Voor een sterk lokaal bestuur

Kies hieronder uw filters

Het publieke zorgaanbod ruim en toegankelijk houden

 

Op 1 januari viert Zorg Leuven de eerste verjaardag van zijn operationele start. De OCMW-vereniging van publiek
recht bundelt de diverse zorgvoorzieningen van stad en OCMW Leuven. Het doel: als publieke initiatiefnemer in
een veranderend zorglandschap voortreffelijke en toegankelijke zorg op maat blijven aanbieden.

 

 

‘De beslissing voor de oprichting van een zorgvereniging werd opgenomen in het Leuvense bestuursakkoord in 2012, dus lang voor er sprake was van de inkanteling van de OCMW’s in de gemeenten,’ zegt OCMW-secretaris Koen Wuyts, die Zorg Leuven leidt. ‘Maar de motivering voor het ontstaan van Zorg Leuven nu herleiden tot die politieke keuze zou wel voorbijgaan aan de essentie.’ Rita Deville, operationeel directeur van de vereniging en tevens adjunct-secretaris, knikt instemmend. ‘Door deze politieke
beslissing werd het zorgaanbod van het OCMW en de stad Leuven geïntegreerd. Zo is er een nieuwe dynamiek ontstaan in de Leuvense publieke zorg.’
Zorg Leuven verenigt de kinderdagverblijven, de diensten voor onthaalouders en de teledienst voor zieke kinderen van de stad met het uitgebreide aanbod in de residentiële ouderenzorg, de thuiszorg en aanverwante diensten van het OCMW. ‘Zorg Leuven en de stad zijn in verschillende sectoren actief, en in de
zorg- en hulpverlening worden andere accenten gelegd dan in de dienstverlening die een stad aanbiedt,’ merkt Koen Wuyts op. ‘De werkwijze en houding van dienstverleners binnen de stadssectoren verschilt daardoor van die van de zorgen hulpverlening. En medewerkers van de kinderopvang zijn in wezen zorgverleners. Zij voelen hun taak ook zelf zo aan. Vandaar dat het logisch was om in het kader van de integrale zorg al deze dienstverlening samen te brengen.’ Het OCMW zelf behoudt de sociale dienst
en de ondersteunende diensten. Die laatste werken via detachering ook voor de zorgvereniging.

Breed zorggamma met centrale toegang
Wat de publieke zorg onderscheidt en er de kracht van uitmaakt, is – naast betaalbaarheid en toegankelijkheid – de ruime waaier van zorgdiensten die mensen er kunnen vinden. ‘Een commerciële
speler heeft bijvoorbeeld woonzorgcentra maar geen assistentiewoningen, geen thuiszorg, klusjesdiensten, thuismaaltijden of kinderopvang,’ zegt Rita Deville. ‘De bundeling van die diensten in de zorgvereniging heeft het aanbod bij ons trouwens nog verrijkt: nadat de kinderopvang erbij kwam, zijn we binnen de thuiszorg ook gestart met kraamzorg, een dienst die we nog niet hadden.’ Een breed zorggamma dat bovendien zo toegankelijk mogelijk is, is belangrijk om het vaak kwetsbare cliënteel zo goed mogelijk te helpen. Al even belangrijk voor de burger die zorg wil, is dat hij de zorg krijgt die het best bij zijn behoeften
past. Zorg Leuven richtte daartoe een centrale intake in: één loket, Zorgzeker genaamd, waar cliënten met elke zorgvraag terecht kunnen. Dat loket is nu meer dan een jaar operationeel, en het werkt goed.

‘Het is een groot voordeel dat we de hulpvragen van cliënten vanuit dat ruime zorgspectrum kunnen bekijken,’ zegt Koen Wuyts. ‘We kunnen zo personen of gezinnen oriënteren binnen ons integrale zorgaanbod en hen toeleiden naar het type zorg dat het meest haalbaar of aangewezen is. En als wij hen
niet kunnen helpen, verwijzen we door buiten onze organisatie.’

‘Van elke cliënt die met een zorgvraag naar de centrale intake komt, brengen we de woon- en leefsituatie in kaart. Daar hoort voor elke cliënt een huisbezoek bij,’ zegt Rita Deville. ‘Op die manier helpen we hen uitvissen wat hun ideale zorgsituatie zou kunnen zijn, en werken we een traject uit. Het is goed mogelijk
dat een oudere die zich aanmeldt voor opname in een woonzorgcentrum, bij nader inzien nog perfect voort kan met thuiszorg of ondersteuning bij zelfstandig wonen. Evengoed kan bij een vraag naar thuiszorg blijken dat residentiële zorg toch aangewezen is. Dan organiseren we thuiszorg tot er een plaats vrijkomt in het woonzorgcentrum. Die geïntegreerde werkwijze is nieuw, en is er dus voor ons volledige zorgaanbod.’


Efficiëntiewinst?
Efficiëntiewinsten spelen uiteraard mee bij de oprichting van een zorgvereniging, maar vormen geen doel op zich. Rita Deville: ‘Het is niet de economische insteek die primeert. Het beleid wou nadrukkelijk het beeld vermijden dat het louter daarom zou gaan. Daarom stonden we er ook op de vereniging niet Zorgbedrijf
Leuven te noemen, maar Zorg Leuven. Wij stellen bewust het inhoudelijke, het verzekeren van een zorgaanbod voor maatschappelijk kwetsbaren, centraal. Kwaliteit en toegankelijkheid komen op de eerste plaats. Wat niet betekent dat we niet zuinig en efficiënt omgaan met onze middelen.’ Koen Wuyts vult aan:
‘Uiteraard blijft het belangrijk moderne zorg- en opvanginstellingen optimaal te beheren en te exploiteren. Het ligt voor de hand meer efficiëntie te realiseren door bijvoorbeeld gezamenlijk facilitaire processen te organiseren zoals de maaltijden, de was en strijk, het aankoopproces, of nog door personeel uit te wisselen
tussen zorgvoorzieningen. Zo kunnen medewerkers van de teledienst voor zieke kinderen tijdelijk in het woonzorgcentrum worden ingezet op momenten dat er geen zieke kinderen zijn.’
Efficiëntiewinst wordt overigens ook buiten Zorg Leuven gezocht: de zorgvereniging en het OCMW fungeren
bijvoorbeeld zelf als aankoopcentrale, maar sluiten ook aan bij andere aankoopcentrales, zoals die van de Vlaamse Gemeenschap of de provincie.

 

Organisatieverandering en personeelsbeheer
In de organisatiestructuur veranderde vooral het hogere management. De zorgvereniging kreeg een raad van beheer, een algemene vergadering en een dagelijks bestuur, dat we volgens secretaris Koen Wuyts kunnen zien als het equivalent van een vast bureau bij het OCMW. Voor de medewerkers op de werkvloer veranderde er ogenschijnlijk heel weinig en verliep de overgang naar de zorgvereniging heel vlot. ‘We hebben dan ook een enorme inspanning geleverd op het vlak van interne communicatie,’ weet Koen
Wuyts. ‘De overgang riep onvermijdelijk vragen op: over het personeelsstatuut tot de structurele veranderingen in de toekomst. Het is essentieel dat je onzekerheden en onduidelijkheden bij medewerkers
kunt wegnemen, en hen gerust kunt stellen: ieder van hen behoudt zijn bestaande rechten. We organiseerden in totaal ruim vijftig informatierondes, bij de verschillende diensten; we zijn er maanden mee bezig geweest.’
Een belangrijke hinderpaal voor de oprichting van Zorg Leuven – waarbij het in het algemeen moeizaam zoeken was naar overeenkomst tussen de visie van het lokale bestuur op de zorgvereniging enerzijds en die van de andere overheden anderzijds – was zonder twijfel het regelgevende kader. Rita Deville: ‘Wet- en regelgeving over btw, over pensioenen, en rechtspositieregelingen zijn niet altijd op elkaar afgestemd
of spreken elkaar soms tegen, wat veel zaken nodeloos ingewikkeld maakt. Zo hebben we onze statutaire werknemers allemaal gedetacheerd, omdat hen overdragen ons een pak geld zou kosten in termen van pensioenbijdragen. Daardoor blijft het OCMW voor die mensen juridisch de werkgever, terwijl hun feitelijke
werkgever de zorgvereniging is. Wat doe je in dat geval met bijvoorbeeld evaluaties? Voor zulke kwesties moet je op zoek naar pragmatische oplossingen.’

Blik op de toekomst
Na een druk transitiejaar is Zorg Leuven zich nog volop aan het positioneren in de lokale en regionale markt van de zorg. ‘De zorgsector staat voor grote uitdagingen, zowel op lokaal als op Vlaams niveau,’ waarschuwt Koen Wuyts. ‘Er is al een vergrijzing binnen de vergrijzing aan de gang. Met Zorg Leuven willen we zorg betaalbaar en hoogstaand helpen houden, om aan iedereen de gepaste hulp te kunnen bieden. Welke nieuwe dienstverlening zullen we nog kunnen ontwikkelen, en wat kan ons meer slagkracht geven? Zullen de beperkte middelen kunnen worden uitgebreid? Dat zijn vragen die ons bezighouden.’ Op termijn streeft Zorg Leuven naar bijkomende samenwerkingsinitiatieven, op basis van gedeelde visies op zorg. Vandaag
werken de stad en het OCMW als deelgenoten van de vereniging samen, morgen kunnen daar publieke of zelfs private partners bij komen, zoals bij de bestaande PPS in deelgemeente Wilsele, die een woonzorgcentrum met 120 bedden beheert. ‘Het streven naar samenwerking zit ingebakken in de zorgvereniging,’ zegt Rita Deville. ‘We sluiten ook niet uit dat we met andere lokale besturen uit de regio gaan samenwerken,’ voegt Koen Wuyts toe, ‘ook al is het zorgaanbod in Leuven vandaag al aanzienlijk
en laat het zich logisch afbakenen door de contouren van de stad. Maar Vlaanderen is klein, laten we daar eerlijk in zijn. We zullen onze krachten moeten bundelen om de cliënt zo goed mogelijk te dienen. Dat doen private zorginstellingen trouwens evengoed.’ Of er voor andere lokale besturen een les te leren valt uit het oprichtingsproces van Zorg Leuven? Koen Wuyts heeft het antwoord klaar: ‘Het inhoudelijke aspect
is immens belangrijk. Met het oog op de inkanteling van OCMW in gemeente springen vele besturen nu op de kar en wil men soms snel-snel “een zorgvereniging oprichten”. Maar het sterke verhaal en de zorgvisie moeten daarbij primeren. Je mag niet streven naar een structuur omwille van de structuur.’ ■

Pieter Plas is redacteur van Lokaal
www.zorgleuven.be/over-zorg-leuven




  •  
  •  
  •  
  •  
  •  

Thema's

  • ouderen; publieke zorg

Contact

  • Zorg Leuven

Links