Voor een sterk lokaal bestuur

Kies hieronder uw filters

Koalabuurt, mensen bekommerd om hun buren

 

Als het aan vrijwilliger Koen Kuylen van Antwerpen aan ’t woord ligt, wordt elke straat in het district Antwerpen een Kangoeroestraat. In zo’n straat zeggen de bewoners niet enkel vriendelijk goedendag tegen elkaar, ze merken ook verborgen eenzaamheid en problemen van kwetsbare mensen op. In een Koalabuurt helpen mensen
elkaar spontaan. Gewoon, omdat buren buren helpen.

 

 

Om buren aan te zetten elkaar opnieuw te helpen diende ‘Antwerpen aan ’t woord’ het project ‘Zorg Samen Straten’ in voor de Burgerbegroting van het district Antwerpen, onder het thema langer thuis wonen.
Alles begon met concrete verhalen van veertig kwetsbare mensen. Twintig mensen wonen ondertussen in een voorziening, de andere helft woont nog thuis. Ze kregen twee vragen voorgelegd: wat heeft je doen besluiten om te verhuizen naar een voorziening en wat heb je nodig om langer thuis te wonen?
In beide gevallen bleek dichtbij contact doorslaggevend: ze willen een goeie straat, contact in de buurt, goeie buren die helpen, warme mensen om zich heen; ze zijn te veel alleen, het weekend is nauwelijks
te overbruggen, de straat is te kil geworden, in huis geraken ze niet meer alleen de trap op en af. Allemaal varianten op hetzelfde thema: angst voor vereenzaming. Een harde realiteit die mensen dikwijls niet in de hand hebben.

De eigen straat
Als je aan mensen vraagt of ze iemand die aan het vereenzamen is willen helpen, zullen er weinig nee zeggen. In werkelijkheid weten velen echter niet hoe ze eraan moeten beginnen. Ze aarzelen en doen
uiteindelijk niets. Als je aan kwetsbare mensen vraagt of ze een helpende hand kunnen gebruiken, zullen er ook weinig nee zeggen. Maar in werkelijkheid vallen ze dikwijls nog liever dood dan hulp te moeten vragen. Als iemand het toch aandurft hulp te bieden, slaan ze die af. Zeker als ze daardoor afhankelijk worden
van anderen. In Het Kleine Helpen omschrijven Leen Heylen en Liesbet Lommelen dit als  ‘vraagverlegenheid’, ‘handelingsverlegenheid’ en ‘acceptatieverlegenheid’. ‘Zorg Samen Straten’ heeft
als doel deze verlegenheid weg te werken en ervoor te zorgen dat álle mensen zorg voor elkaar dragen. De naam duidt meteen het kader waarbinnen deze doelstelling kan worden gerealiseerd: de eigen straat, de maat van de mensen. Als er een vuilniszak van de trap gedragen en op straat gezet moet worden, dan kan
een van de buren dat doen. Gemakkelijk toch? Ook voor wie ondersteuning wil bieden, is de straat de juiste maat. De ondersteuning gaat gewoon in één moeite door. Je passeert je buur immers dagelijks. Je kunt de hulpvraag ‘en passant’ opnemen. Zoals een deelnemer het heel nuchter verwoordde: ‘Ik wil gerust
helpen, maar het moet in mijn schema passen. Ik heb het al druk genoeg.’ Je doet toch wekelijks boodschappen, dus kun je net zo goed voor de hulpbehoevende buur ineens het nodige meebrengen.

De werkwijze
Sinds de start van het project in januari van dit jaar zijn er veertien straten ‘Zorg Samen Straten’ geworden, onder impuls van de stedelijke dienst Stadsmakers die instaat voor de sociale cohesie via straatfeesten,
lenteschoonmaak of speelstraten en dankzij de eigen oproep van ‘Antwerpen aan ’t woord’. De reacties waren positief, de straat wil niet alleen samen feesten maar is nog perfect in staat zorgzaam
voor de buren te zijn. Die andere mentaliteit wordt heel concreet bij deze bewoner van de Zwijgerstraat: ‘Op een late zomeravond hoorde ik plots lawaai en gestommel voor mijn raam. Vroeger zou ik de lawaaimaker uit ergernis de huid vol gescholden hebben. Nu ging ik gewoon naar buiten en vroeg aan de jongeman daar of alles oké was. Zo ontdekte ik deze zwaar autistische allochtone jongen die met zijn moeder in het
appartementsblok in mijn straat woont. Ze waren ten einde raad. Samen met de thuiszorgdiensten in Zorg Samen Straten hebben we hen ondersteund en die jongen uit zijn eenzaamheid gehaald.’
Tijdens de persoonlijke gesprekken wordt een scenario voor de straat opgesteld, gebaseerd op vier pijlers: een inclusieve werkwijze, het bekend maken van het project in de straat, het zichtbaar houden van het project en samenwerken met professionele hulpverleners, waaronder de thuiszorgdiensten.

Iedereen deelnemer
Om voor mekaar te krijgen dat elke bewoner in de straat deelneemt aan de samenleving, op al zijn levensdomeinen, moet er een trekkersgroepje in de straat zijn. In de Hertoginstraat is dat Francesca, in de Sint-Jozefstraat Marleen en in de Korte Leemstraat Anne-Marie. Deze drie straten vormen een
driehoek, waardoor deze drie mensen elkaar kennen en de handen in elkaar slaan. Hun motivatie om een sociaal zorgende dynamiek op gang te brengen en in stand te houden is heel persoonlijk.
Toen Francesca nog kind was, was er iemand in de straat gestorven. Het werd pas opgemerkt, toen de stank niet meer te harden was. Dat is haar bijgebleven.
Hoe geïsoleerd kan iemand geraken? Zij wil dat het niemand overkomt in de straat waar zij nu woont. Marleen kan soms zelf een helpende hand gebruiken, want haar echtgenoot verplaatst zich in een rolstoel. De kracht van Marleen is haar warme empathie en haar levenservaring. Daardoor kom je bij Marleen
altijd thuis. En Anne-Marie, die zeven kinderen heeft waarvan er twee in Antwerpen wonen, vindt sociale contacten erg belangrijk en geniet, wanneer ze mensen zichzelf ziet zijn, in relatie tot elkaar.
Regelmatig komen ze nu samen in buurthuis De Reus in de aanpalende Lange Leemstraat. Ze brengen een hele schare buren mee. Zo is er de jonggepensioneerde ondernemer Anthony wiens vrouw zes jaar geleden gestorven is. Zijn humor doet hen voortdurend schateren. Buurtwerking is ook plezier maken. Ook Ann is van de partij. Eigenlijk is het buurthuis van haar. Het ontstond, toen haar man en zij beslisten enkel de bovenverdiepingen van hun huis te bewonen en de benedenverdieping als ontmoetingsplaats ter beschikking van de buurt te stellen. Jacques zegt niet veel, hij is vooral een stille helper. Zo komen er veel mensen over de vloer, met elk hun eigen verhaal en hun talenten. Ze worden ondersteund door Vonneke,
verantwoordelijke hulpverlening bij Gezinszorg Villers en in haar vrije tijd geëngageerd in de buurt. Vonneke
kijkt toe hoe de mensen in de trekkersgroep verbindingen leggen tussen de bewoners in hun straten en ook met de plaatselijke sociale netwerken, zoals de vrijetijdsclub. Af en toe grijpt ze in om zwakke sociale verbindingen te versterken. Omgekeerd houdt ze verbindingen tussen mensen, sociale netwerken
en organisaties soms ook een beetje af, wanneer ze merkt dat mensen er nog niet aan toe zijn. Eigenlijk is Vonneke een sterke professionele netwerker, die voortdurend drie strategieën hanteert: verbinden, hoeden en wieden.

Behoeften en talenten
Door elkaar te leren kennen zien de mensen van de buurt beter elkaars behoeften maar ook elkaars talenten. Zo was er een schichtige Servische vluchteling die prachtig schilderde op houten panelen.
Onmiddellijk werden plannen gesmeed om hem in contact te brengen met mensen van de Sint-Lucas School of Arts in de Sint-Jozefstraat. Talenten van mensen opmerken en aanwenden, waardoor ze met al hun kwetsbaarheid ook iets kunnen meebrengen, geeft die mensen energie. Zo wordt het voor hen ook gemakkelijker om ondersteuning en zorg te ontvangen. Het enge woord ‘zorg’ verdwijnt en maakt plaats voor de wijze waarop ze er zijn voor elkaar. Zo worden ‘Kangoeroestraat’ en ‘Koalabuurt’ een merknaam
voor buurtwerking en vermaatschappelijking, waarin iedereen deelnemer is.

Bekend maken
Om de transformatie naar Kangoeroestraat of Koalabuurt bekend te maken ontwerpt de trekkersgroep een folder, op maat van het initiatief. Er staan voorbeelden in van wat mensen voor elkaar kunnen betekenen in de kleine dagelijkse dingen, los van de grote levensbeschouwelijke vraagstukken. Vind je het fijn samen eens te babbelen bij een kop koffie? Wil je graag met iemand gaan wandelen? Heb je een tijdschrift om uit te wisselen? Of wil je graag je buren tijdens de vakantie helpen met plantjes gieten of de kat voeren? Op de kindjes passen wanneer de buurman even dringend weg moet of een pakje aannemen?
Die folder gaan de leden van de trekkersgroep persoonlijk aan elke bewoner thuis afgeven. De schaalgrootte van één enkele straat maakt dit mogelijk. De mensen in de straat zien meteen het engagement van een van hun buren. Nadien horen ze dat het er meer dan één is. Dat werkt aanstekelijk.
Want degene die aanbelt, is een van hen, iemand van hun straat. Bovendien wordt de folder aan iederéén in de straat gegeven. Iedereen kan terugvallen op ondersteuning en zorg, niet alleen de kwetsbaren. Dat maakt het voor de kwetsbaren al een heel pak sociaal aanvaardbaarder. Door aan elke deur aan te bellen krijgen de mensen van de trekkersgroep meteen ook een scan van de straat cadeau.
De reacties zijn positief. Behoorlijk veel straatbewoners willen helpen en er komen ook behoeften en hulpvragen aan het licht. Het profiel van de helpers is opvallend anders dan dat van de doorsnee
deelnemers aan straatactiviteiten. Meestal hebben ze het niet zo begrepen op een buurtbarbecue of een nieuwjaarsdrink. Ze willen best iets doen in en voor hun straat, maar zonder al dat socialiseren.
In de Kangoeroestraat en de Koalabuurt kan dat nu ook individueel.

Zichtbaar zijn en blijven
Na de folderactie konden de mensen een affiche voor hun raam hangen met als opschrift: ‘Ik steun onze Koalabuurt – buren helpen buren’. En bij straat- of buurtactiviteiten zie je een Kangoeroestandje,
liggen er placemats met het logo op de tafels. Herhaling werkt. Daardoor liet het Kangoeroebeeld een bewoonster van de Graaf Van Egmontstraat niet los: ‘En toen ik op een morgen een hulpeloze man zag die zich haast voorttrok aan de gevels, heb ik hem aangesproken. Dat zou ik vroeger nooit gedaan hebben, ook die morgen had ik eigenlijk geen tijd, ik moest dringend naar mijn werk. De man bleek mijn overbuurman
te zijn, met onverzorgde voetwonden, onverzorgde mondwonden. Ik las in zijn ogen de eenzaamheid. Ik nam de eerste zorg op mij, terwijl ik de huisarts belde. Van het een kwam het ander. Thuiszorg werd ingeschakeld. Er werden contacten met buren gelegd. Ik was de eerste in de straat die zich om die
man bekommerde, los van de Kangoeroe-organisatie in de straat. Maar had dat beeld van de Kangoeroestraat niet in mijn hoofd gezeten, dan zou ik hem ook die morgen gewoon voorbijgelopen
zijn. Nu ben ik gelukkig dat ik dat niet gedaan heb.’

Samenwerken met professionele hulpverleners
Het project ‘Zorg Samen Straten’ wordt door ‘Antwerpen aan ’t woord’ in samenwerking met Gezinszorg Villers uitgewerkt. Ze zochten samenwerking met de thuiszorgdiensten Familiehulp, Vleminckveld
en het Zorgbedrijf Antwerpen, maar dat bleek niet zo gemakkelijk te zijn. Door hun wijze van financiering
zijn thuiszorgdiensten erg cliëntgericht en dus op het individu georganiseerd. Daardoor kennen ze de buurt niet zo goed. Omgekeerd kennen de bewoners de thuiszorgdiensten niet goed. Nu  zijn er kennismakingsmomenten in de maak. Maar evengoed buigt een focusgroep van buurtbewoners en professionele hulpverleners zich over de vraag hoe ze de sociale dynamiek in de straat kunnen
verbinden met de thuiszorg.


Kangoeroestraten en Koalabuurten vertrekken vanuit de levensverhalen van de mensen die er wonen en leven, vanuit hun talenten, datgene wat hen energie geeft. Op maat van de mens en de straat. Zo is ‘Zorg Samen Straten’ – naast andere even belangrijke initiatieven – een uiterst succesvolle strategie geworden
om sociale cohesie in superdiverse straten en buurten te creëren en te versterken. ■

Dany Dewulf is VVSG-stafmedewerker vermaatschappelijking van de zorg




  •  
  •  
  •  
  •  
  •  

Thema's

  • armoede; buurtgerichte zorg; sociaal beleid

Contact

  • district Antwerpen

Links