Voor een sterk lokaal bestuur

Kies hieronder uw thema

Standgelden markten en kermissen zijn geen roerende inkomsten




​Gemeenten moeten geen roerende voorheffing betalen op de standgelden die ze vragen voor markten en kermissen. Dat blijkt uit een arrest dat het Hof van Beroep van Antwerpen op 18 april velde.

Er is al veel jaren discussie over de vraag of inkomsten die gemeenten halen uit concessies van onroerende goederen (bv. een cafetaria in een sporthal) of uit de standgelden voor markten en kermissen een roerend inkomen zijn. De vraag is van belang, want op roerende inkomsten is, na aftrek van de kosten, roerende voorheffing verschuldigd, op onroerende inkomsten niet.

De voorbije jaren kregen tal van (vooral Vlaamse) gemeenten de belastingdiensten over de vloer. Dat leidde tot een sterk uiteenlopende fiscale behandeling van soms zeer gelijkaardige situaties, met een hoop rechtsonzekerheid en ergernis tot gevolg. Pogingen om een en ander wettelijk te regelen, bleven zonder resultaat. In een brief aan de VVSG maakte de FOD Financiën haar houding duidelijk: inkomsten uit gemeentelijke belastingen zijn nooit een roerend inkomen. Die uit retributies kunnen dat wel zijn, ook al zijn dergelijke ontvangsten in principe nooit hoger dan de kosten.

Het Hof van Beroep stelt nu in zijn arrest dat standgelden nooit een roerend inkomen kunnen zijn. Ook inkomsten uit concessies waarbij het ter beschikking stellen van een onroerend goed overweegt op andere bepalingen zijn nooit roerend.

De VVSG heeft alvast aan de FOD Financiën gevraagd om op korte termijn een reactie te geven op dit arrest. Het kan immers niet de bedoeling zijn overheden elkaar een pak administratief werk (controles bij Financiën, opzoek- en aangiftewerk bij de gemeenten) bezorgen voor uiteindelijk relatief bescheiden bedragen.

Jan Leroy

Navigatie