Voor een sterk lokaal bestuur

Kies hieronder uw thema

Welk toezicht op de beslissingen van de hulpverleningszones


Sinds 1 januari 2015 is de wet van 15 mei 2007 betreffende de civiele veiligheid ten volle van toepassing op de hulpverleningszones. Dit betekent dan ook dat de artikelen 120 tot en met 152 in verband met het toezicht in werking getreden zijn. De federale overheid is bevoegd voor het specifiek administratief toezicht. Het gaat hier over drie soorten specifiek administratief toezicht: het algemeen specifiek toezicht, het bijzonder specifiek toezicht en het dwangtoezicht.

Specifiek administratief toezicht

Het specifiek toezicht op de hulpverleningszones maakt het enkel mogelijk om de wettigheid van de beslissingen van de zoneoverheid te toetsen aan de wet van 15 mei 2007 betreffende de civiele veiligheid en haar uitvoeringsbesluiten. De wet van 15 mei 2007 voorziet twee toezichthoudende overheden: de gouverneur en de minister van Binnenlandse Zaken.

Algemeen specifiek toezicht

In het kader van het algemeen specifiek toezicht moet elke zone een beknopte omschrijving van de beslissingen van de zoneraad en zonecollege bezorgen aan de gouverneur en de minister van Binnenlandse Zaken. Deze lijst moet ook aangeplakt worden op de gemeentehuizen van de gemeenten van de zone en de hoofdzetel van de zone.

Daarnaast moeten ook een aantal specifieke documenten bezorgd worden aan de gouverneur en de Minister van Binnenlandse Zaken:

  • gunningswijze en voorwaarden van opdrachten tot aanneming van werken, leveringen en diensten en de gunningsbesluiten van het college;
  • dringende en onvoorziene uitgaven;
  • aanwerving, benoeming en bevordering van personeel;
  • aanwijzing, evaluatie en hernieuwing mandaat zonecommandant.

Het gaat hier om schorsingstoezicht. Dit wil zeggen dat de beslissing van de zone onmiddellijk uitvoerbaar is maar de schorsing door de gouverneur of de Minister van Binnenlandse Zaken is mogelijk.

Termijn spec toezicht.png 

Bijzonder specifiek toezicht

Volgende beslissingen vallen onder het bijzonder specifiek toezicht en moeten doorgestuurd worden naar de gouverneur en de minister van Binnenlandse Zaken:

  • het personeelsplan;
  • de begroting en begrotingswijzigingen;
  • de gemeentelijke dotaties;
  • de rekeningen;
  • schuldherschikking.


termijn bijz toezicht.png
 Daarnaast kan de gouverneur de zones de onmiddellijke uitbetaling bevelen van een aantal wettelijk verplichte betalingen.  
Het bijzonder specifiek toezicht is een goedkeuringstoezicht. De beslissing is pas uitvoerbaar na goedkeuring door de gouverneur.
De minister van Binnenlandse Zaken heeft een evocatierecht voor de beslissingen onderworpen aan het bijzonder specifiek toezicht, alsook de besluiten in dit kader genomen door de gouverneur.

Dwangtoezicht

 De minister of de gouverneur kan een commissaris aanstellen wanneer een zone of een gemeente verzuimd verplichtingen vervat in de wet van 15 mei 2007 uit te voeren.

Contactpersonen

 Zowel de FOD Binnenlandse Zaken als de provinciale diensten van de gouverneur hebben de nodige contactpersonen aangeduid.

 contactpersonen.png

Pijnpunten

 Ook het toezicht moet zich aanpassen aan de nieuwe situatie sinds de zonevorming, toch duiken al een aantal problemen op.

Het probleem is dat de wet van 15 mei 2007, vooral in het kader van het algemeen specifiek toezicht (art.124 en 125), zowel de federale diensten van de gouverneur als ook de minister van Binnenlandse Zaken aanduidt als toezichthoudende overheid. Om de onderzoekstermijnen te doen aanvangen moeten de door de wet bepaalde documenten dus naar beide overheden gestuurd worden, wat een grote werklast betekent voor de zones.

De wet voorzien ook niet of deze documenten digitaal of op papier moeten bezorgd worden. De FOD Binnenlandse Zaken heeft beslist digitale documenten te aanvaarden. Voor de provinciale diensten kan dit echter verschillen. Sommige provinciale diensten vragen de documenten op papier te ontvangen zolang zij geen sluitend systeem hebben die verlies van documenten uitsluit.

De wet van 15 mei 2007 stelt ook dat alle besluiten die onder het algemeen specifiek toezicht vallen door middel van een aanplakbrief bekendgemaakt moeten worden op de centrale zetel van de zones en in de gemeentehuizen van de gemeenten van de zone. Dit is echter niet meer van onze tijd.

De VVSG heeft deze drie punten aangekaart tijdens de Begeleidingscommissie van 3 maart. De problemen werden erkend maar niet beschouwd als een prioriteit. Er zal eerst voorrang gegeven worden aan het koninklijk besluit voor de brandweeropleidingen en een reparatie-KB voor het brandweerstatuut. Twee punten, zijnde het tweemaal doorsturen van de documenten en het aanplakken, zullen geregeld worden in het volgende wetsontwerp diverse bepalingen.

Gewoon administratief toezicht

Tot nu toe hebben we het enkel gehad over het algemeen specifiek toezicht. Dit is een federale bevoegdheid en omvat enkel het legaliteitsonderzoek. Zijn de besluiten conform de wet van 15 mei 2007? Het gewoon administratief toezicht, dat naast het legaliteitsonderzoek ook een opportuniteitsonderzoek (overeenstemming met andere wetten dan de wet van 15 mei 2007) omvat, wordt uitgeoefend door de Gewesten. Dit moet echter geregeld worden door een decreet en dit decreet is er niet. Het Vlaamse Gewest wil dit meenemen in de hele herziening van het Gemeentedecreet, OCMW-decreet en het decreet Intergemeentelijke Samenwerking. Dit werk zal echter pas ten vroegste tegen 2017 klaar zijn. Dit betekent dus, dat in afwachting van dit decreet, er geen gewoon administratief toezicht zal zijn op de beslissingen van de hulpverleningszones.

Dit betekent concreet dat bijvoorbeeld voor de zonale retributiereglementen de federale overheid enkel zal aftoetsen of het reglement conform de wet van 15 mei 2007 en het koninklijk besluit van 25 april 2007 is. Het opportuniteitsonderzoek op de retributies is echter niet mogelijk in afwachting van dit decreet.

Er blijft uiteraard wel een gewestelijk toezicht gelden op de beslissingen van de gemeenteraad volgens de principes van het gemeentedecreet.

Navigatie