Voor een sterk lokaal bestuur

Kies hieronder uw thema

Kleuterparticipatie

Decretale taak

Art. 16. van het Decreet bepaalt dat “de lokale besturen meewerken aan maatregelen die moeten leiden tot een veralgemeende deelname van kleuters aan het onderwijs”. Vanwaar deze aandacht voor kleuters? Wat is de bedoeling?

Waarom veralgemeende kleuterparticipatie?

De tijd dat Vlaamse moeders hun kinderen liefst thuis opvoedden tot ze naar de grote school gingen, is definitief voorbij. 97% van alle driejarigen is ingeschreven in een kleuterschool en het Vlaamse kleuteronderwijs geldt als model voor Europa en de wereld. Toch kan alles beter en in het geval van het kleuteronderwijs is er één ernstige reden tot bezorgdheid. De breuklijn tussen kansarmen en kansrijken tekent er zich al duidelijk af.

De 3% niet ingeschreven kinderen zouden voor het overgrote deel uit kansarme gezinnen komen. Ook frequent schoolverzuim zou alles te maken hebben met kansarmoede. Hoe eerder kwetsbare kinderen kunnen kennismaken met de school en met de wereld van andere kinderen, hoe beter hun toekomstkansen. Vandaar dat Vlaanderen het liefst 100% van de kleuters op school ziet verschijnen in “het jaar van de kleuter”. Het ministerie van Onderwijs en Vorming maakte daarom een impulsplan rond kleuterparticipatie en besteedt extra aandacht aan dit thema in “het jaar van de kleuter” (schooljaar 2007-2008). Kleuterscholen krijgen extra ondersteuning en ook van de lokale overlegplatforms (LOP’s) wordt actie verwacht. Tenslotte worden de Vlaamse steden en gemeenten en Kind en Gezin ingeschakeld om de lokale ouders aan te porren tot maximale kleuterparticipatie.

Vier strategieën

Steden en gemeenten kunnen een viertal strategieën hanteren om alle ouders ertoe te brengen om hun kleuters zo jong en zo regelmatig mogelijk naar school te sturen. Het is aan het lokale bestuur om keuzes te maken.

  • U kan uw energie steken in het opsporen van de ‘ontbrekende kinderen’ en de lijst voor verdere actie doorspelen aan het onderwijsveld, d.w.z. het LOP, de CLB’s of de scholen. Groot probleem daarbij is de privacywetgeving en het principe van de vrije onderwijskeuze.
  • U kan afspraken maken met intermediairen, organisaties die de doelgroep nu al bereiken, om kleuterparticipatie gericht te promoten en maatschappelijk zwakke ouders desgevallend ook letterlijk over de drempel naar de school te begeleiden. Als verschillende intermediairen dit doen, verdwijnt de onwennigheid van de ouders naar de school toe makkelijker.
  • U kan een promotiecampagne lanceren, gericht op alle gezinnen met jonge kinderen. De kunst is om dergelijke campagnes tactvol te voeren op maat van kansarme gezinnen, zonder hen te stigmatiseren.
  • U kan vorming over armoede en kansarmoede opzetten, met name voor leraars, leraars in spe, schooldirecties, maatschappelijk werkers. U kan daarnaast flankerende projecten op het getouw zetten die achterstand moeten voorkomen of remediëren en die ouders ondersteunen om zelf de ontwikkeling van hun kinderen op te volgen en om een actieve partner te worden van de school.

Navigatie