Voor een sterk lokaal bestuur

Kies hieronder uw thema

Belastingtarieven stabiel in eerste jaar legislatuur, daarna alles mogelijk




​​​​​Slechts enkele Vlaamse gemeenten wijzigen in 2019 hun tarief van de aanvullende personenbelasting (APB) of van de opcentiemen op de onroerende voorheffing (OOV). Dat heeft vooral te maken met tijdsgebrek: de deadline voor een weloverwogen wijziging viel eind januari en dat was voor de meeste nieuwe bestuursploegen niet haalbaar. Omdat de pensioenfactuur en de taxshift de lokale financiën enorm bezwaren, sluit de VVSG niet uit dat er vanaf 2020 meer verhogingen zullen komen.  


Lokale financiën onder druk

De APB en de OOV zijn goed voor zowat 40% van de gemeentelijke inkomsten, in totaal 4,2 miljard euro.  Ze worden geheven op een federale of Vlaamse belasting en dat heeft naast voordelen ook een groot nadeel: gemeenten zijn daardoor afhankelijk van het fiscale beleid van de andere overheden. Een belastingverlaging op het federale of Vlaamse niveau kan dus een grote impact hebben op het lokale niveau. Zo verliezen de Vlaamse gemeenten door de federale taxshift dit jaar 110 miljoen euro. Dat bedrag zal nog verdubbelen tegen 2021. Idem voor de Vlaamse vrijstelling van nieuwe investeringen in materieel en outillage: ook hierdoor lopen de gemeenten veel geld mis, 200 miljoen euro op termijn. Ondertussen loopt ook de pensioenfactuur voor de statutairen verder op. In de periode 2012-2017 stegen de pensioenlasten van de Vlaamse gemeenten, OCMW's, politiezones en hulpverleningszones met 236 miljoen euro of ruim 5,8% per jaar. De verwachting is dat daar tegen 2024 nog eens 32,6% of 310 miljoen euro bijkomt.

 

Tijdsgebrek

De lokale belastingtarieven blijven in 2019 stabiel. Dat blijkt uit een analyse die de VVSG deed. ​Op vele plaatsen hadden de nieuwe bestuursploegen te weinig tijd - de beslissing moest er tegen eind januari zijn - voor een doorgedreven analyse van de planning van de komende jaren, met alle bijbehorende uitgaven en ontvangsten. Dat is volgens de VVSG de voornaamste verklaring.

 

Stabiele tarieven*

287 gemeenten (93%) behouden​ in 2019 de tarieven van vorig jaar. In zeven gemeenten daalt één of beide tarieven, terwijl één of beide tarieven in negen gemeenten stijgt. Ook dit jaar zijn er besturen die een plaatselijke 'taxshift' doorvoeren en het APB-tarief laten dalen en het OOV-tarief optrekken, namelijk drie. Als een gemeente het tarief optrekt, dan is dat in de meeste gevallen de OOV.

291 gemeenten laten het APB-tarief ongemoeid. In 6 gemeenten daalt het tarief, 3 besturen trekken het op. Het gemiddelde APB-tarief daalt van 7,21% naar 7,20%. 289 gemeenten behouden in 2019 het OOV-tarief van vorig jaar. 9 gemeenten trekken het tarief op, in 2 besturen daalt het. Het gemiddelde OOV-tarief stijgt daardoor van 877 naar 880, net zoals drie jaar geleden. 

 Idem 2018Verhoging Daling Gemiddeld tarief
APB291367,20%
OVV28992880
APB + OVV 287   

Tabel 1 overzicht APB en OVV in Vlaamse gemeenten, vergelijking 2018 -2019


 

 20192013
Stijging APB317
Stijging OVV922

Tabel 2 overzicht stijging APB en OVV in Vlaamse gemeenten, vergelijking 2013-2019

Als we 2019 vergelijken met het eerste jaar van de vorige legislatuur valt het op dat er deze keer minder tariefwijzingen zijn. In 2013 verhoogden 17 gemeenten de APB en 22 gemeenten de OOV, terwijl er ongeveer evenveel tariefdalingen waren.

 

​De toekomst

De VVSG sluit niet uit dat er vanaf 2020 meer verhogingen zullen zijn als er geen oplossing komt voor de grote financiële druk op de lokale besturen. Daarom pleit de VVSG voor een systeem waarbij de lokale besturen niet afhankelijk zijn van wijzigingen in het fiscale beleid van de centrale overheden. Voor de pensioenen komt er het best een structurele cofinanciering van de lokale pensioenlasten door de federale Schatkist zoals dat ook gebeurt voor de andere pensioenstelsels.

U vindt de tarieven voor het aanslagjaar 2019 en 2018 per gemeente op deze website.


Ben Gilot

Nathalie Debast

 

*Aangezien de 7 fusiegemeenten voor de eerste keer hun belastingtarieven vaststelden, beschouwen we eventuele wijzigingen t.o.v. de vroegere gemeenten niet als een tariefwijziging.

Navigatie