Voor een sterk lokaal bestuur

Kies hieronder uw filters

Brasschaat heeft met Zorgbedrijf dubbele primeur

 

Brasschaat zette begin vorig jaar twee grote stappen: het woonzorgcentrum verhuisde niet alleen van het OCMW
naar het kersverse Zorgbedrijf Brasschaat, de exploitatie kwam ook in handen van het Zorgbedrijf Antwerpen. OCMW-secretaris Bruno Van Mengsel ziet grote voordelen in de oprichting van een zorgbedrijf, maar ook grote gevoeligheden. ‘Daarom is het belangrijk dat de discussie zo rationeel mogelijk wordt gevoerd.’

Het Zorgbedrijf Brasschaat ging officieel van start op 1 januari 2016. ‘We waren de oprichting natuurlijk
al een hele tijd volop aan het voorbereiden,’ legt OCMW-secretaris Bruno Van Mengsel uit. ‘Het Zorgbedrijf paste in de kerntakendiscussie die zowat elke gemeente vroeg of laat voert. Wat doe je nog honderd procent zelf? Welke taken moet een gemeente of OCMW niet op zich nemen? En voor welke taken zoek
je naar tussenoplossingen?’ ‘Daar kwam nog bij dat het woonzorgcentrum Vesalius al jaren met een deficit
kampte. We konden dat onmogelijk verder laten oplopen zonder dat het andere taken van het OCMW in de verdrukking bracht. We hebben verschillende mogelijke oplossingen uitgebreid onderzocht, en de oprichting van een publiekrechtelijke vereniging bleek de beste en meest logische optie. Zo werd het Zorgbedrijf Brasschaat geboren.’
Het OCMW bracht de gronden en de gebouwen van het woonzorgcentrum in het gloednieuwe Zorgbedrijf Brasschaat in. Het woonzorgcentrum Vesalius en de bijhorende assistentiewoningen en het dagverzorgingscentrum maken nu deel uit van het Zorgbedrijf Brasschaat. Maar het dienstencentrum op dezelfde locatie verhuisde niet meteen, en bleef gewoon bij het OCMW van Brasschaat horen. Net als de twee andere dienstencentra van de gemeente, de thuiszorg en de schoonmaakdiensten…

‘Je moet stap voor stap te werk gaan,’ is een belangrijke les die Bruno Van Mengsel andere gemeenten en OCMW’s wil meegeven. ‘Elke verandering roept de nodige vragen op, dat is normaal. Het personeel van het woonzorgcentrum had vragen, maar ook de lokale politiek moest wennen aan het idee dat puur
openbare taken nu deels verzelfstandigd zijn. Daar moet je rekening mee houden: transparant en duidelijk communiceren, oog hebben voor de sociale vrede, niet te veel in één keer willen.’


Schaalvergroting en expertise
In Brasschaat ging de oprichting van een zorgbedrijf meteen gepaard met een tweede grote verandering. Een primeur voor de gemeente. Het Zorgbedrijf Brasschaat gaf de exploitatie van het woonzorgcentrum,
de assistentiewoningen en het dagverzorgingscentrum immers in handen van het Zorgbedrijf Antwerpen.
Dat beheert al een hele reeks woonzorgcentra, dienstencentra, serviceflats, thuisdiensten in de stad Antwerpen. Het Zorgbedrijf Brasschaat was ook voor Antwerpen een primeur, de eerste exploitatie buiten de stad. ‘Ook dat was geen eenvoudige beslissing,’ aldus Bruno Van Mengsel. ‘Maar we waren en zijn er nog altijd van overtuigd dat het Zorgbedrijf Antwerpen een meerwaarde kan betekenen voor Brasschaat.
De schaalvergroting maakt het mogelijk de kosten te drukken, door bijvoorbeeld betere prijzen af te dwingen. Maar het Zorgbedrijf Antwerpen heeft ook een massa ervaring en expertise in huis, en kan innovaties uitwerken die wij binnen Brasschaat met onze beperkte middelen niet aankunnen.’
Volgens de OCMW-secretaris verloopt de samenwerking tussen Antwerpen en Brasschaat uitstekend. ‘Er is georganiseerd overleg. De belangrijke beslissingen worden genomen binnen onze raad van beheer en onze algemene vergadering. Op Brasschaats niveau dus. Hoewel de directeur van het Zorgbedrijf Brasschaat
dezelfde is als die van het Zorgbedrijf Antwerpen, blijft de lokale verankering met een Brasschaatse voorzitter en een meerderheidsvertegenwoordiging in de raad van beheer gegarandeerd.’
Alle personeel dat verhuisde van het Brasschaatse OCMW naar het Zorgbedrijf Brasschaat, behield zijn statuut en zijn loon. Maar Bruno Van Mengsel geeft toe dat de overgang van OCMW naar Zorgbedrijf niet eenvoudig is voor het personeel, en dat er ook na bijna twee jaar nog wrijvingen bestaan. ‘Mensen die
op een bepaalde manier werkten, vaak al jaren aan een stuk, moesten zich nu aanpassen aan de procedures van het Zorgbedrijf Antwerpen. Die vragen soms wat meer flexibiliteit dan we hier gewend
waren, en dat kost wat moeite.’ In Brasschaat ontstond politiek gekibbel over de kwaliteit van de dienstverlening in woonzorgcentrum Vesalius, die er volgens de oppositie op achteruit ging. Na
de uitzending van Pano, die undercover wantoestanden blootlegde in private rusthuizen, laaide die discussie recent opnieuw op. ‘De kwaliteit van de zorg is goed,’ benadrukt Bruno Van Mengsel.
‘Dat was een van de hoofdredenen om de handen in elkaar te slaan met het Zorgbedrijf Antwerpen, hun expertise komt de bewoners van het woonzorgcentrum net ten goede. Daar waken we echt over. Wat wel zo is, is dat die reportage de kloof tussen publieke en private woonzorgcentra – waarvan we er in Brasschaat
ook twee hebben – alleen maar groter heeft gemaakt. De drempel om samen te werken was al hoog en is alleen maar hoger geworden.’


Rationaliteit boven emotionaliteit
OCMW-secretaris Van Mengsel ziet nog te veel emotionaliteit in het debat over zorgbedrijven en zorgverenigingen. ‘We moeten die discussie rationeel voeren. Je zult me niet horen zeggen dat een
zorgbedrijf oprichten altijd en overal de beste oplossing is, er zijn verschillende mogelijkheden afhankelijk van de lokale situatie en context. Maar we moeten dat debat dan wel in alle rationaliteit kunnen voeren, op basis van feiten. Dat lukt niet altijd even goed.’ In de feiten ziet Van Mengsel enkele belangrijke voordelen aan de oprichting van een zorgbedrijf. ‘Er is natuurlijk het financiële aspect, maar daarnaast zijn ook de schaalvergroting en de vlottere besluitvorming belangrijke troeven. Niet elke beslissing hoeft langs de voltallige OCMW-raad te passeren, je kunt sneller reageren. Dat komt de dienstverlening ten goede.’
Toch moet Van Mengsel toegeven dat het wat duurt voordat de theorie ook praktijk wordt. ‘Je draagt hoe dan ook een erfenis mee. We passen met het OCMW nog altijd het loon van het vastbenoemde
personeel bij. Op termijn zullen de statutaire werknemers verdwijnen en zal alle personeel van het Zorgbedrijf contractueel zijn, maar dat kan natuurlijk nog jaren duren. Dus dat financiële voordeel
voor de gemeente en het OCMW is voorlopig nog beperkt. Ook de schaalvergroting hapert nog. We hadden gehoopt dat andere gemeenten mee op de kar zouden springen, maar we zien dat die toch nog altijd eerst naar oplossingen binnen de eigen gemeente zoeken. Lokale gevoeligheden blijven sterk spelen. Dat is ook
zo met de greep van de politiek. Het blijft moeilijk loslaten voor lokale partijen en politici. Pas op, ik begrijp dat. De mensen in de woonzorgcentra, hun families, de inwoners van Brasschaat… maken geen
onderscheid tussen gemeente, OCMW of Zorgbedrijf. Voor hen maakt het allemaal niet veel uit. Zijn ze tevreden over het woonzorgcentrum, dan straalt dat nog altijd af op de lokale overheid. Of omgekeerd. De politiek blijft zich verantwoordelijk voelen voor het woonzorgcentrum dat zolang honderd procent
publiek is geweest.’

Stilvallende dynamiek
Twee jaar geleden had het OCMW van Brasschaat nog meer dan 200 mensen in dienst. Nu zijn er dat nog een honderdtal. Bijna de helft verhuisde van het OCMW naar het Zorgbedrijf Brasschaat, ondertussen is ook de financiële dienst, de boekhouding… onder dak bij de gemeente. De integratie van OCMW en gemeente is in Brasschaat ook fysiek zichtbaar. Bruno Van Mengsel is al voorzichtig aan het opruimen – een must in
zijn kantoor vol hoge stapels dossiers en verslagen –, omdat iedereen binnenkort naar het administratief centrum verhuist.
De circa honderd mensen die nu nog voor het OCMW Brasschaat werken, overwegend bij de eigen schoonmaakdienst, zouden ook in aanmerking kunnen komen voor een verhuizing naar het Zorgbedrijf. Maar zo’n vaart zal het niet lopen, meent Van Mengsel. ‘Neem nu het dienstencentrum in de gebouwen van
woonzorgcentrum Vesalius. Dat hoort nu bij het OCMW, maar er zijn voortdurend verrekeningen met het Zorgbedrijf. Voor verwarming, voor elektriciteit, voor schoonmaakhulp, voor maaltijden enzovoort. Dan kun je je de vraag stellen: is het niet logischer om ook het dienstencentrum te integreren in het Zorgbedrijf?
Maar wat doe je dan met de andere twee dienstencentra in Brasschaat?’ ‘Toen we twee jaar geleden ons Zorgbedrijf oprichtten, waren zowat elke gemeente en elk OCMW daarmee bezig. Iedereen leek die weg op te gaan. Ik heb de indruk dat die dynamiek sindsdien wat stilgevallen is. Erfenissen uit het verleden, lokale gevoeligheden, interne machtsverhoudingen spelen allemaal mee. Deze discussie verdient opnieuw
wat meer afstand en rationaliteit.’ ■


Jeroen Verelst is redacteur van Lokaal




  •  
  •  
  •  
  •  
  •  

Thema's

  •  

Contact

  • Brasschaat

Links