Voor een sterk lokaal bestuur

Kies hieronder uw thema

Leerlingenmobiliteit

Hoe gaat een gemeente het best om met leerlingenmobiliteit? Probeert ze om duurzame mobiliteit, gebaseerd op het STOP-principe, te organiseren, d.w.z. met prioriteit voor Stappen, dan voor Trappen, dan voor Openbaar vervoer, en het minst voor Privévervoer? Hoe dan? Draagt ze bij in de kosten? Op welke wijze dan?

Om te beginnen kan de gemeente het initiatief nemen voor overleg met alle schooldirecties en ze kan in het kader van haar mobiliteitsplan extra inzetten op infrastructurele ingrepen die de stap- en trapzones op de schoolroutes veiliger en dus groter maken. De nood aan busvervoer wordt daardoor kleiner. Uiteraard is daarnaast sensibilisering van de ouders een cruciaal beleidspunt. Als die niet gemotiveerd zijn om duurzaamheid en gezondheid te verkiezen boven comfort, zal er juist een verschuiving naar privé-vervoer optreden. Als ze bovendien al gewend waren aan een gratis busje voor de deur, is extra communicatie nodig. Hoe kunnen zij worden gesensibiliseerd? Het best via de school en hun kinderen. Schoolvervoerplannen of schoolbereikbaarheidsplannen opstellen en fiets- en stappools organiseren kan voor leerkrachten, kinderen én ouders een uiterst plezierige en leerrijke onderneming zijn. Een handig hulpmiddel bij een dergelijk project is het Stappenplan voor het opmaak van een schoolvervoerplan.

Doet de gemeente er goed aan om leerlingenvervoer als sociaal voordeel te organiseren? Dat beslist ze zelf. De totale kostprijs is evenwel hoog (600€-1000€ per leerling per jaar). Eventueel kan de gemeente ervoor opteren om het nog noodzakelijke busvervoer niet zozeer lineair te subsidiëren dan wel bij te springen voor kansarme kinderen. Terugbetaling van vervoerskosten aan kansarme gezinnen kan immers een onderdeel zijn van het sociaal beleid. De gemeente organiseert in dat geval duurzame mobiliteit volgens het STOP-principe, maar subsidieert het resterende busvervoer niet. Zo ontstaat er geen ‘sociaal voordeel’. De keuze om binnen het lokaal onderwijsbeleid de armoedekaart te trekken, spoort perfect met het gelijkekansenbeleid op Vlaams niveau.

Ten slotte is er de vraag wie het intern leerlingenvervoer dient te subsidiëren, d.w.z. het vervoer naar bibliotheek, zwembad e.d. Deze vraag hoort thuis in het debat over de verplichte kosteloosheid, de kostenbeheersing en de nieuwe financiering van het basisonderwijs. Intern leerlingenvervoer is immers geen ‘sociaal voordeel’. Het intern vervoer noodzakelijk voor het verlevendigen of het bereiken van de eindtermen valt onder de verantwoordelijkheid van de Vlaamse overheid. Dit intern vervoer gratis aanbieden, al of niet in een pilootproject, schept een moeilijk omkeerbare situatie, waarvan lokale besturen zich best bewust zouden zijn.

Welke optie neemt u? Subsidieert u het busje? Investeert u in stappen en trappen? Pakt u de schoolroutes nog systematischer aan? Ondersteunt u het opstellen van duurzame en geïntegreerde schoolvervoerplannen, eventueel met ruggensteun van de Vlaamse overheid? Zet u in op echte kosteloosheid voor kansarmen? Breed overleg hierover organiseren past in de regierol die gemeenten hebben. Netoverschrijdend vorm geven aan zowel leerlingenmobiliteit als sociaal beleid is bovendien een goede insteek naar meer lokaal samenwerken in de gemeente!

Navigatie