Voor een sterk lokaal bestuur

Kies hieronder uw thema

Sociale en andere voordelen

De voordelen

Voor het realiseren van de ontwikkelingsdoelen en eindtermen (ODET) ontvangen de scholen vanuit Vlaanderen werkingsmiddelen. Dat wat nodig is voor het realiseren van de ODET moet breed worden geïnterpreteerd: niet enkel de aankoop van didactisch materiaal, maar bijvoordeeld ook het onderhoud van de schoolgebouwen: “Ieder schooljaar krijgen de schoolbesturen een werkingsbudget voor de werking, de uitrusting, het groot onderhoud van hun scholen, voor het werken aan rationeel energiegebruik in hun scholen en om tegemoet te komen aan de kosteloosheid […]” (artikel 76 van het decreet basisonderwijs).

Voordelen zijn alle tussenkomsten van het lokale bestuur ten voordele van scholen voor het realiseren van doelstellingen die niet verbonden zijn met de ODET. Voordelen kunnen van financiële, materiele of logistieke aard zijn. Het decreet flankend onderwijsbeleid maakt onderscheid tussen twee soorten voordelen: de 'sociale voordelen' en de 'andere voordelen'.

Andere voordelen

'Andere voordelen' zijn alle voordelen minus de sociale voordelen (zie verder) en zijn bedoeld om lokale besturen een flankerend onderwijsbeleid te laten voeren. Met deze 'andere voordelen' kan het lokaal bestuur scholen stimuleren om naast de onderwijsgebonden taken ook maatschappelijke taken op zich te nemen.

In de praktijk zien we dat deze 'andere voordelen' vaak niet gebruikt worden om flankerend onderwijsbeleid te voeren, maar om tussen te komen in kosten die de scholen in principe met hun werkingsmiddelen moeten financieren. Volgens een bevraging van 2008 waren financiële en/of logistieke tussenkomsten in culturele activiteiten, sportactiviteiten, zwembadvervoer, materiaalaankoop en groenonderhoud populaire 'andere voordelen'. De vraag moet gesteld worden in welke mate deze 'andere voordelen' ten goede komen aan de (sociaaleconomisch zwakkere) leerlingen. Door de 'andere voordelen' op deze wijze toe te passen, lopen de lokale besturen bovendien het risico dat het flankerend onderwijsbeleid enkel als een extra financieringskanaal zal worden gezien door de scholen. Dit zal in een later stadium het uitbouwen van een écht flankerend onderwijsbeleid ernstig bemoeilijken.

Lokale besturen mogen een 'ander voordeel' enkel toekennen aan de eigen gemeentelijke scholen. In principe kan gesteld worden dat het lokaal bestuur dan optreedt als inrichtende macht. Wanneer een lokaal bestuur het 'ander voordeel' uitbreidt naar andere scholen moet het criteria vastleggen en mag het geen onderscheid maken tussen de scholen die voldoen aan deze criteria.

Sociale voordelen

De sociale voordelen zijn:

  • het ochtend- en avondtoezicht buiten de normale aanwezigheid;
  • het middagtoezicht voor maximaal één uur;
  • het ter beschikking stellen van gemeentelijke infrastructuur, uitgezonderd de lokalen bestemd voor het gemeentelijk onderwijs;
  • de toegang tot het zwembad, met uitzondering van één schooljaar in het basisonderwijs (geen vervoer naar het zwembad!);
  • het leerlingenvervoer in het basisonderwijs (woon-schoolvervoer).

Als een gemeentebestuur één van de bovenvermelde activiteiten in de gemeentescholen inricht, ontstaat er niet automatisch een sociaal voordeel. Een sociaal voordeel ontstaat enkel indien er aan twee voorwaarden tegelijkertijd voldaan wordt:

  • de andere scholen moeten erom verzoeken;
  • de andere scholen dienen zich minimaal aan hetzelfde stelsel te houden als door het gemeentebestuur opgelegd aan de eigen scholen.

De sociale voordelen worden toegekend per niveau, type of leerjaar en gelden enkel voor het basis- en secundair onderwijs.

Sociale voordelen zijn vaak complexe dossiers. Lokale besturen met eigen gemeentelijk onderwijs verwijzen wij voor verder ondersteuning door naar OVSG.

 

Navigatie