Voor een sterk lokaal bestuur

Op zoek naar een presentatie van #VVSGtrefdag?

Kies hieronder uw thema

Buitenschoolse kinderopvang

Denktank buitenschoolse kinderopvang onderscheidt nest-en webfunctie

De vraag naar buitenschoolse kinderopvang blijft stijgen. IBO's (Initiatieven voor buitenschoolse opvang) raken overbezet. Kind en Gezin startte daarom een “denktank buitenschoolse kinderopvang”, die een langetermijnvisietekst op de BKO uitwerkte. In deze visietekst is sprake van een buitenschoolse opvang in een opvangnetwerk met een nest- en webfunctie. De nestfunctie garandeert een veilige en geborgen omgeving waar kinderen zich thuis voelen en (zelf)vertrouwen vinden. Het nest biedt jonge kinderen een activiteitenaanbod en werkt daarvoor waar mogelijk samen met externe partners. Voor oudere kinderen is het nest een uitvalsbasis van waaruit zij “vertrekken” naar een activiteitenaanbod binnen het web. De nestfunctie van het opvangnetwerk is verankerd in de formele buitenschoolse opvang en in de scholen. De webfunctie staat voor een gevarieerd keuzeaanbod van vrijetijdsactiviteiten voor kinderen, in samenwerking met externe partners uit de buurt. Zeker voor jongere kinderen is het vaak het nest dat partnerorganisaties uitnodigt om activiteiten in het nest zelf te organiseren.

Het Vlaams Regeerakkoord 2009-2014 stelt m.b.t. de buitenschoolse kinderopvang: “We reorganiseren de opvang en vrijetijdsmogelijkheden van schoolgaande kinderen voor en na de schooluren en op vakantiedagen in nauw overleg met die partners voor wie dit een gezamenlijke opdracht is: scholen, gemeenten, jeugdwerk, speelpleinwerking, sport, sociaal-cultureel werk en welzijn. Het lokale bestuur voert de regie voor de verdere uitbouw en coördinatie van deze kwaliteitsvolle opvang.”

Rol van het lokaal bestuur als regisseur

De Vlaamse regering (BVR 4 mei 2007) geeft het lokaal bestuur de opdracht

  • het lokaal overleg kinderopvang te organiseren in een adviesraad met lokale actoren en gebruikers, het lokaal bestuur en Kind & Gezin
  • het lokaal beleidsplan kinderopvang op te maken, afgestemd op de lokale behoeften
  • de lokale actoren en gebruikers te informeren
  • de Vlaamse overheid te informeren en te adviseren

Het lokaal bestuur kan bovendien

  • de opvangvragen lokaal coördineren
  • stimulansen geven ten aanzien van initiatiefnemers in de kinderopvang (zowel zelfstandige derden als erkende en gesubsidieerde vzw’s)
  • bestaande opvangvoorzieningen, georganiseerd door derden ondersteunen. Veel gemeenten stellen bijvoorbeeld gratis huisvuilzakken ter beschikking van de opvanggezinnen. Ook het bekend maken van het aanbod in het gemeentelijk infoblad of het voorzien in lokale subsidies kunnen een vorm van ondersteuning zijn.

Rol van het lokaal bestuur als actor

Een aanzienlijk deel van de erkende en gesubsidieerde kinderopvangvoorzieningen wordt georganiseerd door een lokaal bestuur. Dat kan – voor wat betreft de IBO’s - op basis van het Besluit van de Vlaamse Regering van 23 februari 2001 houdende de voorwaarden inzake erkenning en subsidiëring van initiatieven voor buitenschoolse opvang.

De Initiatieven voor Buitenschoolse Opvang (IBO’s), bijvoorbeeld, hebben in 2/3de van de gevallen een lokaal bestuur als organiserend bestuur. Concreet gaat het om ruim 200 besturen en een 500 vestigingsplaatsen. Sommige gemeente- en OCMW-besturen organiseren ook kinderopvang buiten het erkend en gesubsidieerd kader, vergelijkbaar dus met een zelfstandig initiatief. Sommige werken daarvoor samen met een lokale school. In de scholen zelf netoverschrijdend buitenschoolse kinderopvang financieren of organiseren is een derde piste die steeds meer lokale besturen volgen.

Sociale voordelen en buitenschoolse kinderopvang

De voor- en naschoolse opvang werd in Art. 92 van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 ingeschreven als sociaal voordeel. De idee is dat een lokaal bestuur geen concurrentievoordeel mag creëren ten opzichte van de andere onderwijsnetten door kinderopvang in de eigen scholen te organiseren en te financieren. Het lokaal bestuur moet neutraal zijn ten opzichte van alle kinderen op het grondgebied. Concreet betekent dit dat als een gemeentebestuur in de eigen basisscholen en uitsluitend voor de kinderen van het eigen net voor- en naschoolse opvang organiseert en deze opvang financiert vanuit het gemeentebudget, dit als een sociaal voordeel wordt beschouwd. Op dat moment hebben de andere basisscholen in de gemeente het recht om bij het gemeentebestuur aan te kloppen met het verzoek om ook hun opvang te financieren. De gemeente is verplicht dit te doen op voorwaarde dan wel dat de andere scholen minimaal dezelfde normen hanteren als de gemeente oplegt aan de gemeentelijke scholen (remgeld, openingsuren, grootte groepen, ...). De regeling “sociale voordelen” geldt niet als de opvang netoverschrijdend is, als ze zelfbedruipend is of als de voorwaarden niet worden nageleefd. Er is dan immers geen concurrentieel voordeel.

 

Navigatie