Voor een sterk lokaal bestuur

Kies hieronder uw thema

Strafrechtelijke immuniteit lokale besturen wordt opgeheven




Het heeft vele jaren geduurd, maar nu is het dossier van de strafrechtelijke aansprakelijkheid van lokale besturen eindelijk in een stroomversnelling terechtgekomen. Deze week wordt het wetsvoorstel dat deze aansprakelijkheid regelt, goedgekeurd in de Kamer, na bespreking in plenaire zitting vorige week.

Concreet zou dit vooral betekenen dat lokale besturen (gemeenten, OCMW's, ...) strafrechtelijk aansprakelijk kunnen worden gesteld voor hun bestuursdaden, terwijl dit voorheen niet het geval was. De uitzonderingsregeling in artikel 5 van het Strafwetboek die hen van deze aansprakelijkheid vrijstelde, wordt nu geschrapt.

Niet alleen werd deze immuniteitsregeling al sinds de invoering ervan in 1999 (inforumnr. 153651)bekritiseerd in de rechtsleer, ze had ook een onverwacht negatief neveneffect. Door de snellere procedure en het feit dat het onderzoek strafrechtelijk door het parket wordt gevoerd, kozen verschillende burgers voor de strafrechtelijke procedure. Maar omdat het lokale bestuur (als rechtspersoon) niet kon worden aangesproken, richtte men zich tot de enigen die wél strafrechtelijk konden worden aangesproken: de individuele mandatarissen (in de meeste gevallen de burgemeester, op grond van zijn veiligheidsverantwoordelijkheid). Dat hen zelden iets persoonlijk kon worden aangewreven, was geen punt. Als handelend in naam van het lokale bestuur werden zij voor de rechtbank gedaagd voor wat in essentie (en uiteraard in voorkomend geval) een bestuurlijk falen kon worden genoemd. Zie wat dat betreft het bekendste geval van de burgemeester van Damme uit 2006 (inforumnr. 215987, 224833 en 231832), dat nog vele jaren zou aanslepen. Deze zaken liepen trouwens meestal op niets uit, maar de imagoschade was geleden en het jarenlange procederen was slopend.

Er is in de loop der jaren naar een oplossing gezocht in diverse richtingen, waarbij ook een zekere graad van immuniteit voor de individuele mandatarissen een optie was. Al deze pistes bleken echter niet afdoende gedragen of juridisch sluitend, en uiteindelijk werd gekozen voor de regeling die nu voorligt: de invoering van een strafrechtelijke aansprakelijkheid voor de openbare rechtspersoon zelf.

Dat verhindert niet dat de individuele mandataris nog wordt aangesproken, maar het geeft het openbaar ministerie nu wel de kans om een weloverwogen keuze te maken. De verwachting is dat dit tot evenwichtigere beslissingen zal leiden en geeft de mandatarissen meer zekerheid over de mate waarin ze zelf verantwoordelijk kunnen worden gesteld. Een zware persoonlijke fout van een burgemeester bijvoorbeeld zal natuurlijk steeds tot een veroordeling kunnen leiden, maar wanneer de fout eerder aan het bestuur als geheel kan worden toegerekend, kan deze keer dan de gemeente aansprakelijk worden gesteld.

De VVSG heeft in dit dossier jarenlang aan de kar getrokken, samen met de collega's van Brulocalis en de UVCW, en in samenwerking met diverse specialisten en parlementsleden. Wij zijn dan ook verheugd dat dit jarenlange werk eindelijk rendeert en zullen de wettelijk voorziene evaluatie van deze regeling intussen met argusogen volgen.

David Vanholsbeeck

Navigatie