Voor een sterk lokaal bestuur

Kies hieronder uw thema

Spijbelpreventie

Decretale taak

Art. 15 van het Decreet betreffende het flankerend onderwijsbeleid op lokaal niveau bepaalt dat “de lokale besturen hun medewerking verlenen aan het bevorderen van het regelmatig schoolbezoek en aan het aanpakken van spijbelgedrag van leerplichtige leerlingen in de scholen, gelegen op hun grondgebied. Zij kunnen hiertoe zelf acties ondernemen of de acties van de lokale actoren coördineren of ondersteunen. In voorkomend geval werkt het lokaal bestuur hiervoor samen met het lokaal overlegplatform.”

Vele lokale besturen zijn nog onwennig bij de idee dat spijbelen een aandachtspunt voor beleid zou zijn. Welke inbreng kan van de lokale besturen worden verwacht? Wat met gemeenten die geen secundair onderwijs op hun grondgebied hebben? Welk actieplan rond spijbelen kunnen zij ontwikkelen? En wie neemt die taak op zich: de lokale politie, de jeugddienst, de preventiedienst, de schepen voor onderwijs, het LOP, de onderwijsraad? Of neemt het parket het initiatief?

De cijfers

Een spijbelbeleid dient zich te enten op de lokale spijbelproblematiek. Deze vertoont op het platteland een heel ander gezicht dan in de (centrum)steden, waar er ook weer een enorm verschil is naargelang de wijk. In Antwerpen, bijvoorbeeld, woont 76% van de problematisch afwezigen in een kansarme buurt.

Waarom spijbelen leerlingen?

Scholen en CLB’s houden het in ruim een derde van de meldingen bij een “gebrek aan motivatie”. Deze demotivatie wordt ongetwijfeld veroorzaakt of versterkt door leerachterstand, ongelukkige studiekeuze en schoolloopbaanproblemen en door een gebrek aan toekomstperspectief, met name uitzicht op een aantrekkelijke baan. Scholen rapporteren ook vaak geen of een verstoord contact tussen ouders en school, waardoor de school er als het ware alleen voor staat.

Een integraal lokaal viersporenbeleid op uw maat

Uit het voorgaande komt een complexe problematiek naar voren van kansarmoede, soms van criminele feiten, van gebrekkige kennis van het Nederlands, schoolse achterstand, tekort aan motivatie en toekomstperspectief. De problematiek concentreert zich in stedelijke achterstandswijken en ondergraaft de draagkracht van sommige lokale scholen. Op het platteland stelt het probleem zich zelden zo scherp, maar kansarmoede, schoolse achterstand en demotivering komen er even goed voor. Ook daar is het spijbelgedrag een indicator, een maat voor het gebrek aan gelijke kansen dat het onderwijs aan bepaalde jongeren biedt. In die context dringt een integraal spijbelbeleid zich op, dat u samen met alle partners en op maat van uw lokale situatie op de sporen kan zetten. Vier complementaire luiken komen daarbij het best aan bod:

  • spoor 1: monitoring van het lokale spijbelfenomeen
  • spoor 2: structurele preventie door scholen en CLB’s
  • spoor 3: begeleiding en opvolging van individuele spijbelgevallen door school, CLB, hulpverlening en waar nodig door politionele en justitiële diensten
  • spoor 4: breed lokaal overleg en structurele ondersteuning door het lokaal onderwijsbeleid. Desgewenst bezegelt u uw beleid met formele afspraken, al of niet in de vorm van een protocolovereenkomst.

Lees verder.

Navigatie