld, zodat er goede verspreiding is. Zoals de budgetbeurs voor de leerlingen van het secundair onderwijs waar de maatschappelijk werkers uit de negen gemeenten aan meewerken. Zo zijn ze eens een week uit hun eigen dossiers en staan ze in nauw contact met de jongeren. Dat zijn kleine dingen die je alleen niet kunt organiseren. Het is dus niet puur of eenzijdig
dienstverlening, maar altijd samenspel en wisselwerking. Elk jaar presenteren we ons ook aan de nieuwe medewerkers van de negen OCMW’s zodat ze weten wat ze van de collega’s van Welzijnsregio mogen verwachten.’

 

Je zou deze dienstverlening ook kunnen inhuren van andere spelers?
‘We voegen extra deskundigheid toe aan de lokale dienstverlening, in plaats van ze eraan te onttrekken en ze als een derde extern te organiseren. Met een grotere dienst riskeer je uiteraard een grotere afstand tussen de organisatie en het eigen bestuur. Vanaf het moment dat je dienstverlening overlaat aan anderen en ze dus loslaat, zit je niet meer aan het stuur en wordt het een verhaal van vraag en aanbod. In het begin is de meerwaarde nog zichtbaar, maar zodra het geld begint te kosten wordt die overdracht van middelen in vraag gesteld omdat niemand nog de return van de dienstverlening ziet. Om de meest kwetsbare te helpen, is soms een oplossing nodig die verschilt van wat andere diensten standaard leveren. Bovendien kun je dan zelf de verbinding met de andere domeinen leggen en zelf de prijs bepalen. En je kunt overwegen al dan niet bij te leggen. Dat is op alle terreinen zo. Als lokaal bestuur is het beter zelf een zekere capaciteit in
huis te hebben. Als grote dienst kun je in de breedte werken, we bundelen de krachten regionaal om ze lokaal in te zetten. Deze bovengemeentelijke structuur is bovendien handig in de afstemming met andere organisaties, omdat die veelal ook bovenlokaal gesitueerd zijn. In afspraken met derden sta je steviger als regio en kun je het geheel meer inhoud geven. Als we als lokaal bestuur iets willen betekenen als regisseur,
kunnen we dat het beste samen doen. Zo creëren we ook eenvormigheid in de regio. Op zich is er daarvoor geen structuur nodig, dat kun je ook gewoon met afspraken, maar dankzij de structuur en de eigen organisatie is er capaciteit om samen te werken. Daardoor versterken we de individuele OCMW’s. We
nemen geen dienstverlening weg, integendeel, we versterken ze bij hen in huis, we geven hen door die samenwerking extra kansen. Nu proberen we dit door te zetten in de gemeenten. Dat wordt nu het tweede luik.’

Natuurlijk vanwege de integratie van gemeente en OCMW!
‘En omdat onze OCMW-vereniging voor een periode van twintig jaar werd opgericht, 2020 komt er snel aan. De beslissing tot verlenging kun je niet uitstellen tot het laatste jaar, daarom moet het nog in deze beleidsperiode gebeuren. Omwille van de integratie OCMW en gemeente betrekken we nu ook de gemeenten erbij en hebben de besprekingen in het burgemeestersoverleg plaats. Dus als we verlengen, treden ook de gemeenten toe, omdat OCMW en gemeenten vanaf 2019 nauw samenwerken, en dus zullen we in onze OCMWvereniging ook gemeentelijke taken opnemen.’

Wat verandert er dan voor de besturen?
‘Het nieuwe decreet lokaal bestuur voorziet in een nauwe integratie van OCMW en gemeente maar intergemeentelijke samenwerking blijft nog georganiseerd volgens de bepalingen van het huidige OCMW-decreet voor wat de Welzijnsverenigingen’ betreft en volgens het decreet Intergemeentelijke samenwerking. Beide worden wel gekopieerd in het nieuwe decreet lokaal bestuur maar voor de rest blijft de oorspronkelijke regelgeving. Als we de lokale opdrachten op meerdere domeinen ook bovenlokaal willen behandelen dan hebben we hiervoor nog twee afzonderlijke structuren nodig: Een OCMW-vereniging en een dienstverlenende vereniging intergemeentelijke samenwerking. Daarom passen de Noord-Limburgse lokale besturen de statuten van Welzijnsregio aan om de gemeenten als lid te laten toetreden. Daarnaast wordt
een dienstverlenende intergemeentelijke samenwerking opgericht, met de gemeenten als piloot en de OCMW’s als copiloot. Eigenlijk maken we nu twee spiegelverenigingen. OCMW-taken kunnen dan naar de OCMW-vereniging en gemeentelijke taken naar de intergemeentelijke samenwerking. Maar in de praktijk zullen de dingen door elkaar lopen, zowel bestuurlijk als organisatorisch als naar werking. Naast Welzijnsregio Noord-Limburg komt er de intergemeentelijke samenwerking Regio Noord-Limburg.’

Welke nieuwe taken zal deze Regio Noord-Limburg opnemen?
‘In deze fase zijn we vooral organisatorisch bezig en brengen we ideeën samen. Voorlopig vangen we de opdrachten nog op met de bestaande Welzijnsregio. Het zal aan de nieuwe raadsleden zijn om vanaf 2019 ook aan de nieuwe intergemeentelijke samenwerking inhoud te geven. In elk geval beschikt Noord-Limburg zo over een gedragen samenwerkingsstructuur, opgericht van onderuit door de lokale besturen en in opdracht breed uitgespreid over alle domeinen waar de gemeenten verantwoordelijkheid en bevoegdheid hebben. We hopen dat Vlaanderen in de toekomst deze regio eindelijk als vast samenwerkingsverband wil aanvaarden als het kiest voor samenwerkingsverbanden waarin lokale besturen cruciaal zijn of een regisseursrol opnemen. Als gemeenten zelf een keuze hebben gemaakt, moet Vlaanderen dat toch respecteren? Als Vlaanderen elke keer een andere schaal of een verschillend criterium hanteert, moet telkens vanaf nul aan de afbakening en invulling worden begonnen. Er wordt heel veel negatieve energie gestoken in de afbakening en de verantwoording. Dergelijke wisselende samenwerkingsverbanden vormen
bovendien geen duurzame basis voor de integrale benadering. Ze leveren eerder een verkokerde aanpak op, zodat dan weer eens energie moet gestoken worden om ze binnen één of ander platform, werkgroep of overleg kunstmatig te verbinden.’



Een structuur is dikwijls zo sterk als de zwakste schakel.
Geldt dat ook voor de Regio Noord-Limburg?
‘De vereniging werkt volgens een samen afgesproken visie op samenwerking. We willen negen sterke gemeenten, die elk op zich professionele en degelijke diensten aan hun inwoners leveren, voor een groot stuk met eigen personeel, voor een stuk met gedeeld personeel. In die gezamenlijke organisatie zit elke
deelnemende gemeente vanuit een gelijkwaardige positie mee aan het stuur. Elke gemeente zet samen met de buurgemeenten het beleid uit, bepaalt de dienstverlening waarop een beroep wordt gedaan op maat van de eigen gemeente, maakt hiervoor het budget op en draagt in de afrekening bij volgens de
dienstverlening die is afgenomen. Dit gebeurt democratisch en transparant binnen een geest van solidariteit en engagement. In die zin zijn er geen zwakke schakels. We werken maar samen rond die zaken waar er bereidheid is om samen te werken. Is een lokaal bestuur (nog) niet overtuigd om een bepaalde dienst aan de inwoners te verlenen, dan forceert het samenwerkingsverband dit niet. Als we goed samenwerken aan die zaken waar er bereidheid tot samenwerking is, hebben we al genoeg werk. De rest zal vanuit de goede ervaring wel volgen en dit verklaart ook het groeiende succes van Welzijnsregio
Noord-Limburg.’




  •  
  •  
  •  
  •  
  •  

Thema's

  • sociaal beleid

Contact

  • Welzijnsregio Noord-Limburg

Links